Praatjes vullen geen gaatjes

En: voor wie bent u? Voor Obama? Of voor Hillary? Of misschien voor McCain? Viceminister-president Bos weet het al: hij is voor Obama. Begrijpelijk, maar niet zo verstandig van hem om die voorkeur uit te bazuinen. Wat zou zijn reactie – en die van zijn partij – zijn als president Bush zou zeggen dat hij liever het CDA of de VVD de verkiezingen zou zien winnen dan de PvdA?

Ja, maar – zo hoor ik al ter verschoning van Bos zeggen – Bos’ invloed reikt minder ver dan die van een Amerikaanse president, dus zijn adhesiebetuiging aan Obama doet er niet zoveel toe. Als dat zo is – en het is waarschijnlijk zo – was het dan nog nodig dat hij het droevig bewijs van Nederlands irrelevantie leverde?

Het was dorpspolitiek die bij Bos primeerde boven overwegingen van internationale politiek. Hij wilde natuurlijk zijn achterban tonen dat hij uit het juiste hout gesneden is. Zoiets maakt een politicus in Nederland populair, maar ook in het buitenland?

Overigens had Bos ook hier een illustere voorganger in Joop den Uyl. Aan de vooravond van de Amerikaanse verkiezingen van 1972 sprak die zijn voorkeur uit voor de Democratische kandidaat McGovern, want president Nixon vond hij een „stuitend alternatief”. Weliswaar droeg Den Uyl, anders dan Bos nu, nog geen regeringsverantwoordelijkheid, maar hij kon dat elk ogenblik gaan doen. En inderdaad zou dat zes maanden later gebeuren. Niet zo verstandig dus om een bevriend staatshoofd te beledigen.

Gelukkig voor hem heeft hij nooit een tête-à-tête met Nixon gehad, die door zijn ambassade zeker op de hoogte is gehouden van Den Uyls opvatting. Een paar jaar later echter wist hij president Ford te ergeren. Met hem had hij een werkdiner in het Witte Huis. Helaas werd de gastheer voortdurend van tafel weggeroepen, omdat er juist een Amerikaans vrachtschip in Cambodjaanse wateren was gekaapt en zijn oordeel in die crisis werd gevraagd. Die onderbrekingen ergerden Den Uyl zichtbaar (zoals Ford in zijn memoires vertelt). De temperatuur aan tafel daalde dus tot het vriespunt.

Ook hier kan weer de vraag gesteld worden: hoe zou Den Uyl gereageerd hebben als hij in een soortgelijke situatie door een buitenlandse regeringsleider over andere zaken aan zijn kop zou worden gezeurd? Bijvoorbeeld tijdens de Molukse treinkaping bij Wijster, waarvoor hij twee jaar later zou komen te staan? Zo zien we hoe Nederlandse politici er altijd onfeilbaar in slagen zich met hun eigenwaan in het buitenland geliefd te maken.

Maar intussen is nog niet de vraag beantwoord naar de voorkeur van de gewone Nederlander voor deze of gene kandidaat in de Amerikaanse verkiezingen. Laat ik met mezelf beginnen: ik heb een zwak voor McCain – niet omdat hij Republikein of conservatief is, maar omdat hij getoond heeft moed te hebben: tijdens de ruim vijf jaar dat hij als krijgsgevangene gefolterd werd in Noord-Vietnam (welks humaniteit toen door links Europa werd geprezen), maar ook in de Amerikaanse politiek door zijn onafhankelijke stellingnames, die hem de haat van het Republikeinse establishment bezorgden.

Maar dat zegt helemaal niet dat ik van mening ben dat McCain ook een goede president zou zijn. Er zijn ook bezwaren tegen hem. Maar belangrijker is dat mijn sym- of antipathie volkomen irrelevant is – irrelevanter nog dan die van Bos. Ik verbaas mij dan ook over de exercities in futiliteit waaraan Nederlandse politici en media zich overgeven wanneer zij, pratend of schrijvend over de Amerikaanse verkiezingen, het terrein van de informatie en analyse verlaten en partij gaan trekken. Maar de karavaan trekt verder zonder zich iets aan te trekken van het geblaf van de hondjes.

Natuurlijk verdienen de Republikeinen, na de rampzalige acht jaren van Bush, de verkiezingen te verliezen, en zoals het er nu naar uitziet, zullen zij dit ook doen. Maar zal het bewind van een Democratische president zoveel beter uitpakken voor Europa, waarvan Nederland deel uitmaakt?

De vervreemding die de laatste jaren tussen Europa en Amerika is ontstaan, heeft op zichzelf niets met het beleid van Bush te maken. Zij was al sinds het einde van de Koude Oorlog voorgeschreven. Bush heeft dit proces alleen maar versneld en verscherpt. En intussen zijn in andere delen van de wereld nieuwe kolossen opgekomen, die steeds meer Amerika’s aandacht vergen – ten koste van die voor Europa.

Daarbij komt dat ook een Democratische president, bij het beredderen van de failliete boedel die Bush vooral in Irak en Afghanistan nalaat, een beroep zal doen op zijn Europese bondgenoten. Of de Amerikaans-Europese betrekkingen beter zullen worden dan zij vorige week op de NAVO-conferentie in Vilnius bleken, zal dus ook van de Europeanen afhangen.

En dat hangt weer mede af van de wijze waarop de economische recessie die het Westen nu meemaakt, zich verder voltrekt. Wordt zij erger, dan zullen zowel de Amerikanen als de Europeanen zich steeds meer op hun eigen problemen concentreren – ten nadele van de onderlinge samenwerking. Het feit dat de Democraten over het algemeen meer geporteerd zijn voor protectionisme dan de Republikeinen, stemt niet tot optimisme.

Wouter Bos, die als eerste verantwoordelijk is voor Nederlands financieel-economische gezondheid, zal misschien wel reden krijgen zijn uitspraak over de Amerikaanse verkiezingen te betreuren. Het ergst eraan is niet dat zij onjuist was – net zomin als Den Uyls karakterisering van Nixon onjuist was – maar dat zij volkomen onnodig en misschien zelfs schadelijk was. Praatjes vullen geen gaatjes.

U kunt reageren op nrc.nl/heldring(Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie).