Staalhausse loopt ten einde

De staalindustrie lijkt op het punt te staan van stagnerende of zelfs dalende winsten. De kredietcrisis is de hoofdschuldige.

De mondiale staalindustrie lijkt voor een keerpunt te staan. Dankzij de aanhoudende groei van opkomende economieën als China en India boekten staalproducenten de afgelopen tijd aanzienlijke rendementen. De industriële honger naar metaal stuwde de prijs naar recordhoogten en dreef de marges, ook voor beleggers, flink op. Maar er zijn andere, nieuwe factoren die druk zetten op de winst.

Het waren historische resultaten die ’s werelds grootste staalconcern Arcelor Mittal gisteren presenteerde. De brutowinst steeg in 2007 met 27 procent ten opzichte van het voorgaande jaar, naar 19,4 miljard euro (13,3 miljard euro). De nettowinst viel ruim 30 procent hoger uit dan in 2006 en bedroeg 10,3 miljard dollar. Ondanks dat de resultaten naar de verwachting van beleggers waren, reageerden deze echter uiterst negatief. De koers van het aandeel ging in de vroege uren gisteren hard onderuit: op de Amsterdamse beurs noteerde het aandeel rond het middaguur 46,60 euro, ruim 5 procent lager dan de slotkoers van de dag ervoor. De vraag is waarom.

Volgens staalanalist Tom Muller van zakenbank Theodoor Gilissen heeft dat vooral te maken met de vooruitzichten voor de komende periode. Arcelor Mittal gaf tijdens een persconferentie in Luxemburg aan dat het concern in het eerste kwartaal van 2008 een winst verwacht te maken die min of meer gelijk is aan de winst in het laatste kwartaal van 2007. „Het lijkt erop dat de winstgroei stagneert.” Muller voegt daaraan toe dat de nettowinst in het laatste kwartaal van 2007 ook al licht onder de verwachting van beleggers was.

Die stagnerende winst is op zijn minst opmerkelijk. Volgens topman en grootaandeelhouder Lakshmi Mittal zou de winstgroei over afgelopen jaren vooral te danken zijn aan de toenemende vraag naar staalproducten in China, die de prijzen naar recordhoogten opstuwt. Die vraag lijkt voorlopig niet af te remmen.

Maar volgens Muller moet de reden voor een vertraging niet gezocht worden in het Verre Oosten maar juist dichtbij, in de VS. En ten dele ook in Europa. Daar zal de komende tijd volgens hem namelijk een periode van „economische vertraging” optreden. Die is het gevolg van de kredietcrisis die de wereld alweer enkele maanden in zijn greep houdt. Doordat banken in problemen zijn geraakt, willen zij minder kredieten verstrekken. Dat raakt de reële economie. Waardoor uiteindelijk de vraag naar staal zal dalen.

Daar komt bij dat de inkoopkosten van Arcelor Mittal (net als van andere producenten) verder zullen stijgen. De groeiende vraag naar staal zorgt namelijk voor een navenante prijsstijging in grondstoffen, zoals ijzererts en kolen. Met de consolidatieslag die nu plaatsvindt in de grondstoffensector (het Australische mijnbouwconcern en wereldmarktleider BHP Biliton is verwikkeld in een hevige overnamestrijd met de Braziliaanse concurrent en nummer drie Rio Tinto) is de verwachting dat die prijzen verder zullen stijgen.

Voor een deel probeert Arcelor Mittal dit drukkende effect op de marges te omzeilen door gebruik te maken van eigen mijnen. Het concern voorziet hiermee bijvoorbeeld voor de helft in zijn behoefte aan grondstoffen. Daarnaast kan het concern de dalende marges tegengaan door te groeien door overnames. Dat krikt de winst kunstmatig op. Het concern had voor 2007 35 acquisities gepland waarvan het er 14 heeft afgerond. Het kocht ondere andere drie mijnen in Rusland en een productiefaciliteit in Egypte. In totaal investeerde het bedrijf 5,4 miljard dollar. Voor 2008 staat nog eens 3,7 miljard aan investeringen gepland. De halverwege 2006 afgeronde fusie tussen Arcelor en Mittal leverde bovendien 1,4 miljard dollar aan synergievoordelen op. Maar uiteindelijk zal dit alles niet voldoende zijn, denkt Muller.

Analist Johan Rode van de Britse bank Citigroup in Londen deelt de visie van Muller. Hoewel hij nog redelijk positief is over het komende kwartaal heeft hij „zorgen over de gevolgen van kredietcrisis op lange termijn”.

Logischerwijs spelen de effecten van een economische vertraging in de VS en Europa vooral die bedrijven parten die hun activiteiten in deze regio’s hebben geconcentreerd. Zoals Thyssen Krupp, de Duitse staalgigant. Het concern liet gisteren al een winstdaling zien van 35 procent voor het eerste kwartaal in het gebroken boekjaar 2007-2008, ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De nettowinst kwam uit op 414 miljoen euro. Het jaar daarvoor was dat 614 miljoen euro.

Ook volgens Thyssen Krupp zou de daling met name veroorzaakt zijn door een dalende vraag naar roestvrij staal in Europa. Net als bij Arcelor Mittal reageerden beleggers teleurgesteld op de verwachtingen voor komende kwartalen: het aandeel zakte halverwege gisterenmiddag weg met iets meer dan 3 procent ten opzichte van de slotkoers een dag eerder.

Wanneer de sector weer betere tijden staan te wachten? Muller denkt dat het een fase in de conjunctuur is. „Ik verwacht dat dit niet langer dan een jaar of anderhalf zal duren. Hopelijk heeft de industrie zich herpakt in 2009.”

Hoe het de andere staalconcerns vergaat blijft nog even gissen. De cijfers van het Indiase Tata, dat vorig jaar nog het Brits-Nederlandse Corus overnam, worden in maart gepubliceerd.