Fink nooit zonder elektronica

Concert: Fink. Gehoord: 14/2, Vera Groningen. Herhaling Cul De Sac Tilburg (15/2), Ekko Utrecht (16/2), Paradiso (middag, 17/2), Rotown (avond, 17/2)

Op de bar liggen pamfletten met het verzoek om stilte. Op verzoek van de artiest, en dat zal Fin Greenall zelf ook niet verwacht hebben toen hij vijftien jaar geleden begon met nogal luidruchtige, drum ’n bass-achtige muziek.

Daarna bouwde hij, als Fink, een carrière op als producer en dj in triphopachtige sferen, tot hij zich met het enthousiasme van de gestopte roker stortte op akoestische muziek. Op zijn vorige cd Biscuits For Breakfast zaten nog wel omfloerste beats en subtiele geluidsmanipulaties, maar op zijn nieuwe Distance And Time bekeert hij zich nog nadrukkelijker tot het singer-songwriterschap.

Fink noemt nadrukkelijk Joni Mitchell, John Lee Hooker en John Martyn als voorbeelden. In wezen is hij roomser dan de paus in zijn pogingen om de elektronica af te zweren, want Martyn was in de jaren tachtig al in de weer met ritmeboxen en synthesizers. Op het podium blijken zulke zaken subtieler te liggen. Ondersteund door drums en bas laat Fink blijken dat zijn jaren als dj en dancemuzikant zich niet laten uitwissen.

De rol van de groove is in zijn muziek niet te onderschatten. Drummer Tim Thorton vervult een cruciale rol met zijn ritmepatronen vol knallende ‘rimshots’ die naar reggae en dub verwijzen. Die invloed zit ook in de ruimtelijke opzet van de liedjes, waarin het niet wemelt van de akkoorden. Ook solo ligt de ritmische oriëntatie er prettig dik bovenop als hij trommelt op zijn gitaar.

Daarbij zorgen zijn plezierige, warme stem en zijn persoonlijke teksten voor een aangename basis. In de toegift komen zijn invloeden heel organische manier bij elkaar. Reggae-achtige drums, welgemikte slagen op de gitaar en dan, heel onverwacht, The Model van elektronica-pioniers Kraftwerk.