Generatiewisseling in politiek Iran

Dertig jaar na de islamitische revolutie in Iran worden de geestelijken aan de macht afgelost door burgers. De eersten zijn inmiddels hervormers; de laatsten conservatieven.

Nadat volgelingen van ayatollah Khomeiny in 1979 het regime van de sjah in Iran ten val hadden gebracht, nam een kliek van politiek geëngageerde geestelijken de macht over. Nu wordt deze groep geestelijken, die inmiddels in meerderheid hervormingsgezind dan wel pragmatisch is geworden, aan de kant gezet. Zij worden vervangen door een nieuwe generatie politici, hoofdzakelijk conservatieven, die vindt dat de voorgangers alles verkeerd hebben gedaan.

Lokale kiesraden schrapten vorige maand vrijwel alle kandidaten voor de komende parlementsverkiezingen die banden met de hervormingsgezinde groep hadden. De verkiezingen worden nu vooral een onderlinge strijd tussen de conservatieve nieuwkomers. Volgens Iraanse analisten is het voor de oude garde nu vrijwel onmogelijk geworden om via de verkiezingen de macht te heroveren.

De nieuwe generatie bestaat uit voormalige commandanten, filmmakers en burgemeesters die hun plek in de politieke arena opeisen. Ze zijn vaak niet ouder dan 50 jaar en er is maar een klein aantal geestelijken onder. Sinds het begin van hun opmars in 2004 hebben ze het parlement, de uitvoerende macht en verscheidene andere belangrijke instituten van de oude garde overgenomen. Ze beloven het leven van de onderklasse te verbeteren en te strijden tegen corruptie en willen de rol van de islam in de samenleving versterken. De nieuwe generatie geniet de steun van Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei, zo heeft deze duidelijk gemaakt. President Mahmoud Ahmadinejad is een van de belangrijkste leiders van deze groep.

Een aantal prominente geestelijken is door de komst van de jongere politici in de oppositierol geduwd. Deze geestelijken, die decennialang de hoogste posities in het islamitische systeem hebben bekleed, geven momenteel onofficieel leiding aan een los verband van oppositiegroepen. De belangrijkste van hen is ayatollah Ali Akbar Hashemi Rafsanjani. Ook verscheidene conservatieve geestelijken steunen hem.

„De nieuwkomers zetten de volgelingen van Khomeiny buiten de machtscirkel”, zegt geestelijke Rasoul Montajabnia, een van de hervormers. „We worden niet loyaal behandeld.”

Volgens analisten ontstaat er een politieke klasse die meer afhankelijk is van de Opperste Leider. „De nieuwkomers missen de machtsbasis die de oude garde wel had”, legt Mehrdad Serjooie uit. Hij is een politiek analist en voormalig journalist. „Ze hebben geen reputatie uit de tijd van de revolutie, geen directe toegang tot oliegeld en geen belangrijke aanhangers”, zegt hij. Volgens hem konden de oude facties vaak meer onafhankelijk opereren omdat hun macht stevig verankerd was in het islamitische systeem.

Volgens de nieuwkomers is hun opkomst het natuurlijke gevolg van de wisseling van politieke generaties. „De afgelopen 30 jaar hebben we dezelfde namen in de politiek gezien. Het was vanzelfsprekend dat geestelijken de macht in handen namen, nadat ze leiding aan de revolutie hadden gegeven. Maar na zoveel tijd is het ook normaal dat jongere en niet tot geestelijkheid behorende politici het roer overnemen”, zegt Saeed Aboutaleb (37), parlementslid sinds 2004.

De conservatieven profiteerden vier jaar geleden van de algemene afkeer van de hervormers, die de beloofde veranderingen niet hadden waargemaakt en ook de corruptie niet hadden aangepakt. Zij verschansten zich vervolgens in de machtsposities.

Als de groep politieke geestelijken – veel meer geestelijken bemoeien zich totaal niet met de politiek – zou willen terugkeren naar de macht dan kan dat alleen onder leiding van ayatollah Rafsanjani, zo denken verscheidene analisten. Deze voormalige rechterhand van Khomeiny en ex-president verloor de presidentsverkiezingen in 2005 van Ahmadinejad.

Op 5 maart beslist de Raad van de Hoeders van de Grondwet, die toeziet op het islamitisch gehalte van wetgeving en wetgevers, definitief wie mogen meedoen aan de verkiezingen. De meeste politici die tot dusverre zijn geschrapt, behoren tot de door ex-president Khatami (ook een geestelijke) gesmede Coalitie van Hervormers. Deze week kregen 280 van de 2.200 eerder afgekeurde kandidaten te horen dat ze alsnog mogen meedoen. Dezen behoren echter niet tot Khatami’s groep.

De aanhangers van Rafsanjani zijn het afgelopen jaar door de nieuwkomers beschuldigd van corruptie, gebrek aan revolutionaire geestdrift en spionage. Zij hebben besloten niet deel te nemen aan de verkiezingen. Een officiële uitleg is niet gegeven.

„Wij vinden dat de sfeer in het land meer open moet worden, dat er meer vrijheid moet zijn en meer ontspanning in onze relaties met de buitenwereld. De nieuwkomers zijn dogmatisch en geloven niet in de wensen van het volk”, zegt geestelijke Montajabnia. „Dit is een machtsstrijd om de toekomst van dit land.”

De nieuwkomers speelden geen prominente rol in de revolutie. Ze hebben nu belangrijke posities, traditioneel het terrein van de geestelijken, overgenomen. Gholam-Ali Haddad Adel, een voormalige onderminister van Onderwijs, werd na de verkiezingen van 2004 de eerste niet tot de geestelijkheid behorende parlementsvoorzitter.

Nucleaire toponderhandelaar en geestelijke Hassan Rowhani werd in 2005 vervangen door Ali Larijani, een voormalig hoofd van de staatstelevisie en adviseur van de Opperste Leider. Hij werd zelf in oktober 2007 vervangen door Saeed Jalili, een andere niet-geestelijke en bondgenoot van Ahmadinejad.

Volgens parlementslid Aboutaleb blijven de geestelijken belangrijk. „We hebben hen nodig voor advies, precies zoals wijlen de imam altijd wilde. Uiteindelijk is dit slechts een verandering van kleding”, zegt hij, verwijzend naar de tulband en overgooier, het uniform van de geestelijken, en de pakken van de burgerpolitici. „De nieuwkomers zijn even religieus.”

De factie van Ahmadinejad noemt zichzelf ‘principalistisch’. Ze willen handelen naar de geest van de islam en de revolutie. Veel leden zijn voormalige commandanten in de revolutionaire garde. Over de doelstellingen is de hele groep het wel eens, maar over de uitvoering daarvan bestaan verschillen van mening. Larijani, die hoopt gekozen te worden in het nieuwe parlement, is de onofficiële leider van de ‘pragmatici’.

Ayatollah Rafsanjani heeft nog een machtspositie over. In september 2007 werd hij gekozen als voorzitter van de Assemblee van Experts. Deze door het volk gekozen raad telt 86 geestelijken die de macht hebben om de Leider te kiezen, te controleren en in het uiterste geval te vervangen.

Maar volgens Iraj Jamshidi, politiek journalist bij de krant Etemaad, is er weinig kans dat de politieke geestelijken die hun macht dankzij de revolutie kregen, kunnen terugkeren binnen de cirkel van de macht. „Ze worden niet meer bij beslissingen betrokken”, zegt Jamshidi. „Ik zie geen kans op een terugkeer.”