Ik heb óók een thuisfront

Christian van den Berg (33) stopte als D66-raadslid.

De combinatie van een baan en raadswerk was niet te doen.

Aan de fysieke afstand lag het niet. Geen raadslid dat dichterbij het Rotterdamse stadhuis woonde dan Christian van den Berg (33). „Op nog geen vierhonderd meter, waardoor ik altijd als eerste thuis was.” Toch besloot de fractievoorzitter van D66 (één zetel) twee maanden geleden zijn functie neer te leggen.

Van den Berg combineerde zijn raadslidmaatschap met een parttimebaan als beleidsmedewerker bij het ministerie van Financiën in Den Haag. Het bleek, kort na zijn toetreding in het voorjaar van 2006, al snel een onmogelijke combinatie. „Ik stak minimaal veertig uur per week in de raad, dertig uur in mijn baan plus dan nog eens de reistijd. En dan moest ik als eenmansfractie nóg geregeld verstek laten gaan bij een bepaald onderwerp. Waardoor de achterban wel eens begon te mopperen.”

Nog meer tijd in het raadswerk steken, achtte Van den Berg onmogelijk. „Ik heb het serieus overwogen, maar besefte tegelijkertijd dat ook honderd uur mij niet had kunnen redden. Ik bedoel: ik heb óók een thuisfront, óók een sociaal leven, en moet óók slapen.” Zijn enige redding zou een fulltimevergoeding zijn geweest, zegt Van den Berg, die een maandelijkse toelage van 1.450 euro netto ontving. „Of ik had goedkoper moeten gaan wonen.” En, lachend: „Of moeten instappen op een moment dat D66 hoger in de peilingen stond, want dan hadden we het werk kunnen verdelen.”