Het gevaar van assimilatie

Landgenoten in het buitenland zijn volgens Marokko ‘de zeventiende regio’ van het land en moeten volgens de Turkse premier niet „assimileren”.

Het waren harde woorden van Recep Tayyip Erdogan afgelopen weekeinde tegen de duizenden Turken die in Keulen luisterden naar ‘hun premier’: assimilatie is „een misdaad tegen de menselijkheid”. Harde woorden althans in Duitse oren. Waar bemoeide Erdogan zich mee, vroegen Duitse politici zich af. Al zeiden ze het wat diplomatieker.

Angela Merkel herinnerde eraan dat zij ook de bondskanselier is van de uit Turkije afkomstige Duitsers. Memet Kilic, voorzitter van de buitenlandersadviescommissie van de regering, reageerde daar venijnig op. „Wij hebben niet die indruk”, zei hij tegen het weekblad Focus. Als migranten worden buitengesloten „hebben ze geen andere keuze dan zich met een andere staat en een andere minister-president te identificeren”.

Wat Erdogan deed was niet eens zo bijzonder. Ook zijn voorganger Bülent Ecevit noemde destijds integratie van Turken in Duitsland „een gezond proces” maar voegde eraan toe: „Hun Turk-zijn zullen ze nooit opgeven”. Niemand die zich er toen over opwond.

Maar de tijden zijn veranderd. Integratie van migranten, opgaan in de nieuwe samenleving, de band met het land van herkomst, zijn gevoelige onderwerpen. Als Mohammed Ameur, onderminister voor Marokkanen in het buitenland, in Aujourd’hui Le Maroc zegt dat de Marokkaanse gemeenschap in den vreemde „de zeventiende regio van het land vormt” leidt dat tot ophef in landen waar die Marokkanen nu wonen. Voor Marokko is de band met (ex-)landgenoten alleen al om financiële redenen van groot belang.

Steeds vaker wordt in immigratielanden de vraag gesteld hoeveel invloed het land van herkomst mag hebben op (ex-)landgenoten. Nederlanders in Australië of Canada mogen snakken naar een boterham met hagelslag, maar betekent dat ook dat de Nederlandse regering zich met hun leven kan blijven bemoeien?

Pakistanen in Groot-Brittannië en Afrikanen in Frankrijk kunnen ongestoord vasthouden aan hun cultuur – althans dat konden ze tot voor kort. De ruimte die landen bieden verschilt. Volgens het Canadese beleid van multiculturalisme staat behoud van culturele en religieuze identiteit deelname aan de maatschappij niet in de weg. Assimilatie is geen doel; deelname aan de samenleving wel. Bij inburgeringceremonies worden immigranten aangemoedigd hun culturele achtergrond niet te vergeten, maar in te zetten voor hun nieuwe land. Velen in Canada zijn immigranten of directe afstammelingen van immigranten, en beseffen dat.

[Vervolg ASSIMILATIE: pagina 5]

ASSIMILATIE

Geen ‘misplaatste eerbied voor multiculturalisme’

[Vervolg van pagina 1] Nationaliteiten worden in Canada niet zelden aangegeven met een koppelteken: Italiaans-Canadees, Iraans-Canadees, Chinees-Canadees. Bij latere generaties vervalt het eerste deel vanzelf. Erdogans opmerking dat „niemand van jullie kan verwachten dat je geheel opgaat in Duitsland” zou, met vervanging van ‘Duitsland’ door ‘Canada’, zo uit een Canadese inburgeringceremonie kunnen komen.

Ook vanuit Frans perspectief is een debat over grenzen aan integratie een ver-van-mijn-bedshow. Er is in Frankrijk immers sinds jaar en dag één model waar iedereen zich aan dient te conformeren, immigrant of niet, zwart, homoseksueel, Chinees of katholiek. Dat model is het republikeinse. De doctrine schrijft voor dat de Franse republiek geen belang stelt in afkomst en religie. Etnische of religieuze gemeenschappen spelen geen rol in overheidsbeleid. De Franse politiek kent geen assimilatiebeleid. Er is republikeinse strengheid gecombineerd met laisser faire in de uithoeken van het maatschappelijk leven. Een hoofddoek okay, maar niet op de openbare school.

