Nuance keert terug, maar voor hoe lang?

Oud-minister Sorgdrager (D66) onderschrijft dat polarisatie en islamofobie in Nederland toenemen.

Henk Kamp (VVD) noemt het rapport eenzijdig.

Demonstratie voor de Tweede Kamer in 2006 tegen het inburgeringsbeleid van minister Verdonk. Foto WFA WFA01:ISLAMOFOBIE GROEIT IN NEDERLAND:DEN HAAG:12FEB2008- De moslims in Nederland hebben steeds meer te maken met discriminatie, geweld en islamofobie. Dat staat in een rapport van de Europese Commissie tegen racisme en intolerantie. Archieffoto juni 2006: Moslimorganisaties demonstreren voor de Tweede Kamer tegen de toenmalige, nieuwe inburgeringswet van minister Verdonk. Ze hielden demonstratief hun Nederlandse paspoorten omhoog en/of zwaaiden met Nederlandse vlaggetjes. WFA/wc/str. Frank van Rossum WFA WFA

„Als je in het debat om nuances vraagt, wordt je verweten dat je mensen de mond wilt snoeren”, zegt oud-minister Winnie Sorgdrager. „Een fractie van wat we nu horen in het publieke en politieke debat, zou zeven, acht jaar geleden niet door de beugel gekund hebben.”

Sorgdrager, lid van de Raad van State en oud-minister van Justitie (D66), zit namens Nederland bij de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI). Zij observeert een „enorm verschil” tussen Nederland van nu en dat van zeven jaar geleden, toen de ECRI voor het laatst een rapport over de stand van zaken in Nederland publiceerde.

Eind 2001 noemde de commissie de discriminatie op de werkvloer als Nederlands voornaamste zorg. Een luxeprobleem vergeleken met de huidige toestand zoals geschetst in een deze week verschenen rapport. Nederland zou nu tot op het bot verdeeld zijn. De polarisatie is „zorgwekkend”. Moslims gaan gebukt onder een ‘islamofobie’ die „een substantiële toename” laat zien sinds de aanslagen op 11 september 2001, de opkomst van Pim Fortuyn (2002) en de moord op filmer en columnist Theo van Gogh (2004). „Daarna gingen alle sluizen open in Nederland. Alles moest opeens gezegd worden.”

De commissie schrijft dat omstreden voorstellen van politici kunnen leiden tot stigmatisering, ook al leiden die niet tot concrete maatregelen. De commissie noemt als voorbeeld de eis van PVV-leider Geert Wilders dat de staatssecretarissen Albayrak (Justitie, PvdA) en Aboutaleb (Sociale Zaken, PvdA) hun respectievelijk Turkse en Marokkaanse nationaliteit opgeven.

Linkse Kamerleden noemden de bevindingen in het rapport realistisch. Tofik Dibi (GroenLinks) wilde een spoeddebat, maar kreeg daarvoor geen steun. Nu heeft de Kamer opheldering gevraagd aan het kabinet. VVD’er Henk Kamp kwalificeerde het rapport als eenzijdig. Hij vindt het rapport dezelfde sfeer uitademen die hij ook proeft bij „de linkervleugel” in de Tweede Kamer. „Oorzaak en gevolg worden omgedraaid. De Nederlandse samenleving neemt moslims op, zolang zij meedraaien, werken en hun kinderen corrigeren.” De PVV-fractie kon zo snel niet reageren.

Voor racismebestrijders en moslims bevat het rapport geen nieuws. Yusuf Altuntas van het Contactorgaan Moslims en Overheid ziet bevestigd hoe hij Nederland de afgelopen jaren ervaart. „We leven in een tijd van tegenstellingen. Die worden benadrukt vanuit emoties”, zegt hij. De beschaving in het debat is soms ver te zoeken, zegt Altuntas. „Erg jammer dat andere Kamerleden en de ministers geen antwoord weten te formuleren op perverse ideeën van de heer Wilders.”

Dick Houtzager van Art. 1, voorheen het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie, heeft geen aanwijzingen dat Nederlanders sinds het vorige ECRI-rapport anders zijn gaan denken over migranten en moslims. Het enige verschil zit in de toon, zegt hij. Houtzager: „De dwang van de politieke correctheid is weggevallen na de gebeurtenissen. Dat heeft de toon en het gemak waarmee mensen zich uiten, veranderd. Mensen voelen minder remmingen, kiezen voor een toon die zij voorheen zouden nalaten.” Hij noemt de toon in de notitie die VVD’er Kamp schreef over de integratie. „Acht jaar geleden zou zo’n toon ver te zoeken zijn geweest bij de VVD.” Kamp, die voor zijn partij ook in 1994 het woord voerde over integratie, weerspreekt dit. Volgens hem heeft hij altijd dezelfde terminologie gehanteerd.

Minister Vogelaar (Integratie, PvdA) benadrukte in haar eerste reactie dat het vorige rapport is verschenen vóór de aanslagen in New York (2001) en vóór de moord op Theo van Gogh (2004). Sindsdien is de toon van het integratiedebat verscherpt, zei ze. „Het is voor mij als minister van Integratie een belangrijk doel die polarisatie te verminderen en het wij- en zij-denken te doorbreken.” Zij wil een nationale conferentie houden over racisme waarbij ook de bevindingen van de ECRI besproken zullen worden.

Houtzager van Art.1 en Sorgdrager zien veranderingen na het aantreden van dit kabinet. „Vogelaar is Verdonk niet, zij roept minder weerstand op”, zegt Houtzager. De nuance krijgt weer wat ruimte, zegt Sorgdrager, al moeten de media goed nadenken over hun „buitenproportionele” aandacht voor Wilders. „Maar er hoeft morgen maar iets te gebeuren en het begint allemaal opnieuw.”