Hoe stel ik mijn lichaam ter beschikking?

Jac Dekker uit Nijvendal mailt dat zijn vrouw Fimmy (64 en „nog goed gezond”) haar lichaam na haar overlijden ter beschikking wil stellen aan de wetenschap. „Waar moet ze zich aanmelden?”

„Bijvoorbeeld bij ons”, zegt A. de Graaf van de afdeling Anatomie en Embryologie van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Met ongeveer 5.000 geregistreerde Nederlanders heeft het AMC de grootste codicillenadministratie voor ‘ter beschikking stellen aan de wetenschap’ van het land.

Fimmy kan een voorbeeld van een wilsbeschikkingsformulier aanvragen (AMC: 020-5664927). Die wilsbeschikking moet ze in tweevoud, en met de hand, opschrijven. Dan nog inleveren, huisarts en familie op de hoogte brengen en vanaf dat moment staat Fimmy geregistreerd.

Na je overlijden word je opgehaald en minstens een half jaar bewaard in het AMC. Daarna word je lichaam ontleed door studenten of gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Daarna worden de resten verbrand in een crematorium.

De registratie is niet onherroepelijk. De Graaf: „Vaak zie je dat mensen rond hun vijftigste hun wilsbeschikking weer intrekken. Dan zijn de kinderen volwassen, die komen in opstand tegen de plannen”. Het is niet makkelijk voor nabestaanden: het stoffelijk overschot moet binnen 24 uur bij een anatomisch laboratorium zijn en er volgt geen begrafenis of crematie kort na het overlijden.

Toch is het advies een uitvaartverzekering te houden. Als je overleden bent kun je ook nog worden geweigerd. Bijvoorbeeld als je te laat aankomt (na 24 uur), of als je verminkt bent. „Of als het aanbod te groot is”, vertelt De Graaf. „Er zijn in Amsterdam niet meer dan 150 stoffelijke overschotten per jaar nodig.”

De laatste tijd worden dan ook lichamen geweigerd. Maar Fimmy is pas 64 en leeft misschien nog wel 25 jaar. En wie weet heeft de medische wetenschap op die droevige dag in 2033, als Fimmy haar laatste adem uitblaast, een tekort aan lichamen. Gewoon registreren dus, Fimmy!