Politieke toets op overname heikel punt

Het kabinet besluit morgen hoe Nederland om moet gaan met de opmars van buitenlandse staatsfondsen. De Tweede Kamer aarzelt hoe nationale belangen het beste gewaarborgd zijn.

Op een februaridag in 2006 sloeg in Amerika de vlam in de pan. Het staatsbedrijf Dubai Ports World uit de Verenigde Arabische Emiraten had net bekendgemaakt dat het in een aantal havens in Amerika wilde investeren. Dat stuitte op grote weerstand. De nationale onafhankelijkheid loopt gevaar, riepen senatoren. Het Arabische bedrijf was niet welkom en nam de wijk – naar Rotterdam.

In de Maasstad werd Dubai Ports met open armen ontvangen. „Een fantastische ontwikkeling”, zei eurocommissaris Kroes (Mededinging) vorige maand op het jaarlijkse uitje van topmanagers in Davos. „Zo krijgen wij ook meer concurrentie tussen de containerterminals in Rotterdam. Ik heb geen reden om te twijfelen aan de commerciële motieven van buitenlandse staatsfondsen.”

Intussen is Dubai Ports met een belang van 30 procent de grootste aandeelhouder in het consortium dat een containerterminal op de Tweede Maasvlakte gaat bouwen. Dat Dubai Ports een staatsbedrijf is, dat via een holding eigendom is van de regering van Dubai, zorgde in Nederland niet voor ophef.

Toch leidt de snelle opmars van buitenlandse staatsfondsen en staatsbedrijven uit het Midden-Oosten, China en Rusland voor zoveel politieke onrust, dat minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) en minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) er een uitvoerige notitie over geschreven hebben die morgen in het kabinet wordt besproken.

Kamerleden zijn bezorgd. Want wat doet Nederland als een staatsfonds een belang in bijvoorbeeld Nuon of ING wil nemen? „Staatsfondsen zijn niet transparant. We weten niet wat ze beogen”, zegt PvdA-Tweede Kamerlid Paul Tang. „Zijn het beleggers of investeerders, hebben ze economische of ook politieke bedoelingen? Daar moet duidelijkheid over komen”, vindt Tang. „Tegelijkertijd moeten de publieke belangen van Nederland worden veiliggesteld.”

Dat vindt ook Jan ten Hoopen, CDA-Kamerlid. „We weten niet of ze politieke doelen nastreven, we weten wel dat deze staatskapitalisten over enorme veel geld beschikken en in handen zijn van autoritaire, niet-democratische regimes.” Een staatsbedrijf als het Russische Gazprom noemt hij „zeer bedreigend” voor Nederland. „Het is bijzonder onwenselijk als dergelijke staatsbedrijven onze energiebedrijven, de watervoorziening of de luchthaven Schiphol zouden overnemen.” Hij pleit ervoor snel maatregelen op Europees niveau te nemen.

Het aantal staatsfondsen neemt ook in aantal en in omvang toe. De hoeveelheid geld waarover deze fondsen beschikken groeit stormachtig. De Britse bank Standard Chartered, die de belangrijkste twintig staatsfondsen heeft onderzocht, schat dat ze samen zo’n 2.200 miljard dollar beheren. Binnen tien jaar zal dit bedrag zijn verveelvoudigd tot 13.400 miljard dollar. De beurswaarde van een grote Nederlandse bank als ING (70 miljard euro) lijkt daarbij een schijntje.

De rijkdom wordt vooral verworven met de opbrengsten uit olie, gas en andere grondstoffen. Het meeste kapitaal zit in het Midden-Oosten (Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten), Singapore, Rusland, China en Noorwegen. Ook Alaska en Canada hebben over staatsfondsen.

De fondsen gedragen zich tot nog toe als voorbeeldige beleggers, blijkt uit onderzoek van Standard Chartered en het IMF. Ze nemen kleine belangen in bedrijven, richten zich op lange termijnbeleggingen en bemoeien zich niet met het beleid. Sinds het uitbreken van de kredietcrisis fungeren staatsfondsen uit Singapore, Koeweit en China als redders in nood door banken van miljardeninjecties te voorzien.

Maar zullen de staatskapitalisten op een dag niet hun ware gezicht laten zien en hun groeiende economische macht wel gebruiken voor nationale politieke doeleinden, is de vraag die politici in het Westen bezighoudt. De Franse president Sarkozy en de Duitse bondskanselier Merkel zijn er niet gerust op. De Russische president Poetin heeft Gazproms invloed al eerder aangewend om druk op buurlanden uit te oefenen. En stel dat staatsfondsen niet volgens economische motieven handelen, maar er op uit zijn de technologie uit Duitsland te halen, vroeg Bernd Pfaffenbach, Merkels economische topadviseur, zich in Davos nog af.

Hoe vitale nationale belangen te beschermen zonder dat je afglijdt naar protectionisme en buitenlandse investeerders kopschuw maakt, is de vraag waarvoor ook het Nederlandse kabinet zich gesteld ziet. Daarom zijn de ministers Bos en Van der Hoeven terughoudend met maatregelen. Publieke belangen moeten in ieder geval door de overheid worden gewaarborgd, vindt Bos. In de jongste nota over staatsdeelnemingen heeft hij al aangegeven dat de zeggenschap over strategische sectoren zoals water, energienetwerken, de luchthaven Schiphol, Gasunie en Prorail veilig in handen van de staat moet blijven.

Ook Van der Hoeven liet het najaar in een Kamerdebat weten, dat „vitale sectoren zoals energie en infrastructuur buiten ongewenste invloed moeten worden gehouden”. In een politieke toets op overnames zoals de SP bepleit ziet ze niets. „Als Nederland de eigen deuren op slot doet, waardoor buitenlandse investeringen aan ons voorbijgaan, zijn wij niet goed bezig.”

De deur moet niet op slot, vindt ook PvdA-Kamerlid Tang. „Maar we moeten de sleutel wel kunnen omdraaien als een staatsfonds wel degelijk politieke motieven blijkt te hebben”, zegt Tang. In dat geval moet de ondernemingskamer de mogelijkheid krijgen om staatsfondsen, die een belang hebben in een Nederlandse bank of bedrijf het stemrecht tijdelijk te ontnemen. CDA-Kamerlid Ten Hoopen ziet meer in toetsing vooraf. „Laat de Europese Commissie toetsen. Dan blijf je strategisch sterk en ondergraaf je de Europese markt niet.”