‘De Staat’ van Andriessen nu in een al te hoog tempo

Concert: Ned. Blazers Ens. Gehoord: 13/2 Doelen Rotterdam. Herh.: 14/2 Eindhoven; 15, 17/2 Amsterdam. Info: www.nbe.nl.

In 1976 speelde het Nederlands Blazers Ensemble o.l.v. Lucas Vis de première van De Staat van Louis Andriessen. Nu, 32 jaar later, staat het werk – inmiddels een klassieker – weer op het programma. Opnieuw onder leiding van Lucas Vis.

De Staat zorgde voor Andriessens internationale doorbraak. Het werk, gebaseerd op teksten uit Plato’s Politeia, had een energie die destijds in de ‘gecomponeerde muziek’ ongekend was. Het geproduceerde volume werd legendarisch: alle musici moesten in de jaren ’70 even belangrijk zijn, dus speelden ze allemaal even hard.

Hoe Vis in 1976 ongeveer dirigeerde, is te horen op een live-opname uit 1978. Het belangrijkste verschil geeft meteen aan waar het nu mis dreigt te gaan: het tempo. Nam Vis in 1978 nog relatief de tijd, nu begint hij in vliegende vaart. De echoënde hobo’s aan het begin klinken daardoor niet langer als Griekse schalmeien maar worden gewoon snelle hobo’s in een gelikt minimalistisch riffje.

In veel andere passages zijn geen individuele noten meer te onderscheiden, en dat is voor de musici niet vol te houden. Ze weten nog indrukwekkend lang mee te komen, maar zakken toch terug naar een natuurlijker tempo.

Desondanks blijft De Staat overrompelen. Van de woedende energie is niets verloren gegaan. Bijzonder spectaculair en venijnig is de passage met pulserende, aanzwellende en over elkaar heen tuimelende akkoorden. Nog altijd actueel is ook Andriessens kritiek op Plato, bij de vraag of de overheid bepaalde kunstuitingen moet verbieden of niet. Dat Andriessen meent politici de invloed van kunst overschatten, weten we vooral uit de context. Uit de impact van De Staat zou je ook anders kunnen concluderen.

Vooraf klinkt werk van jonge componisten, die zich naast dit monument veel te bescheiden opstellen. Niets nieuws van Mayke Nas (1972) begint met een langdurig diep zuchten, dat associaties opwekt met zware inspanning in een ijzige lucht. Verdwaalde hoornakkoordjes neigen naar een Weill-achtig dansje, maar zetten niet door. In plaats daarvan een melancholiek gefloten liedje.

Wilbert Bulsink (1983) knipte voor 1, 2, 3... net als Andriessen fragmenten uit de Politeia. Er ontstaat een warrige quasi-discussie over getallen. Die escaleert leuk maar ongemotiveerd, en ebt dan onverklaard weg, om te eindigen bij het begin.