Nutreco wil meer ruimte gengewas

Om de groeiende wereldbevolking te kunnen blijven voeden moet er meer ruimte komen voor gebruik van gengewassen en diermeel in diervoer. Dit zei Wout Dekker, topman van vee- en visvoerproducent Nutreco, vandaag bij de publicatie van de jaarcijfers.

Nutreco boekte vorig jaar een stijging van de nettowinst met 7,6 procent tot 113 miljoen euro bij een groei van de omzet met 33 procent tot ruim 4 miljard euro. Van deze omzetgroei à 1 miljard euro komt ruim een derde (375 miljoen euro) voort uit de stijging van de prijzen van grondstoffen die Nutreco in vee- en visvoer verwerkt, zoals soja of tarwe. Deze prijsstijgingen zijn voor Nutreco winstneutraal omdat het deze stijgingen direct door kan berekenen.

Nutreco is nog steeds op overnamepad, aldus Dekker, om de doelstelling uit 2006 te halen. Het bedrijf streeft naar een verdubbeling van de winst vóór belastingen in 2010 tot 230 miljoen euro. Dit jaar stopte de teller op 155 miljoen euro, 30 miljoen euro meer dan in 2006. Vorig jaar kocht Nutreco het Canadese voederbedrijf Maple Leaf en het onderdeel Premix (voedingselementen) van het Duitse chemieconcern BASF.

Europa voert een „achterhoedegevecht”, meent Dekker, als het gaat om de trage invoering van gengewassen en het verbod op het gebruik van diermeel in veevoer, terwijl de wereld aankijkt tegen een groeiend tekort aan dierlijke eiwitten. Hij wil „geen ethisch oordeel” geven over gengewassen, maar constateert wel dat de rest van de wereld harder loopt.

Gengewassen zijn nodig, aldus Dekker, om bijvoorbeeld soja zo te prepareren dat het kan worden gebruikt als vervanger van vismeel en visolie in voer voor kweekzalm. Op die manier wil Nutreco bereiken dat er minder dan een kilo vis nodig is voor de productie van een kilo zalm. Er is een gebrek aan visolie omdat de vraag voor menselijke consumptie (voedingssupplementen) erg is gestegen.

Het Europese verbod op het gebruik van diermeel in veevoer dateert uit de tijd van de gekkekoeienziekte in de jaren negentig van de vorige eeuw, toen mensen geschokt waren over het feit dat koeien hun eigen soortgenoten werden gevoerd. Het resultaat is echter dat „goede eiwitbronnen worden vernietigd”, meent Dekker.