Economie op stoom

Crisis? Welke crisis? De Nederlandse economie blijkt in volle vaart het jaar 2007 te hebben afgesloten. Het lijkt erop dat Nederland zich voorlopig met fraaie groeicijfers onttrekt aan de effecten van de internationale kredietcrisis. Het Centraal Bureau van de Statistiek berichtte gisteren dat in het vierde kwartaal van vorig jaar een recordgroei werd behaald van 4,4 procent. Dat betekent dat het bruto binnenlands product, de optelsom van alle binnen de landsgrenzen geproduceerde goederen in het afgelopen jaar, met 3,5 procent is toegenomen.

Het momentum, dat de economie eind vorig jaar bleek te bezitten, heeft ook gevolgen voor het lopende jaar. Statistische effecten zorgen ervoor dat, zelfs als in 2008 de groei van kwartaal op kwartaal minimaal zou zijn, er nog een zeer behoorlijke expansie uit de bus komt. De uitgelekte raming van het Centraal Planbureau, die overigens door het CPB niet is bevestigd, dat de economie in 2008 met nog maar 1,75 procent groeit lijkt daarom plotseling aan de lage kant. De jongste concrete cijfers zeggen genoeg: er is nog steeds een record aantal vacatures en de omzet in de detailhandel nam nog met een gezond tempo toe.

Dat neemt niet weg dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen de statistische werkelijkheid en de economie van alledag. Hier openbaren zich twee potentiële problemen. Het eerste is dat de economische groei vooral gedragen werd door de export en door de aardgasproductie. De uitvoer is afhankelijk van de ontwikkelingen op de buitenlandse markten. De Europese economie minderde wel degelijk vaart aan het einde van het jaar.

Aangezien de buitenlandse handel grote invloed heeft op de Nederlandse economische groei, mag worden verwacht dat zich hier een groeivertraging kan voordoen. De aardgasproductie is nogal wisselvallig, en drukte in de eerste helft van 2007 de groei, terwijl die er in de tweede helft juist door werd opgestuwd.

Nederland zal het in het komende jaar dus vooral moeten hebben van zijn binnenlandse dynamiek. Daar zit het voorlopig wel goed mee, maar hier openbaart zich een mogelijk tweede probleem. De inflatie is, voor Europese begrippen, laag en bedraagt nu 2 procent. Ontwikkelingen op de grondstoffenmarkten en op de binnenlandse arbeidsmarkt dreigen ervoor te zorgen dat de inflatie dit jaar oploopt.

Het zou onfortuinlijk zijn als de inflatie blijft stijgen terwijl de economische groei aan vaart verliest. Dat is een probleem dat meer Westerse landen delen. De Verenigde Staten stevenen dit jaar af op een zeer lage groei bij een inflatie van meer dan 4 procent. Voor de eurolanden geldt, in bescheidener mate, hetzelfde.

Stimulering van de economie, of een sterk versoepeld monetair beleid, zijn onder deze omstandigheden niet zonder gevaar. Voorlopig is het daarom het beste om de krachten binnen de economie, zonder ingrepen, hun gang te laten gaan. De crisis is daarvoor nog te abstract.