Links likt wonden na onderwijsrapport

Het onderwijsrapport van de commissie-Dijsselbloem is hard aangekomen in Den Haag. Vooral PvdA’ers voelen zich aangesproken. „Het doet zeer.”

Dat het rapport van de commissie-Dijsselbloem hard is aangekomen bij de PvdA blijkt al een paar uur na de presentatie van het rapport.

De voormalig bewindslieden Tineke Netelenbos, Jo Ritzen en Jacques Wallage laten weten niet te willen reageren op de uitkomsten. Andere voormalig bewindslieden als Wim Deetman en Maria van der Hoeven reageren wel.

Deetman laat via zijn woordvoerder bijvoorbeeld weten dat hij in zijn periode als minister wel degelijk veel overlegde met ‘het veld’ en juist wilde voorkomen dat vernieuwingen snel door de politiek gejaagd werden. En Van der Hoeven zegt destijds wel degelijk te hebben ingrepen in het onderwijs. Ze heeft „taal en rekenen aangescherpt”, is „ermee begonnen om het vmbo praktischer te maken”, en ze heeft „de afschaffing van de basisvorming ingezet”.

Maar de destijds verantwoordelijke PvdA-ministers houden zich stil en sluiten de gelederen. „Het beeld is zo verwarrend dat ik meer tijd nodig heb”, zei Netelenbos gistermiddag.

Gisteren presenteerde de parlementaire onderzoekscommissie Onderwijsvernieuwingen haar eindrapport met harde conclusies over de politiek. „De overheid heeft haar kerntaak, het zeker stellen van de kwaliteit van het onderwijs, de afgelopen jaren ernstig verwaarloosd”, zo stond er. In het rapport wordt geen hoofdschuldige aangewezen. Dijsselbloem spreekt van een „collectieve schuld” van Eerste en Tweede Kamer, bewindslieden, lobbyisten en beroepsvertegenwoordigers. Maar als een dag later het stof wat is gaan liggen, blijkt dat de PvdA zich het meest aangesproken voelt.

„We hadden ons erop voorbereid dat ons flink de oren gewassen zouden worden”, zegt Kamerlid Staf Depla, woordvoerder onderwijs. „Maar nu de conclusies zijn gekomen deed het me toch meer dan verwacht. Ze zijn keihard. Dat doet zeer.” Ook tijdelijk fractievoorzitter Mariëtte Hamer zegt dat, hoewel ze nota bene zelf het parlementaire onderzoek initieerde, „het toch altijd heftiger is als je alles op papier ziet staan”. De vraag is hoe de PvdA hiermee verder gaat.

Depla wil nu vooral met de oplossingen aan de gang, en meer doen dan terugkijken. Op korte termijn is dat al toepasbaar op de invoering van het ‘nieuwe leren’ in het mbo, en nog sneller al, op de omstreden urennorm van 1.040 uur per jaar in het voortgezet onderwijs.

Vanmiddag, in een debat daarover, zou de PvdA al conclusies verbinden aan het rapport, zeggen Depla en Hamer. Dijsselbloem vindt de urennorm immers niet deugen. Hij vindt dat de norm „te veel vervuild is” met uren die niets met lesgeven te maken hebben. In een nieuwe urennorm zouden alleen lessen van een bevoegde docent moeten meetellen.

De PvdA gaat daar nu „fors op inzetten”, zegt Hamer. Ook de bekostiging van de norm moet opnieuw worden bekeken, zegt zij, precies zoals Dijsselbloem voorstelt. „We kunnen niet het rapport accepteren, en dan vervolgens met de lestijd en de bekostiging ervan achterblijven”, zegt Hamer. De PvdA heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de mislukkingen in het onderwijs, zegt Depla. „Nu is het onze plicht de aanbevelingen van Dijsselbloem werkelijkheid te maken.”

Commissielid Tofik Dibi van GroenLinks vindt dat sterk, dat de PvdA zo nadrukkelijk het boetekleed aantrekt. De andere partijen zeggen volgens hem allemaal dat het rapport bestaande standpunten van hun partijen ondersteunt. „Dan denk ik, ze zijn alweer bezig hun straatjes schoon te vegen in plaats van voor hun fouten in het verleden uit te komen.”