‘Elk mens blijft geheimzinnig’

Zijn honger naar kennis is onstilbaar. En hij geeft die kennis graag door. Ilija Trojanow lijkt dus op Richard Burton, over wie hij een kleurrijke roman schreef.

Alleen al de landkaart voorin het boek wekt je reislust op: Baroda, Mhow en Ujjain zijn maar een paar van de plaatsen aan de Narmada, India, die je bezoeken kunt. Of, nog aangenamer: je leest erover en laat anderen het zware werk doen.

De Britse avonturier Richard Burton (1821-1890) had er alles voor over om zijn reisdoelen te bereiken. Ongedierte, hitte, stank en enge ziekten: ze schrokken hem niet af. Dit ziet Burton als hij in Brits-Indië voet aan wal zet: ‘De kade was op rottende vis gebouwd en bedekt met opgedroogde urine en gallig water. Eeuwen verrotting, met blote voeten aangestampt tot vaste grond, waarop een man in uniform zwetend stond te schreeuwen’.

Het is een zinnelijke beschrijving en ze komt uit Ilija Trojanows roman De wereldverzamelaar. Trojanow reisde Burton na, niet alleen door Brits-Indië maar ook door Arabië en Afrika; hij ging op bedevaart naar Mekka en Medina en vond de bron van de Nijl. Zeven jaar was hij onderweg om Burtons oneindige fascinatie voor het hindoeïsme, de islam en de Afrikaanse religies terug te zoeken.

Ilija Trojanow, 42, is wel wat gereis gewend. Hij kwam in Bulgarije ter wereld, vluchtte met zijn familie naar Duitsland, woonde in Kenia, Bombay en Kaapstad – en nu denkt hij erover om naar Wenen te verhuizen, de stad van de grote auteurs uit de marge. Hij schrijft in het Duits en van Der Weltensammler, zoals zijn Burton-roman in Duitsland heet, werden meer dan 100.000 exemplaren verkocht. Het boek verscheen in 2006; eerder schreef Trojanow Zu den heiligen Quellen des Islam. Een van zijn recentste boeken heet Kampfabsage. Kulturen bekämpfen sich nicht – sie fliessen zusammen (Het staken van de strijd. Culturen bestrijden elkaar niet – ze vloeien samen).

Dat is een strijdlustige titel en zo zit Trojanow er ook bij: bereid om voor zijn visie te vechten, en voor die van Richard Burton, zijn held sinds zijn kinderjaren. ,,Ik ken hem al vanaf mijn tiende’’, zegt Ilija Trojanow in een Amsterdams hotel. ,,Uit het boek Explorers of Africa, dat ik van mijn ouders kreeg. Richard Burton was een non-conformist in overheidsdienst. Dat gaf problemen. Een officier die als de inheemsen sprak, at, bad en liefhad, wat moest men daar nou mee? Uiteindelijk werd hij naar Triëst afgeschoven en na zijn dood verbrandde zijn vrouw al zijn aantekenboekjes. Ze vreesde dat zijn tijdgenoten hem zouden veroordelen vanwege de bizarre seksuele praktijken die hij beschreef. Het was al erg genoeg dat hij de Kama Sutra vertaald had en de vertellingen van Duizend-en-één-nacht.’’

Ook in Trojanows boek beleeft Burton erotische avonturen. Die hoorden bij zijn opvatting dat je vreemde volkeren alleen al participerend kunt leren kennen. In Bombay heeft de held een geliefde die tempeldienares en tegelijk courtisane is – en dat loopt niet goed af. Trojanow maakte in Bombay weer andere dingen mee. Hij leefde er onder Indiase moslims die hem zo grondig in hun geloof onderwezen dat hij een visum voor Saoedi-Arabië kreeg. Hij bad en vastte met hen en zo kwam hij, anders dan Richard Burton, zonder vermomming Mekka binnen.

Voor Burtons bedevaart gebruikt Trojanow geraffineerde verteltechnieken. Osmaanse autoriteiten laten hun licht op de verdachte hadj van die vreemde snuiter schijnen, via getuigen die ze hardhandig verhoren. Een even gecompliceerde vertelstructuur heeft het hoofdstuk over Brits-Indië. ‘De verhalen van de schrijver van de bediende van de meester’ heet het. Burtons ontslagen bediende gaat met zijn verhaal naar een lokale schrijver die er weer een eigen versie van maakt.

Over die bediende zegt Ilija Trojanow: ,,Ik vind een meester-knecht-relatie altijd spannend. Don Quichot en Sancho Panza, Don Juan en Leporello: die opzet bevalt me. Binnen Europa is de knecht, in boeken tenminste, iemand die meebeslist. Buiten Europa is hij doorgaans machteloos. Maar in mijn roman beïnvloedt de bediende Naukaram zijn heer met subtiele technieken. Voor hem zijn Burtons pogingen om culturele grenzen te overschrijden pure provocatie. Naukaram heeft niet de vrijheid om culturele uitstapjes te maken, zijn wereld is gereguleerd. Daarom kijkt hij met enige scepsis naar zijn meester.’’

