Vogelaar heft kwaadschiks de verwarring op

Minister Vogelaar dwingt corporaties mee te betalen aan de wijkplannen. „Het probleem is dat dit kabinet zelf geen cent uittrekt voor de wijkverbetering.”

Zeven uur had de Tweede Kamer afgelopen najaar nodig om met minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie, PvdA) over haar plannen voor wijkverbetering te spreken. Maar wie parlementariërs na afloop van de debatten vroeg op welke manier de corporaties nou zouden meebetalen, een van de meest essentiële onderdelen van het plan, kreeg onsamenhangende verhalen te horen.

Een dag voor Prinsjesdag kwam de minister na moeizame onderhandelingen met de corporaties overeen dat zij de komende tien jaar 2,5 miljard euro extra zouden investeren in veertig achterstandswijken. Maar de manier waarop deze belofte zou worden ingelost – via een complex investeringsfonds – heeft vanaf het begin voor verwarring gezorgd. Bij de corporaties, bij de minister en bij Tweede-Kamerleden. Die situatie is nu voorbij als het aan Vogelaar ligt. Weg vrijwillige bijdrage, de minister verplicht de corporaties te betalen.

Het investeringsfonds waarmee rijke corporaties hun arme collega’s in de achterstandswijken wilden helpen, is eigenlijk nooit levensvatbaar geweest. Het Centraal Fonds Volkshuisvesting, de toezichthouder, kwam tot de conclusie dat corporaties in de achterstandswijken helemaal niet armer waren dan de collega’s buiten de wijken. Omdat de ‘krachtwijken’ van Vogelaar zich voornamelijk in de grote steden bevinden, zou het fonds vooral geld van kleinere corporaties uit de polder naar de grote corporaties sluizen. Was dat wel de bedoeling? Bovendien bleek het fonds helemaal geen kapitaal van buiten de wijken naar corporaties binnen de wijken op gang te brengen.

Sindsdien is er door koepelorganisatie Aedes tot viermaal toe gesleuteld aan varianten. Allemaal zonder het beoogde effect, volgens Vogelaar: er stroomde niet 750 miljoen euro van corporaties buiten de wijken naar corporaties binnen de wijken. Dus nu gaat het kwaadschiks gebeuren.

„Heel ernstig”, zegt Brigitte van der Burg van de VVD. „De minister heeft hoge verwachtingen gewekt met de wijken, maar zij maakt er een puinzooi van. Er gebeurt veel te weinig. Nu ja, er gebeurt wel wat, maar dat is ondanks de minister en niet dankzij”.

Ook de SP is kritisch op de botsing tussen corporaties en Vogelaar. „Het wijkenplan wordt een rampenplan”, zegt Paulus Jansen. „De minister handelt erg onverstandig om het laatste voorstel van de corporaties niet te accepteren. Het grote probleem is dat dit kabinet zelf geen cent uittrekt voor de wijkverbetering.”

De VVD zegt ook dat het probleem vooral bij de portemonnee van Vogelaar zelf ligt. „Het geld dat er is moet van andere ministeries komen. Maar Vogelaar heeft daar geen bevoegdheden over”, benadrukt Van der Burg. „Ondertussen zijn de verhoudingen met de corporaties volledig verziekt en je vraagt je af waarvoor. Welk probleem is de minister eigenlijk aan het oplossen? Eigenlijk is er geen financieringsprobleem in de wijken. Het echte probleem is dat de minister zelf geen geld heeft.”

De SP-fractie stoort zich nog steeds aan de winstbelasting die minister Bos (Financiën, PvdA) bij corporaties introduceerde. „Toen is het verkeerde signaal afgegeven: corporaties om meer bijdrage in de wijken vragen en tegelijkertijd een heffing van 500 miljoen opleggen. Van dat geld worden straks de extra politieagenten en voorzieningen betaald”, aldus Jansen.

Het CDA is somber. „De heffing is uiterst betreurenswaardig”, zegt Bas Jan van Bochove. Hij deelt de analyse van de minister dat het fonds onvoldoende geld opbrengt, maar zegt niet te willen zwartepieten. Het CDA wijst erop dat de minister de corporaties weer tegenkomt bij afspraken over het aantal nieuwe woningen, over energiebesparing en bij alle lokale wijkplannen. Van Bochove hoopt op een tweede ‘Doekle Terpstra’ die kan bemiddelen. „Volgens mij liggen de standpunten van Aedes en Vogelaar niet zo ver uit elkaar, maar is het vertrouwen tussen de twee partijen kennelijk verdwenen. De minister, de corporaties en de huurders hebben er een geweldig belang bij dat er een werkbare situatie bestaat.”