Er is nog niet gefietst en het is alweer hommeles

De organisatie van de Tour doet Astana in de ban wegens het dopingverleden.

Ze straft nu een onbesproken ploegleider én de winnaar van vorig jaar.

460.000 euro. Zoveel investeert het wielerteam Astana in het eigen anti-dopingprogramma. Meer dan welke ploeg. Geen enkel ander team dat onlangs een nieuwe ProTour-licentie kreeg van de internationale wielerunie UCI is al zover met de invoering van het ‘biologisch paspoort’ voor wielrenners, de meest verregaande maatregel in de anti-dopingstrijd tot nu toe.

De harde aanpak van het dopingprobleem was de voorwaarde voor manager Johan Bruyneel om Astana deze winter te gaan leiden. In zijn hoofd had de voormalige ploegleider van US Postal en Discovery, architect van de zeven Tourzeges van de Amerikaan Lance Armstrong en vorig jaar winnaar met de Spanjaard Alberto Contador, al afscheid genomen van de wielersport. De Belgische ex-renner wilde schoon schip maken bij het Kazachse team, anders wilde hij er niet aan beginnen. Als ploegleider is Bruyneel van onbesproken gedrag.

Nieuw management, nieuwe renners, nieuwe filosofie, nieuwe licentie. Alleen de sponsor, Astana, bleef dezelfde. En daarom trok organisator Amaury Sport Organisation (ASO) een streep door de plannen van de ploeg: geen Parijs-Nice, geen Parijs-Roubaix, geen Ardense klassiekers, en vooral geen Tour de France. Daardoor kan de 25-jarige Contador, die zijn ploegleider volgde naar Astana, deelname aan de belangrijkste wielerwedstrijd van het jaar vergeten.

Er zijn in het verleden te veel problemen geweest met Astana, verklaarde de directeur van de Tour, Christian Prud’homme, de uitsluiting van de ploeg. In 2006 moest het net opgerichte team de Tour door een gebrek aan voldoende renners missen. De van Liberty Seguros overgenomen renners bleken te nauw betrokken bij Operacion Puerto, het Spaanse dopingschandaal rond arts Eufemiano Fuentes. En vorig jaar moest het team uit de Tour vertrekken, nadat kopman Alexandre Vinokoerov positief had getest op bloeddoping. Later bleek ook zijn ploeggenoot Andrei Kasjetsjkin positief.

En dat breekt Astana nu op. Net zoals in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor succes in de toekomst, kunnen ook maatregelen tegen dopegebruik gemaakte fouten niet ongedaan maken. Voor de Tourorganisatie blijken de nare ervaringen van de voorbije jaren zwaarder te wegen dan de aantoonbare inspanningen van Astana om de wielersport weer geloofwaardigheid te geven. Ploegen die veel minder inspanningen leveren in de strijd tegen doping krijgen ondertussen wel een startbewijs voor ASO-koersen. De uitsluiting van Astana lijkt daardoor erg op willekeur.

Maar misschien heeft ASO het wel op Bruyneel gemunt. De Tour was nooit zo gelukkig met de dominantie van het duo Bruyneel-Armstrong, het Franse publiek joelde de Amerikaan herhaaldelijk uit, en de sportkrant L’Equipe, ook eigendom van ASO, probeerde Armstrong herhaaldelijk als een dopinggebruiker neer te zetten.

De Tour nekt door een aantal sterke renners niet toe te laten ook zichzelf. Niet alleen Contador, maar ook Levi Leipheimer, de nummer drie van vorig jaar, en Andreas Klöden, de nummer twee van 2004 en 2006, worden nu slachtoffers van het Astana-verleden. Terwijl Astana probeert die periode achter zich te laten, heeft de Tour daar duidelijk meer moeite mee.

Ook de al jaren durende machtsstrijd tussen de organisatoren van wedstrijden, waaronder ASO, en de UCI krijgt door deze beslissing weer een vervolg. UCI-voorzitter Pat McQuaid haastte zich gisteren te zeggen dat hij de verbanning van Astana ‘onacceptabel’ vindt.

De UCI heeft een wapen achter de hand: ze dreigde eerder de wedstrijden van ASO naar de nationale kalenders te verbannen als niet alle ProTour-teams zouden worden toegelaten tot de Tour. En daardoor zou de deelname van alle buitenlandse teams aan wedstrijden als Parijs-Roubaix, Parijs-Nice en Luik-Bastenaken-Luik verboden worden. Daarvoor moet McQuaid wel rekenen op de steun van alle profteams. Zo groot is de solidariteit in het peloton echter niet.

Misschien komt die solidariteit er na 29 februari. Dan maakt ASO bekend welke teams aan de Tour van 2008 mogen deelnemen. Ook de Rabo-wielerploeg is nog niet zeker van een startbewijs. De affaire rond de inmiddels ontslagen Deen Michael Rasmussen kan voor Rabobank dezelfde gevolgen hebben als voor Astana. Rasmussen werd vorig jaar met de gele leiderstrui om de schouders uit de wedstrijd genomen nadat bleek dat hij had gelogen over zijn verblijfplaats en enkele dopingcontroles had gemist.

Rabobank kreeg gisteren wel een uitnodiging voor Parijs-Nice, maar interim-directeur Henri van der Aat weet dat dit geen garantie is voor Tour-deelname. Hij wilde er dan ook geen conclusies aan verbinden. Niemand weet wie straks de Tour mag rijden. Wie na de ellende van de voorbije jaren had gerekend op een zorgeloos wielerjaar 2008, komt alweer bedrogen uit. Nog voor de eerste belangrijke wedstrijd is gereden, nog voor de eerste renner op doping is betrapt, is de onzekerheid weer groter dan ooit.

Bekijk een video van het parcours 2008 op nrcnext.nl/links