Hierdoor houdt ook Trojanow afstand: ,,Het zou voor mij makkelijk zijn om dicht bij Richard Burton te komen. Maar ik wantrouw zijn biografie. Je kunt alleen maar omtrekkende bewegingen om een mens heen maken. Er blijft een kern over die geheimzinnig is.’’ En dan is het nog maar de vraag of Richard Burton, bij Trojanow een meester in het vermommen, wel een kern hééft. ,,De kern van een mens komt zelden naar buiten. De mens is de rol die hij speelt – misschien. Misschien is een mens werkelijk in staat om in de ene rol een monster te zijn en in de andere een fatsoenlijk man. In beide gevallen draagt hij een masker. Of daar een gezicht onder zit kunnen we niet weten’’

Maar waar kwam Burtons drang tot gedaanteverwisselingen, van brave hindoe naar vrome moslim en zo verder, toch uit voort? ,,Eén reden is verveling. Het dagelijks leven van kolonialen was zó saai, dat interessante mensen wel móesten uitbreken. Daarom hebben de Britten zoveel excentrieke ontdekkingsreizigers voortgebracht. En verder had Burton een ongelooflijke talenknobbel. Heb je eenmaal een vreemde taal geleerd, dan wil je ook als iemand van die taal leven. De oplossing van het probleem van de multiculturele maatschappij is dan ook meertaligheid. Een mens moet minstens twee talen beheersen. In Duitsland Duits, de taal van een buurland en de taal van het land van herkomst. Meertaligheid geeft je vanzelf een opener wereldbeeld en een flexibelere manier van denken’’.

Dat laatste is volgens Trojanow hard nodig omdat wij nog in 19de-eeuwse denkpatronen vastzitten: ,,In de 19de eeuw ontstond een complete rassenleer. Zo legde Robert Knox in The Races of Men uit dat het witte ras superieur is en dat de Aborigines moesten worden uitgeroeid. Niet alleen het filosofisch gefundeerde racisme dateert uit die tijd, maar ook het onschuldiger lijkende simplificerende denken. Het woord hindoeïsme bijvoorbeeld is een vondst van de Britten. Zij vatten de gecompliceerde religie van de mensen achter de Indus samen in een dom schema.’’

Empathie, verzucht Trojanow, kan zoveel conflicten oplossen. ,,De meeste haatconflicten ontstaan als je je niet kunt voorstellen een ander te zijn. Een Afrikaan of zo.’’ Wil hij daarmee zeggen dat we ook radicale moslims moeten begrijpen? ,,Natuurlijk! Begrijpen is nog niet goedpraten. Als je mensen begrijpt kun je ook je afkeer motiveren. Dat hoort bij een geciviliseerde maatschappij.’’ En als het begrip maar van één kant komt, als radicale moslims anderen niet willen begrijpen, wat dan? ,,Je hebt ook bij ons enorme fanatici. De evangelische sekten in Duitsland groeien harder dan de radicale islam. En verder: als het mijn overtuiging is dat ik mensen wil begrijpen verwacht ik niet dat een fanaticus mij ook begrijpt. We moeten met de problemen van de vrijheid leven. We kunnen niet zeggen: we willen een vrije maatschappij en tegelijk meer veiligheid.’’

Over onvrije maatschappijen, zoals Bulgarije onder het communisme, kan Trojanow meepraten. Hij werkt aan een boek over apparatsjiks en hij vertelt dat zijn familie van vaderskant uit grootgrondbezitters bestond: ,,In de stad Trojan, vandaar mijn achternaam. De familie van mijn vader is onteigend, daarom wilde mijn vader vluchten. Mijn vader neemt graag risico’s, hij kan overal slagen. Terwijl mijn moeder meer zo’n romantisch nostalgische ziel is. Ik heb iets van allebei. Ik neem graag risico’s, red me overal, en als schrijver ben ik ook een beetje romantisch’’.

In het Duits schrijft hij omdat hij die taal ,,ongelooflijk flexibel’’ vindt. ,,Het is een taal die koud en bureaucratisch kan klinken, maar ook heel zinnelijk en lieflijk. Duitsers dwepen met Spaans en Italiaans, maar het is een mythe dat Zuid- Europese talen mooier zijn. Luister maar eens hoe hard Spaans meestal klinkt! Het moeilijkste bij het schrijven van dit boek was: hoe spreekt een Afrikaan, of een Arabier of een Indiër, overtuigend in zijn eigen taal terwijl de roman in het Duits is geschreven. Ik heb geprobeerd dat probleem op te lossen door elke spreker een eigen ritme te geven. En ik heb veel inheemse woorden naar binnen gesmokkeld’’.

Zijn literaire leermeesters waren de grote romanciers uit de 19de eeuw: ,,Fransen en Russen, Gogol, Gontsjarov, Stendhal en Balzac, want zij schreven romans die de hele maatschappij weergeven, romans die sociologie, psychologie, politiek en metafysica verenigen in één groot bouwwerk. Maar ik houd ook van barokke schrijvers, van Rabelais, Swift en Grimmelshausen. En verder heb ik veel Afrikaanse en Indische literatuur gelezen. De Europese roman, de fantasten en de orale traditie: daar ben ik door gevormd.’’

Ilija Trojanow: De wereldverzamelaar. Vertaling José Rijnaarts. De Geus, 511 blz. € 24,90