Geen leerling kreeg les in één systeem

Leraren, leerlingen en scholen zijn de slachtoffers van het onderwijsbeleid, zei de commissie-Dijsselbloem. Eindelijk erkenning, al belandden eerdere rapporten „ook in een la”.

Leraren van middelbare scholen in Rotterdam en Tilburg weten niet precies wat politici gisteren hebben gezegd over het falen van het onderwijs. Te druk met een open dag, het nakijken van huiswerk.

Ze hebben er wel van gehoord. En natuurlijk zijn ze blij dat beleidsmakers zeggen wat zij al jaren weten. Maar ze verwachten niet dat er nu ineens wél naar hen geluisterd wordt, zoals een van de belangrijkste aanbevelingen van gisteren luidt. Sommigen zagen eerdere rapporten „ook in een la belanden”.

Chris Vermeulen, die al 28 jaar wiskunde en economie geeft op het Wolfert Dalton in Rotterdam, zegt dat vrijwel geen van zijn havo- of vwo-leerlingen les heeft gekregen in één en hetzelfde onderwijssysteem. Moest het vakkenpakket wéér worden aangepast.

Gymleraar Wijbrand Rus van dezelfde school zag in de jaren negentig, toen hij nog decaan was, wekelijks vijftien circulaires van het ministerie van Onderwijs langskomen. De meeste gingen ongelezen de prullenbak in, zegt hij. „We zeiden weleens: als een onderwijssocioloog op vakantie is geweest naar Zimbabwe, wordt binnen twee jaar dat onderwijssysteem ingevoerd in Nederland.”

Een parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van PvdA’er Jeroen Dijsselbloem adviseerde gisteren dat beleidsmakers moeten leren luisteren naar wat scholen willen. De commissie bracht een vernietigend rapport uit over de vele vernieuwingen in het onderwijs in de laatste twintig jaar: de basisvorming, de Tweede Fase, het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) en het nieuwe leren. Leerlingen waren er de dupe van, was de harde conclusie. Het is enkel aan de inzet en het inzicht van scholen te danken dat het onderwijssysteem niet in zijn geheel ten onder is gegaan.

Zo heeft de havo- en vwo-vestiging van het Rotterdamse Melanchthon-Schiebroek een jaar lang geprobeerd om het studiehuis in te voeren – een leermethode die bij de Tweede Fase hoorde. Door lesuren af te romen, maakte de school het leerlingen mogelijk zelfstandig te werken.

Maar die leerlingen hadden er geen zin in. Als ze een vraag over wiskunde hadden, konden ze daarmee niet terecht bij de leraar Frans die er toevallig zat. Ze ontmoetten in die uren leerlingen uit andere klassen en gingen ‘keten’. De leraren baalden dat ze alleen nog bezig waren met orde houden in plaats van met hun vak. Na een jaar gaven ze weer ‘gewoon’ klassikaal onderwijs.

De volgende verandering zit er alweer aan te komen, zegt vestigingsdirecteur Huizer: de gratis schoolboeken. „Dat wordt een drama. Het geld dat overblijft, gaat niet naar degenen die het hardst gratis schoolboeken nodig hebben, maar naar overhead, naar de Europese aanbesteding. En wij komen met het geld niet uit. In december heb ik alle leraren opgedragen kritisch te kijken naar boeken die we uit het lesprogramma kunnen schrappen. Dát is de praktijk. Het gaat wéér ten koste van de kwaliteit van het onderwijs.”

Voor de leraren werd het er ook niet beter op met de vernieuwingen. Ze moesten harder werken, hadden meer vergaderingen en kregen vollere klassen, terwijl ze nauwelijks meer betaald kregen.

Verolg Dijsselbloem: pagina 3

Valentijnsdag wint het van Dijsselbloem bij de leerling

In de lerarenkamer van het Koning Willem II College zit Cor Eijkemans (54), leraar wiskunde. In januari werkte hij 170 uur – hij hield het bij.

Hij werkt, net als de andere leraren op de school, veel ’s avonds en in de weekenden. De dingen die het werk leuker maakten, zoals het personeelsuitje, werden afgeschaft, omdat de leerlingen nu eenmaal 1.040 uur les moesten krijgen. Eijkemans: „We moeten lesgeven, anders komen we niet aan onze uren.” De studiemiddag, waarin leraren met elkaar praten over de inhoud van het onderwijs, verviel ook. Dat komt het onderwijs niet ten goede, zegt de wiskundeleraar.

Harry Dirckx, leraar Nederlands op het 2College Cobbenhagen in Tilburg, zegt dat hij ooit al zijn leerlingen goed kon begeleiden. Nu niet meer. „Ik kan niet in mijn eentje drie klassen van 25 leerlingen begeleiden”, zegt hij.

Scholen zouden meer over hun eigen school te zeggen moeten hebben, constateert teamleider bovenbouw Robert Beuzenberg van het Wolfert Dalton in Rotterdam. Toen hij er acht jaar geleden ging werken, was de school noodlijdend. Er kwamen te weinig leerlingen.

Beuzenberg: „Een paar mensen hebben zich enorm ingezet om er weer een fijne en goede school van te maken. We zijn nu twee keer zo groot als vier jaar geleden. Dat moet beloond kunnen worden, vind ik.” Hij zag collega’s vertrekken naar het bedrijfsleven. Een goede leraar wiskunde kon als statisticus in een bedrijf twee keer zoveel verdienen. Netto.

De leerlingen van het 2College Cobbenhagen in Tilburg maken zich vandaag vooral druk over wie er wel en niet een roos heeft gekregen voor Valentijnsdag. De commissie-Dijsselbloem, daar hebben ze nog nooit van gehoord.