‘Die nieuwe directeur, dat ben ik’

De aanstelling van Wim Pijbes (46) bij het Rijksmuseum laat zien via welke weg de ambitieuze kunsthistoricus tegenwoordig krijgt wat hij hebben wil. Via de weg van de Raad van Toezicht.

Er zijn inmiddels 2100 verzelfstandigde kunstinstellingen in Nederland en bijna allemaal hebben ze een Raad van Toezicht. De leden van die Raad controleren de directie vooral op financieel en personeelsgebied. Leden van een Raad van Toezicht werken traditioneel onbezoldigd en vrijwillig. Natuurlijk: zo’n lidmaatschap staat niet vervelend op je cv. Maar als carrière-instrument is zo’n Raad niet bedoeld.

Wim Pijbes is de eerste die als lid van een Raad van Toezicht de overstap maakt naar de directeurspositie van dezelfde instelling als waarop hij toezicht hield – in dit geval het Rijksmuseum. Dat is zo’n ongebruikelijke stap dat de Code Cultural Governance, vorig jaar in opdracht van het ministerie van OCW gepubliceerd, er niet eens melding van maakt. In het bedrijfsleven – hét ijkpunt voor culturele beleidsmakers van nu – kennen ze alleen de gedelegeerde commissaris: iemand die de zaken een tijdje waarneemt als een bedrijf in financiële crisis verkeert. Zodra de boel weer op orde is, wordt er een nieuwe directeur gezocht.

Pijbes was zo’n anderhalf jaar lid van de Raad van Toezicht van het Rijksmuseum, toen directeur Ronald de Leeuw bekendmaakte dat hij er op zijn zestigste mee wilde stoppen. Er kwam een sollicitatiecommissie: Wim Pijbes zat er als één van de drie leden van de Raad van Toezicht in. De sollicitatiecommissie stelde een vrij algemeen profiel op: de nieuwe directeur moest passen binnen de missie van het toekomstige Rijksmuseum, waar geschiedenis en kunst in een opwindende mengeling aan het publiek vertoond zou worden.

Er kwam een internationale headhunter. Er kwam een longlist van zo’n twintig kandidaten uit binnen- en buitenland. Iedereen verwachtte iemand van allure, van het formaat van Philippe de Montebello uit het New Yorkse Metropolitan Museum of Henri Loyrette van het Louvre in Parijs.

Maar toen bleek dat aan het profiel dat Pijbes had helpen opstellen, eigenlijk maar één persoon écht beantwoordde. „Die nieuwe directeur van het Rijks, inderdaad, dat ben ík”, moet Wim Pijbes hebben gedacht. En dus kwam zijn naam uit de bus bij de laatste ronde met twee kandidaten afgelopen januari.

Vanaf het moment dat hij solliciteerde is Wim Pijbes netjes uit de sollicitatiecommissie gestapt. Binnen de Raad van Toezicht functioneert hij op voet van gelijkwaardigheid tot hij in juli directeur wordt. Daarna verandert de rolverdeling en controleert de Raad Pijbes’ doen en laten. Het is de vraag of de Raad zich met deze benoeming niet in een lastig parket heeft gemanoeuvreerd. Want hoe eenvoudig is het om een collega met wie zo nauw is samengewerkt straks objectief en kritisch te volgen?