Immigranten in het Verenigd Koninkrijk konden in het verleden vrijwel ongestoord hun leven leiden. De Britse regering heeft de afgelopen decennia weinig druk uitgeoefend op buitenlandse minderheden om zich te assimileren. Dat paste in een beleid van multiculturalisme. In veel gevallen kregen ze zelfs subsidies van de overheid om hun eigen culturele en religieuze instellingen in Groot-Brittannië voort te zetten. Maar na de terreuraanslagen op de Londense metro in 2005 is sprake van een omslag.

De schok was groot toen de Britten ontdekten dat bij die aanslagen ook moslims meededen die waren geboren en getogen in Groot-Brittannië zelf – en die goed geïntegreerd leken in de maatschappij. Dus hamert premier Brown tegenwoordig op het belang van ‘Britse waarden’ voor de nieuwkomers en komt de gerespecteerde denktank Royal United Services Institute vandaag met de waarschuwing dat Groot-Brittannië een makkelijk doelwit zijn voor terroristen van eigen bodem door „misplaatste eerbied voor multiculturalisme” en door niet helder aan te geven waar de grenzen voor immigranten liggen.

Ook elders lijken die grenzen voor immigranten in zicht. In de Canadese provincie Ontario leidde de vraag of moslims shariatribunalen mochten vormen om geschillen op het gebied van familierecht (scheidingen, erfenissen) bindend te laten arbitreren door imams tot een heftig debat. En in de overwegend Franstalige provincie Québec, met een sterke eigen culturele identiteit, was de bevolking woedend over een uitspraak van het Hooggerechtshof die vindt dat een sikh onder bepaalde omstandigheden een kirpan, een ceremoniële dolk, mee naar school mag nemen, ondanks een verbod op wapenbezit.

Zelfs het Franse model staat onder druk. De grote meerderheid van de 4,5 miljoen geregistreerde immigranten, vooral uit Afrika, is weliswaar opgevoed met de idee dat Frans-zijn een universeel ideaal is, maar dit republikeinse model biedt geen oplossingen voor sociale en economische achterstanden in de multiculturele banlieues. President Sarkozy wil hierin nu verandering brengen. Onwillekeurig geeft hij islamitische gemeenschapsorganisaties daarin een grotere rol en gaat het Franse integratiebeleid lijken op dat in bijvoorbeeld Nederland en Denemarken, inclusief toelatingstoetsen over taal en cultuur. Er is sinds kort zelfs een minister voor Nationale Identiteit en Integratie.

Die toenemende druk vanuit de immigratielanden wordt in de landen van herkomst ‘gevoeld’. De Mexicaanse president Felipe Calderón, op bezoek in de Verenigde Staten, wil de miljoenen Mexicanen vertellen „dat we achter hen staan”. Dat is nodig, zei hij in The New York Times, nu de toon in het Amerikaanse immigratiedebat is verhard. Een anti-immigratiekrijger als CNN-presentator Lou Dobbs haalt steeds harder uit naar ‘illegal aliens’. In sommige Amerikaanse staten wonen zoveel latino’s dat Spaans de voertaal wordt. De ergernis hierover neemt toe. Bovendien is Amerika zich na de aanslagen van 11 september 2001 bewuster geworden van zijn poreuze zuidgrens. De bewaking is er opgevoerd, evenals het aantal deportaties van migranten zonder de juiste papieren.

En degenen die worden toegesproken? Die zijn vaak niet erg onder de indruk. Onderminister Ameur mag de ‘communauté marocaine à l’etranger’, zoals de migranten en hun nazaten heten, aanduiden als de zeventiende regio. Of zij dat zelf ook zo zien is de vraag. In de praktijk blijkt het voor de autoriteiten moeilijk om greep te houden op de culturele identiteit van (ex-)landgenoten.

De Marokkaanse koning riep onlangs een adviesraad van migranten in het leven. Al snel bleek dat Marokkanen in den vreemde vinden dat die raad niet democratisch genoeg wordt samengesteld – een teken dat Europeanen van Marokkaanse afkomst meer geassimileerd zijn dan hun eeuwige recht op een Marokkaans paspoort doet vermoeden.

M.m.v. Steven Adolf, Frank Kuin, René Moerland, Floris van Straaten en Merijn de Waal.