Parlement Irak aanvaardt in één klap drie wetten

Het Iraakse parlement heeft gisteren drie belangrijke voorstellen aangenomen, inzake provinciale verkiezingen, de begroting voor 2008 en een beperkte amnestie voor gevangenen in Iraakse hechtenis. De drie werden als één pakket bij consensus aangenomen omdat ze afzonderlijk geen meerderheid konden krijgen. Elke gemeenschap – shi’ieten, sunnieten en Koerden – kreeg nu wel iets van haar gading.

De Amerikaanse autoriteiten verwelkomden de actie van het parlement als een aanwijzing dat de Iraakse gemeenschappen wel degelijk fundamentele compromissen kunnen sluiten die de weg kunnen banen naar verzoening. Na een lange periode van politieke inertie was vorige maand een wet goedgekeurd die de terugkeer in overheidsfuncties van sommige leden van Saddam Husseins Ba’athpartij mogelijk maakt. Maar daaraan zijn dusdanig stringente voorwaarden verbonden dat de beoogde begunstigden van de maatregel, de sunnieten, er scherpe kritiek op leverden. Zij eisen wijziging van de wet. Overeenstemming over de belangrijkste verzoeningsmaatregel die Washington eist, de oliewet, is niet in zicht.

De eerste provinciale verkiezingen werden indertijd geboycot door de sunnitische gemeenschap, waardoor zij ook in sunnitische gebieden zijn ondervertegenwoordigd. Nieuwe verkiezingen, die later dit jaar worden gehouden, moeten dit rechttrekken. Tegelijk maakt de nieuwe wet het voor provincies mogelijk samen een regionaal orgaan te vormen, dat veel beslissingen van de centrale regering in Bagdad overneemt. Dit was een wens van de meeste shi’itische partijen.

De amnestiewet is het voordeligst voor de sunnieten, die veruit het grootste deel uitmaken van de naar schatting 26.000 gevangenen onder Iraakse controle. Daarnaast houden de Amerikanen nog ongeveer evenveel gevangenen vast, die echter niet van de amnestie profiteren. Het grootste sunnitische politieke blok, het Overeenstemmingsfront, had zijn terugkeer in de regering afhankelijk gesteld van een amnestie.

De begroting ten slotte is een concessie aan de Koerden. Zij geeft de Koerdische regio 17 procent van de inkomsten van het land, na aftrek van de kosten van federale ministeries die het hele land dienen, wat volgens sunnieten en shi’ieten te veel is. De Koerden hadden gedreigd de regering ten val te brengen als zij geen 17 procent kregen. Het percentage wordt – na een census – volgend jaar opnieuw bekeken. (Reuters, AP)