Britse rechter: vrijspraak extreme jongeren

Een Britse rechtbank heeft gisteren in hoger beroep vijf moslimjongeren vrijgesproken, die in 2006 waren veroordeeld voor het downloaden van extremistisch materiaal van internet. Volgens de rechters is niet aangetoond dat de vijf van plan waren de informatie voor terroristische doeleinden te gebruiken.

Het vonnis betekent een tegenslag voor de regering en de politie bij hun pogingen het extremisme te beteugelen. Zij gingen er tot dusverre van uit dat het al voldoende was als verdachten werden betrapt met extremistisch materiaal. Het is nog niet duidelijk of de openbare aanklager in hoger beroep gaat. In dat geval zouden de zogeheten Law Lords, het hoogste Britse rechtscollege, zich over de kwestie buigen.

De vijf veroordeelden, variërend in leeftijd van 20 tot 22 jaar, werden gisteren direct vrijgelaten. Ze zaten celstraffen uit van twee tot drie jaar.

Imran Khan, de advocaat van een van hen, toonde zich gisteren verheugd over de uitspraak. „Vóór dit vonnis konden jonge moslimmannen eenvoudigweg worden vervolgd voor het kijken naar welk materiaal dan ook op grond van het feit dat het op de een of andere manier verband kon houden met terroristische doeleinden.”

Het vijftal was veroordeeld op grond van een omstreden bepaling uit de wet op het terrorisme, die bekend staat als ‘section 57’. Deze bestempelt het als een misdaad om artikelen in je bezit te hebben die bedoeld zijn voor terroristische activiteiten.

Ook sommige rechters leken in eerste instantie met de uitleg van de politie en de openbare aanklager genoegen te nemen. Behalve de vijf moslimmannen werd vorig jaar, op grond van een aanverwante bepaling, ook een jonge moslimvrouw veroordeeld. In haar geval werd vastgesteld dat ze lectuur over vergiftigingen en explosieven in haar bezit had, zonder dat duidelijk was of ze zelf terroristische bedoelingen had. Samina Malik, wel aangeduid als de ‘lyrische terrorist’, schreef daarnaast gedichten waarin ze onthoofdingen van westerse gijzelaars verheerlijkte.

‘Section 57’ heeft voor veel onrust onder moslims en burgerrechtenorganisaties gezorgd . Zij betogen dat het in strijd met de rechtsstaat is mensen te veroordelen louter op grond van wat ze hebben gelezen of gedacht, zonder dat de intentie tot misdadig gedrag is aangetoond.