Advocaat wil niet in de raad

Partijen zijn nu al op zoek naar goede raadsleden voor de verkiezingen in 2010.

Meer geld is de oplossing niet. Vrije tijd wel.

Pas in 2010 zijn er weer verkiezingen voor gemeenteraden. Maar politieke partijen zijn nu al weer op zoek naar nieuwe raadsleden. Want het wordt steeds moeilijker goede raadsleden te vinden én vast te houden.

Bijna de helft van de 1.800 gemeenteraadsleden van het CDA vindt de werkdruk te hoog, en één op de tien raadsleden wil liever vandaag dan morgen stoppen. Maar het probleem speelt ook bij andere partijen. Uit onderzoek van de PvdA bleek dat raadsleden van die partij gemiddeld na één raadsperiode vertrekken. Ervaring die in vier jaar is opgebouwd, verdwijnt zo geruisloos.

Vanmiddag laat de Tweede Kamer zich tijdens een hoorzitting informeren over de rechtspositie van wethouders, burgemeesters, griffiers én raadsleden. Is de financiële vergoeding te laag? Moeten ze beter worden opgeleid? Kunnen ze efficiënter werken?

Geld is het probleem niet, zegt Jeroen Bijl (bedrijfsjurist en duo-raadslid voor D66 in Nijmegen). Vrije tijd wel. „Als je maar twintig vakantiedagen hebt in een jaar, kun je krap komen te zitten als je af en toe ’s middags iets moet voor de raad.”

Hem valt op dat nu gemeenteraden vooral bevolkt worden door ambtenaren, onderwijzers en, in mindere mate ondernemers. „Blijkbaar kunnen zij het goed combineren. Maar voor een diverse raad is het ook nodig dat er juristen of artsen in zitten.” Bijl denkt dat het kan helpen als in cao’s een betaalde verlofregeling wordt opgenomen. Het is nu al mogelijk onbetaald verlof bij je werkgever af te dwingen voor raadswerk, maar dat gebeurt zelden. Bijl: „Het gaat ook om het signaal: juryleden in de VS krijgen ook doorbetaald als zij een strafzaak doen.”

Het raadslid is vaak ambtenaar, zegt Peter Otten, voorzitter van de vereniging voor raadsleden. Uit onderzoek blijkt dat 75 procent van de raadsleden een betaalde baan heeft. Van die mensen werkt de helft bij de overheid. Dat is logisch, vindt Otten, omdat overheden genegen zijn het raadswerk mogelijk te maken. Bijvoorbeeld wanneer een werknemer ’s middags een vergadering heeft, of een werkbezoek moet afleggen. „Maar jammer is het wel, want je wil het liefst dat raadsleden een afspiegeling vormen van de samenleving.”

Als vergoeding krijgen raadsleden meestal 20 procent van het salaris van een wethouder. Die hoort weer 90 procent te krijgen van wat een burgemeester verdient. En dát bedrag is afhankelijk van het aantal inwoners van een gemeente. Maar nog niet in alle gemeenten worden de regels nageleefd. De Vereniging Nederlandse Gemeenten streeft naar een vergoeding van 25 procent, maar wil in ieder geval dat de bestaande afspraken worden nagekomen. Bovendien wil de VNG dat fractievoorzitters en voorzitters van commissies een toeslag krijgen van 8 procent.

Hoeveel tijd het raadswerk kost, verschilt per gemeente, en per persoon. Gemiddeld besteedt een raadslid in een kleine gemeente volgens adviesbureau SGBO 15 uur per week aan raadswerk. In grotere gemeenten ligt dat tussen de 20 en 30 uur. Voor fractievoorzitters en eenmansfracties is het meer.

Peter Otten heeft berekend dat een raadslid per uur gemiddeld tussen de 4 en 8 euro verdient. „Dat is eigenlijk te weinig. Raadsleden zouden op basis van de raadsvergoeding een halve of hele dag minder moeten kunnen gaan werken.” Meer dan dat is ook niet nodig, vindt Otten. „Want geld mag nooit een motief worden om dit werk te doen.” En raadslid moet ook geen fulltime baan worden. „Je moet deel blijven uitmaken van de samenleving die je vertegenwoordigt in de raad. Zo behoud je een brede blik.”

Gemeenten hebben steeds meer taken gekregen en krijgen er nog meer. Zoals het uitvoeren van de Wet maatschappelijke ondersteuning (onder meer de thuiszorg). Het betekent een verzwaring van de taken van het college en de raad. Daarom vindt Peter Otten het van belang dat de raad goed geschoold wordt. Nu krijgen raadsleden alleen een opleiding of cursus vanuit hun partijbureau aangeboden. Maar lokale raadsleden krijgen dat bijvoorbeeld niet; zij hebben geen landelijk partijbureau. Dus, zegt Otten, moet de raad als geheel geschoold worden. Ook omdat je elkaar dan beter leert kennen en kunt aanspreken op hoe het zou moeten. Hij denkt dat je daardoor betere debatten krijgt en betere besluiten.

Raadsleden vinden zelf ook dat zij professioneler en efficiënter kunnen werken, blijkt uit de scriptie Het raadslid als professionele amateur van bestuurskundige Gerco Lock van de Erasmus Universiteit. In 2006 vond 34 procent van de raadsleden dat de vergadering in de helft van de tijd had gekund. De raad kan zelf budget vrijmaken voor scholing, maar dat gebeurt weinig, concludeert Lock. Volgens hem zouden raadsleden het moeilijk vinden gemeenschapsgeld in zichzelf te investeren.

Bekijk wat raadsleden precies doen en wat hun rechten en plichten zijn: www.raadslid.nu