Belastingbetaler betaalt redding bank

De kapitaalinjectie van de Duitse overheid voor de bank IKB, ter hoogte van 1,5 miljard euro, stelt op zichzelf niet zoveel voor. Zij voegt slechts zo’n 3 procent toe aan het totale kapitaal dat aan banken ter beschikking is gesteld ter compensatie van de geleden verliezen ten gevolge van de aanhoudende kredietcrisis. Maar de jongste donatie is wel een teken dat regeringen een grotere rol op zich gaan nemen bij het te hulp schieten van banken.

De Duitse autoriteiten willen dat de privésector eenderde betaalt van de jongste kapitaalinjectie, die volgt op de 6,2 miljard euro die de staatsbank KfW in IKB heeft gestoken. Maar de andere banken houden de hand op de knip. Waarom zouden ze hun geld in een bodemloze put gooien, als de belastingbetalers zo makkelijk voor de rekening kunnen opdraaien?

Duitsland heeft wellicht een bijzonder probleem. Een groot deel van het Duitse banksysteem is in handen van de staat, en dat deel is – te oordelen naar de problemen van IKB, Sachsen LB en WestLB – extra gevoelig gebleken voor ongelukken.

Maar ook de Britse regering aarzelde niet om een reddingsoperatie op touw te zetten voor Northern Rock, een kleine en volledig in privébezit verkerende bank, die in acute geldnood kwam. En ook in de Verenigde Staten is zich snel brede steun aan het ontwikkelen voor uitgebreide, door de overheid gefinancierde programma’s om geplaagde hypotheekverstrekkers – en -afnemers – te hulp te schieten.

Ieder nieuw Amerikaans initiatief zou slechts een aanvulling zijn op de indirecte steun die al wordt verleend door de semipublieke hypotheekbanken. En er zouden al veel meer banken in ernstige problemen zijn gekomen als de Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) de rente niet zo razendsnel had verlaagd.

De Amerikaanse regering heeft geen rechtstreekse reddingsoperaties van individuele banken gefinancierd. En als de steun voor de hele sector ruim genoeg blijkt, zal dat misschien ook niet nodig zijn. Maar het is moeilijk te geloven dat de autoriteiten in de Verenigde Staten – of in welk rijk land dan ook – zelfs maar een middelgrote instelling failliet zouden laten gaan.

De overwegingen van de overheid zijn eenvoudig te begrijpen. Banken zijn van cruciaal belang voor de hedendaagse, van kredieten afhankelijke economieën. En het inroepen van de steun van binnenlandse belastingbetalers is politiek beter verteerbaar dan een uitverkoop aan buitenlandse staatsbeleggingsfondsen, die tot nu toe het voornaamste alternatief zijn geweest.

Maar de bereidwilligheid van regeringen om steun te verlenen betekent ook dat degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan onverantwoorde gokken nu een ‘eervolle aftocht’ wordt geboden. Niet alleen hebben de bonussen en andere vergoedingen van bankiers overal recordniveaus bereikt, maar ook de bankaandelen hebben het niet al te slecht gedaan. Zelfs na de koersval van 20 procent, sinds het hoogtepunt van afgelopen zomer, staat de MSCI global banks index (de voornaamste graadmeter voor de mondiale banksector) nog steeds hoger dan de markt in zijn geheel.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com