Madonna verschijnt als Marlene

Terwijl Madonna de media bespeelt, presenteert Errol Morris zich als „een hond die nieuwe dingen opgraaft”. Zijn film over de foto’s van Abu Ghraib is zeer onthullend.

Het Filmfestival Berlijn lijkt dit jaar wel een muziekfestival. Een openingsdocu over de Rolling Stones, toen Neil Young en Patti Smith en gisteren de Gorrilaz en Madonna. De laatste heeft aan haar hele rij alter ego’s dat van filmmaakster toegevoegd. In de Panorama-sectie van het festival ging haar regiedebuut Filth and Wisdom in première.

Toch is er wel een verschil tussen de oude rockrotten die de hoofdrol hadden in (concert)films over henzelf en de film van Madonna. Hoewel er een muzikant in meespeelt – Eugene Hütz van gipsypunkband Gogol Bordello – is Filth and Wisdom een mozaïek-achtige fictiefilm, rondom een groepje tobbers in Londen. Door bizarre seks, geknakte idealen en de louterende werking van poëzie komen ze erachter dat er zonder ‘filth’ geen ‘wisdom’ bestaat, een flinterdun filosofietje dat onderhoudend is uitgewerkt.

Een groot filmmaakster is er niet in Madonna opgestaan. Maar daar gaat het ook helemaal niet om. Het gaat om Het Fenomeen, dat weet dat het effect heeft als je als Marlene Dietrich-lookalike op de Marlene Dietrich Platz arriveert. Precies om dit soort valse beeldvorming te vermijden besloot Damon Albarn van de britpopband Blur een aantal jaar geleden om zich met zijn nieuwe band Gorillaz achter geanimeerde figuurtjes te verstoppen.

De Panorama-film Bananaz van Ceri Levi documenteert de ‘making of’ van die virtuele band en hoe de anti-sterren sterren werden. ‘Refect false icons’ is de openingstekst van de film. Maar er is waarschijnlijk geen band zo goed geslaagd in het creëren van een succesvol iconografische anti-iconografie als de Gorillaz.

Vandaar is het niet zo’n grote stap naar de film die echt de gemoederen bezig hield, en alles met de werking van beelden en beeldvorming te maken heeft: Standard Operating Procedure van de Amerikaanse filmer Errol Morris. Een ‘nonfiction horrormovie’, noemt hij zijn bijdrage aan de competitie. Het is de eerste keer sinds het 58-jarige bestaan van het festival dat een documentaire meedingt naar een van de Gouden Beren. En het is meteen een kanshebber.

Standard Operating Procedure vertelt het verhaal van en achter de foto’s die in 2004 uit de Iraakse Abu Ghraib-gevangenis naar buiten kwamen. Ze tonen Iraakse krijgsgevangenen in pijnlijke en (seksueel) vernederende situaties, terwijl de Amerikaanse soldaten op de foto’s er schaapachtig lachend en met opgestoken duimen naast staan. In Standard Operating Procedure zijn nog eens honderden andere foto’s te zien dan het dozijn dat in de media bekend werd. En Errol Morris, die voordat hij documentaires begon te maken onder meer werkzaam was als privédetective, kreeg het voor elkaar om een aantal van de hoofdrolspelers in het schandaal, zoals de soldaten Lynndie England en Sabrina Harman, voor de camera te krijgen.

Morris’ films hebben altijd grote politieke impact. Na het voltooien van The Thin Blue Line (1988) kreeg hij het bijvoorbeeld voor elkaar om een ten onrechte veroordeelde gevangene vrij te krijgen. Maar zijn films zijn ook altijd omstreden, met name door het gebruik van openlijk geënsceneerde elementen. In Standard Operating Procedure zorgen vooral de nagespeelde mobiele telefoon-achtige filmpjes van de gebeurtenissen in de gevangenis voor controverse. Zelf is hij er duidelijk over. De discussie of het toegestaan is om fictieve elementen te gebruiken in docu’s vindt hij ‘nonsense talk’, zei hij op de persconferentie.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld opiniebespeler Michael Moore, ziet Morris zichzelf als meer als een onderzoeksjournalist, „een hond die nieuwe dingen opgraaft”. Een aantal zaken die hij in Standard Operating Procedure boven tafel brengt zijn dan ook niet algemeen bekende. Zo wordt er verteld dat er in de gevangenis ook kinderen zaten, dat de gevangenen in tenten werden gehuisvest, dat de gevangenis in de gevaarlijke Sunni-driehoek in Centraal-Irak is gesitueerd, waar dagelijks aanslagen op werden gepleegd.

Maar het belangrijkste: dat England en Harman en de anderen die tegelijkertijd schuldig waren en getuige van de martelingen en vernederingen die de Iraakse gevangenen moesten ondergaan, niet een toevallig stelletje perverselingen was, maar dat die praktijken al aan de gang waren voordat zij arriveerden en door het leger werden verordonneerd. Dat waren, zoals de filmtitel zegt, in het proces van breken en murw maken van gevangenen voor verhoor een ‘standaardprocedure’.