Echte geschiedenis staat soms theorie in de weg

In zijn reactie op het bizarre pleidooi van vijf islamitische Nederlanders dat de Nederlandse politiek en met name premier Balkenende stelling zou moeten nemen tegen het gestook van Wilders, betoont Frank Ankersmit zich werkelijk een hoogleraar ‘intellectuele en theoretische geschiedenis’. Hij onderschrijft immers voluit de opvatting van ene Robijn in diens boek Radicalen in Nederland „dat je in het Nederland van rond 1840, 1850 de meest infame dingen kon zeggen over God, Vaderland en Oranje, zonder dat een rechter bereid was om daar actie op te ondernemen”. Is het Ankersmit ontgaan dat iemand als Ferdinand Domela Nieuwenhuis nog in 1886, ook in hoger beroep en in cassatie, voor majesteitsschennis werd veroordeeld tot een jaar eenzame opsluiting, ook wel bekend als ‘Domela moet zakkies plakken, hi, ha, ho’? En dat vanwege een artikel waarvan het vrijwel zeker was dat ‘us forlosser’ het niet had geschreven? De worsteling met theorie en praktijk van de vrijheid van meningsuiting heeft echt veel langer geduurd, getuige ook het Ezelsproces tegen Gerard van het Reve en recenter nog het gedoe om een op koningin Juliana gelijkende dame die spruitjes schoonmaakte. De echte geschiedenis staat soms het intellect en de theorie in de weg.