Een rijk land vol rancune

Rusland gedraagt zich als een negentiende-eeuwse mogendheid die uit is op macht. Het defensiebeleid van het postmoderne Europa is daar te soft voor, zegt Robert Kagan.

Hoewel Rusland en de Europese Unie buren zijn, leven ze geopolitiek gezien allebei in een totaal ander tijdperk. De Europese Unie wil een eenentwintigste-eeuwse orde zijn die gefundeerd is op wetten en instellingen en niet op machtspolitiek. Rusland gedraagt zich daarentegen als een ouderwetse negentiende-eeuwse mogendheid.

Beide mogendheden zijn het product van hun verleden. De supranationale, legalistische Europese Unie is een antwoord op de conflicten van de twintigste eeuw, toen dit werelddeel tot twee keer toe door nationalisme en machtspolitiek werd verwoest. Het Rusland van Vladimir Poetin wordt, zoals de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastjev heeft opgemerkt, onder meer geïnspireerd door de bevinding dat de ‘postnationale politiek’ na de val van de Sovjet-Unie een mislukking is geworden.

Voor Europa vormen de jaren dertig van de twintigste eeuw de grote nachtmerrie – voor Rusland de jaren negentig. Europa zoekt het antwoord op zijn problemen in een streven dat boven zelfstandige staten en hun macht uitstijgt; voor de Russen ligt de oplossing juist in het herstel van die staten.

En wat gebeurt er wanneer een staatkundige eenheid uit de eenentwintigste eeuw botst met een negentiende-eeuwse mogendheid? De contouren van het conflict tekenen zich al af – in diplomatieke patstellingen rond Kosovo, Oekraïne, Georgië en Estland, in conflicten over gas- en oliepijpleidingen, in venijnige diplomatieke ruzies tussen Rusland en Groot-Brittannië, en in een terugkeer naar Russische militaire oefeningen zoals ze sinds de Koude Oorlog niet meer vertoond zijn.

De Europeanen maken zich zorgen, en terecht. Zij hebben in de jaren negentig massaal gegokt dat de geo-economie het zou winnen van de geopolitiek, in een nieuw tijdperk waarin een reusachtige, productieve Europese economie op voet van gelijkheid zou concurreren met de Verenigde Staten en China. In de veronderstelling dat de zachte krachten in waren en de harde krachten uit, besnoeiden zij hun defensiebegrotingen. Zij meenden dat de wereld een evenbeeld van de Europese Unie zou worden, met de EU als postmoderne supermogendheid.

Een tijdlang leek dit goed te gaan. Toen Rusland neergeveld lag, had Europa magnetische aantrekkingskracht op vrijwel alle landen van het Oosten, zeker met het vooruitzicht van een door Amerika gewaarborgde veiligheid. De bekoring van wat Robert Cooper het ‘vrijwillige imperium’ van Europa heeft genoemd, leek geen grenzen te kennen.

Maar nu is de Europese expansie vertraagd en misschien zelfs tot stilstand gekomen, en niet alleen omdat de Europeanen terugschrikken voor de toetreding van Turkije. Zij vrezen ook de wederopstanding van Rusland. Ze beseffen dat Europa door zijn uitbreiding naar het oosten is opgezadeld met een nieuwe oosterse kwestie. Of liever, met de oude oosterse kwestie: de eeuwenoude krachtmeting tussen Rusland en zijn naaste buren.

Dat was geen probleem zolang Rusland arm en zwak was, en maar al te graag aansluiting zocht bij het Westen. Maar Rusland – rijk en vol rancune – staat weer op eigen benen en zoekt geen aansluiting bij Europa, maar een eigen weg terug naar de status van grote mogendheid.

Poetin, die treurt om de val van de Sovjet-Unie, doet zijn best om weer de overheersende factor te worden in de Baltische landen en Oost-Europa, maar ook in Oekraïne, Georgië, Moldavië en wat de Russen verder nog allemaal beschouwen als het ‘nabije buitenland’. Maar de eerstgenoemde landen behoren nu officieel tot Europa, en de laatstgenoemde zijn voor de Europeanen hun ‘nieuwe buren’.

En zo zien de landen van de Europese Unie zich ineens verwikkeld in een typisch negentiende-eeuwse confrontatie. Na zich tien jaar lang vrijwillig te hebben teruggetrokken, zet Rusland zich nu weer schrap tegen de machtige aantrekkingskracht van Europa, en doet dat met ouderwetse machtsmiddelen.

Het land heeft een volledig embargo ingesteld op de handel met Georgië. Het heeft meermalen de olieleverantie aan Litouwen, Letland en Wit-Rusland opgeschort, het heeft de gastoevoer naar Oekraïne en Moldavië afgesneden, en Estland – wegens onenigheid over een sovjet-oorlogsmonument – gestraft met opschorting van het treinverkeer en met een cyberaanval op het computersysteem van de overheid.

Rusland ondersteunt afscheidingsbewegingen in Georgië en handhaaft gewapende strijdmachten op Georgisch grondgebied en in Moldavië. Het land heeft zich feitelijk teruggetrokken uit het Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa, waardoor het nu zijn troepen naar believen kan inzetten op zijn westelijke flank.

Peilingen wijzen uit dat de Europeanen steeds minder te spreken zijn over hun grote buur. De Franse president Nicolas Sarkozy heeft vorig jaar geconstateerd dat ,,Rusland zijn terugkeer op het wereldtoneel afdwingt door tamelijk grof zijn troeven, met name olie en gas, uit te spelen’’. Zelfs de Finse minister van Defensie maakt zich er zorgen over dat ,,militaire kracht’’ opnieuw een ,,essentiële factor’’ is geworden in de wijze waarop Rusland ,,zijn internationale betrekkingen onderhoudt’’.

Maar is Europa institutioneel en moreel wel in staat tot een adequate reactie? Is het zonodig bereid naar de wapens te grijpen?

Je kunt je gemakkelijk voorstellen dat de trillingen langs de Europees-Russische breuklijn uitlopen op een uitbarsting, een hevige confrontatie. Een crisis over Oekraïne, dat wil toetreden tot de NAVO, zou tot een confrontatie met Rusland kunnen leiden. Wrijving tussen de Georgische regering en door Rusland gesteunde separatistische bewegingen in Abchazië en Zuid-Ossetië zou aanleiding kunnen geven tot een militair conflict tussen Tbilisi en Moskou.

Wat zouden Europa en de Verenigde Staten doen als Rusland het hard speelt in Oekraïne of Georgië? Misschien wel niets, dat zou best kunnen. Het postmoderne Europa moet er niet aan denken dat het weer een confrontatie met een grote mogendheid zou moeten aangaan en zal al het mogelijke doen om dat te vermijden.

In de Verenigde Staten valt geen beleidswijziging van betekenis ten aanzien van Rusland te verwachten voordat de nieuwe regering aantreedt. Dat neemt niet weg dat met een confrontatie tussen Rusland en Oekraïne of Georgië een splinternieuwe wereld zou aanbreken – of misschien een heel oude wereld.

Velen in het Westen houden het liefst vol dat dit het tijdperk is van de geo-economie. Maar zoals een Zweedse analist heeft gezegd: ,,Wij bevinden ons in een nieuw tijdperk van de geopolitiek, dat valt niet te ontkennen.’’

Robert Kagan is verbonden aan de Carnegie Endowment for International Peace.© LAT/WP