Laat die moeders lekker thuis bevallen, joh

Babysterfte neemt af als we kraamzorg beperken tot enige grote klinieken, aldus Jan Nijhuis (nrc.next, 28 januari).

Welnee. Vrouwen zijn juist gebaat bij kleinschaligheid.

Het is de wereld op zijn kop. Van de ziekenhuizen wordt in het artsenblad Medisch Contact gezegd dat zij hun zaakjes niet op orde zouden hebben: ’s nachts is er in de meeste klinieken geen gynaecoloog aanwezig, wat babylevens kost. En wat doet hoogleraar verloskunde Jan Nijhuis? Hij geeft de schuld aan de thuisbevalling (nrc.next, 28 januari).

Het is al jaren bekend dat de organisatie van de verloskundige zorg in ziekenhuizen een kwetsbare schakel is. Emeritus hoogleraar verloskunde P. Treffers concludeerde jaren geleden al dat er veel misging, doordat barende vrouwen met een medische indicatie door een basisarts of arts-assistent worden begeleid. Die worden geacht de gynaecoloog zo nodig in te schakelen, maar niemand belt graag de baas wakker.

Nijhuis concludeert dat de perinatale sterfte in Nederland de hoogste is in de EU. Maar dat hier de babysterfte hoger lijkt dan elders, komt doordat wij nauwkeuriger onze cijfers bijhouden: niet via de burgerlijke stand, maar via de beroepsgroepen zelf. Nederland is het braafste jongetje van de klas met verreweg de beste registratie, en wordt daarvoor gestraft met hogere sterftecijfers. Dat heeft met de thuisbevalling niets van doen.

In de VS wordt de babysterfte bijgehouden door de zorgverleners, net als in Nederland. De sterfte na 28 weken zwangerschap bedraagt in de VS 6,74 per 1.000 levendgeborenen in 2003. Dat is ongeveer even hoog als de sterfte vanaf 28 weken in Nederland: 6,6 per 1.000 in 2004 (cijfers RIVM). De vergaande medische technologie waaraan (gezonde) zwangere vrouwen in de VS worden blootgesteld, leidt dus niet tot betere resultaten.

Naast de thuisbevalling wijst Nijhuis naar de kleine regionale ziekenhuizen als boosdoener. Het is te duur, aldus Nijhuis, om voor anderhalve bevalling per nacht een gynaecoloog en een OK-team wakker te houden. Maar een reductie tot vijftig verloskundige centra met elk 4.000 bevallingen, zoals hij beoogt, is niet rendabel. Uit Engels onderzoek blijkt dat schaalvergroting boven de driehonderd tot vijfhonderd bedden niet meer kosteneffectief is. Bovendien vinden bevallingen in onze buurlanden, waarvan Nijhuis de lage babysterftecijfers roemt, niet plaats in grote centra maar in kleine streekziekenhuizen. In België en Duitsland zijn per inwoner twee keer zoveel ziekenhuizen als in Nederland.

Vrouwen zijn niet gebaat bij een fabrieksmatige aanpak in grote klinieken waar de verantwoordelijkheid voor een bevalling is opgedeeld. Juist daar dreigen ze tussen de wielen te raken. Pikant detail: ook in de academische ziekenhuizen is er ’s nachts geen gynaecoloog maar alleen een arts-assistent in huis. Er is dan ook geen enkele aanwijzing dat schaalvergroting betere zorg biedt.

Uit onderzoek blijkt telkens dat een goede psychosociale begeleiding en continue ondersteuning van de barende vrouw wél de kwaliteit van zorg verhogen. Ze verminderen onder andere de kans op een kunstverlossing, een keizersnede en de behoefte aan pijnbestrijding. Die begeleiding kan het beste geboden worden in de thuissituatie of in een kleinschalige, persoonlijke setting. Centralisatie van zorg zoals Nijhuis bepleit, staat de thuisbevalling in bepaalde regio’s in de weg. En als die eenmaal uit de cultuur en het collectieve geheugen is gebannen, komt die niet meer terug.

Nijhuis noemt de huisartsenpost als geslaagd voorbeeld van zorgcentralisatie. Laat hij de vergelijking dan doortrekken. Wanneer ’s nachts één gynaecoloog dienst heeft voor twee of drie kleinere klinieken binnen een regio, en net als de huisarts met een autootje wordt rondgereden, blijft elke vrouw verzekerd van adequate zorg dicht bij huis.

Aan de kosten zal het niet liggen. We geven in Nederland zo’n 1.100 euro per geboorte uit aan verloskundige zorg. Ter vergelijking: ons laatste levensjaar kost circa 15.000 euro. Een kind op de wereld zetten kost dus maar een habbekrats. Laten we creatieve oplossingen bedenken om de nachtelijke kwaliteit van zorg te garanderen. En laten we vrouwen hun keuzevrijheid – thuis of in de kliniek bevallen – niet ontnemen.

Mariël Croon schreef het Babyboom Zwanger Zap Boek . Zij is lid van de wetenschapscommissie i.o. van de KNOV. Jules Schagen van Leeuwen is gynaecoloog in het St. Antoniusziekenhuis te Nieuwegein.