Via wormgaten over de wereld ‘jumpen’

Jumper Regie: Doug Liman. Met: Hayden Christensen, Jamie Bell, Rachel Bilson, Samuel L. Jackson. In: 85 bioscopen.

In de proloog van Jumper, die wereldwijd in première gaat op Valentijnsdag, onthult David dat hij een speciale gave heeft. Hij is een ‘jumper’ die supersnel via wormgaten over de hele aarde kan springen. Ontbijten op de Sfinx van Gizeh, lunchen bij het Colosseum en dineren in een sjiek Londens hotel, dat soort dingen. David is een soort thrillseeker, maar erg avontuurlijk is hij niet. Hij blijft een toerist die nauwelijks buiten de gebaande paden gaat.

Maar daar gaat de film niet over. Jumper is een typische ‘high concept’-blockbuster, met zijn eigen mythologie en regels. De jumpers – David blijkt de enige niet – worden achterna gezeten door Paladijnen, figuren die vinden dat jumpers God belasteren door dingen te doen die aan Hem voorbehouden zijn. De Paladijnen worden terloops gekarakteriseerd als religieuze extremisten, maar daar gaat de film ook al niet over.

Jump-groentje David sluit een pact met de cynische en door de wol geverfde Griffin, een jumper die zich heeft gespecialiseerd in het doden van de Paladijnen – liefst voert hij ze levend aan de haaien.

Hayden Christensen, die David speelt, is niet de meest expressieve acteur. De film wordt dan ook van hem gestolen door de Britse acteur Jamie Bell (ooit Billy Elliott) als Griffin. Griffins oneliners zijn veel geestiger, uitgesproken met een sappig Cockney accent.

In het begin van Jumper laat Liman veel panoramische, uit de helikopter gefilmde shots zien. Als David meer leert over zijn magische krachten en de dodelijke dreiging van zijn tegenstanders, wordt de film dynamischer en is de montage letterlijk flitsend: elke keer als David en Griffin door het tijdruimtecontinuüm springen, flitsen ze uit en weer in beeld. Het open einde suggereert een sequel. Hopen dat die spannender wordt.