Française in spe

Franse intellectuelen als Bernard Henri-Lévy en Pascal Bruckner betuigden deze week steun aan Ayaan Hirsi Ali. Als een ‘Voltaire van onze tijd’ zou ze Française moeten worden en liefst Europese bescherming moeten krijgen.

Hirsi Ali als Franse intellectueel – het zou een logische nieuwe rol zijn na de vele rollen die zij blijkens haar autobiografie al speelde, zoals Mineke Bosch schreef in de bespreking van Hiris Ali’s biografie Mijn vrijheid (Boeken, 06.10.06): van rebellerende jongvolwassene, toegewijde moslima en Florence Nightingale onder de vluchtelingen, tot strijdster voor de rechten van moslimvrouwen.

Over de rol van publieke intellectuelen in verscheen in 2006 een interessante studie van Stefan Collini. Absent Minds. Intellectuals in Britain, (besproken in Boeken 12.05.06). Openlijk wordt Britse intellectuele terughoudendheid afgezet tegen de ‘politieke oververhitting’ met bijbehorend intellectueel engagement die in Frankrijk sinds de Franse revolutie in zwang is.

De moderne Franse intellectueel werd volgens Collini geboren tijdens de Dreyfus-affaire van eind 19de eeuw, toen een joodse officier door een militaire rechtbank ten onrechte werd veroordeeld wegens hoogverraad. Nadat Emile Zola zijn J’accuse had gepubliceerd verscheen in een krant een protestbrief die was ondertekend door 1200 geleerden, onderwijzers en andere universitair geschoolden. De geboorte van het Franse intellectuele engagement was een feit.

Franse schrijvers en denkers hebben de Dreyfus-affaire talloze malen overgedaan, aldus Collini, onder het aanroepen van universele waarden, een erfenis van de Franse revolutie. In de jaren zestig ondertekende Sartre maar liefst 91 manifesten en petities, in de jaren zeventig 120. Franse publieke intellectuele verontwaardiging heeft een rijke traditie. (MS)