Nooit meer al dat vuur

De Dogtroep, de Nederlandse uitvinder van het beeldend locatietheater die overal ter wereld werd nagevolgd, houdt na 33 jaar op te bestaan.

Bont uitgedoste wezens op voertuigen met reusachtige brandende wielen die over het water rijden; een auto die zich op zijn kant uit een lift wurmt; een stalen reuzeninsect dat de Terschellinger stormwind trotseert: de populaire Dogtroep is de Nederlandse uitvinder van het beeldend locatietheater. Met zijn grootse spektakelstukken vol technische hoogstandjes, liefst in de open lucht, baande Dogtroep de weg voor het theater buiten het theater, het theater waar het niet gaat om de tekst maar om beeld. De groep verwierf er internationale erkenning mee, en een aanhang van tienduizenden bezoekers per voorstelling – grotendeels mensen die doorgaans nooit een theater binnengaan. Na 33 jaar heft Dogtroep zichzelf per 31 december op. Het invloedrijke gezelschap, dat sinds twee weken zonder artistiek leider zit, en sinds een subsidiekorting in 2005 nog maar bestaat uit vier man bureaupersoneel, ziet geen mogelijkheid om een nieuwe groep op te bouwen.

Dogtroep veranderde straten en pleinen, stranden en scheepswerven in surrealistische werelden met reusachtige bouwsels en zwevende figuren waar de bezoekers met open mond in kon ronddwalen. Groteske bouwsels en monumentale taferelen – dat was waar de tienduizenden op af kwamen. Altijd gebeurde er veel, vaak verdichtten de gebeurtenissen zich tot een climax die dat ene tafereel opleverde waar iedereen nog lang over zou napraten. De ene keer was het een regengordijn, de andere keer een vuurregen.

‘Uitvinders’ en technici bepaalden het gezicht van de voorstellingen, met de acteurs als onderdeel van een machinerie van oerkrachten. Wat het inzetten van de elementen betreft was Noordwester Wals wellicht het stoutste staaltje. Op de NDSM-werf in Amsterdam-Noord liet de groep in 1994 ruim 1,2 miljoen liter water uit het IJ de betonnen speelvloer vullen, tot het ook de tribunes bereikte, en er onder de toeschouwers nog maar één vraag leefde: houden wij het droog? De spelers werden doornat, en speelden zwemmend verder.

Vervolg Dogtroep van pagina 1

Acteurs onderdeel machinerie van oerkrachten

Dogtroep wordt in 1975 opgericht door Warner van Wely en Paul de Leeuw (niet de tv-presentator), als collectief van beeldend kunstenaars, muzikanten, acteurs en knutselaars uit de krakersscene. Geïnspireerd door het Amerikaanse Bread and Puppet Theater en het Britse Welfare State Theatre, brengt de groep surrealistische openluchtspektakels, concerten en optochten die ogen als rituelen van een buitenaardse stam.

In 1989 treedt Van Wely terug, en draagt de leiding over aan Threes Anna Schreurs (artistiek) en Han Bakker (zakelijk). Zeker wat succes betreft worden onder dit duo de jaren negentig de gouden jaren van Dogtroep. Grootse spektakels met merkwaardige machines in regengordijnen en vuurzeeën trekken drommen bezoekers die anders nooit naar theater gaan. Schreurs zoekt opmerkelijke locaties uit: stranden, sneeuwvlaktes, bouwputten, fabriekshallen, een ziekenhuisgevel.

Doggroep raakt ook internationaal bekend, en staat op de de Olympische Winterspelen 1992 in Albertville, de Wereldtentoonstelling 1992 in Sevilla, de Frankfurter Buchmesse in 1993 en het International Theatre Festival 1994 in Chicago.

In 1998 begint zich een schisma in de groep af te tekenen. Een deel wil door op de ingeslagen weg: meer en groter. Een ander deel wil zich bezinnen op een nieuwe, kleinschaliger koers. In maart 1998 verongelukken lichtontwerper Marco Biagioni en hoofdrolspeler Wieger Woudsma tijdens een kanotrip. Dat blijkt de genadeklap voor de groep. Bijna alle kernleden gaan weg, onder wie Bakker en Schreurs, die de vriendin was van Biagioni. Als zwanenzang wordt op het Terschellinger strand, tijdens het Oerol Festival de verstilde voorstelling Hotazel gespeeld.

Dat zou een mooi einde zijn, maar de groep is te succesrijk om zomaar op te heffen. Tien moeilijke jaren volgen. Titia Bouwmeester wordt de nieuwe artistiek leider, maar na vier jaar gaat zij weg met ruzie. Dan volgt een zwalkend jaar zonder artistieke leiding. Het Rijk besluit per 2005 de subsidie van de groep terug te draaien van 8,5 ton naar 3,5 ton euro per jaar.

De in 2004 aangetreden nieuwe leider Henk Schut is gedwongen om vrijwel iedereen te ontslaan en er een ‘commando-eenheid’ van te maken. Schut verlegt de koers enigszins van het beeldende spektakel naar community art theater: gelegenheidsvoorstellingen in bijvoorbeeld oude wijken of gevangenissen waarbij de bewoners zelf betrokken worden. In een protestbrief eisen zijn voorgangers Van Wely en Schreurs en 160 andere oud-medewerkers dat Schut de naam Dogtroep niet meer gebruikt. Schut gaat door met het bouwen aan een Dogtroep – vierde generatie.

Maar ook hij kondigt eind 2007 aan te willen stoppen. De achterblijvers kunnen niet veel anders doen dan de vele stekkers eruit trekken.