Willoze ledepoppen in trage film

Stellet licht. Regie: Carlos Reygadas. Met: Cornelio Wall, Miriam Toews, Maria Pankratz. In: 6 bioscopen.

Dat Stellet licht slechts een schaduw is van Carl Theodor Dreyers Ordet (1955) is nog maar het minste bezwaar tegen de film. De Mexicaanse schandaalregisseur Carlos Reygadas (in zijn Batalla en el cielo uit 2005 liet hij een minderjarig-mooi meisje een vadsige oudere man frontaal voor de camera oraal bevredigen) mag best een film van de Deen hermaken over religieuze twijfel en verlossing.

Reygadas (1971) illustreert Dreyers thema van de geloofscrisis aan de hand van een overspelgeschiedenis in een noord-Mexicaanse mennonietengemeenschap. Het is een prachtig uitgangspunt. Je neemt een zo geïsoleerd mogelijke subcultuur. Voilà, het filmisch laboratorium.

Mennonieten zijn extreem pacifistische doopsgezinden die zich baseren op de leer van de Fries Menno Simons (1496-1561). In Mexico wonen er zo’n 100.000, bijeengehouden door hun eigen taal, het Plautdietsch, een middeleeuws Germaans dialect, in relatief autonome gebieden, met eigen wetten en scholen, zonder elektriciteit of moderne medische zorg.

Reygadas is in zijn derde film geïnteresseerd in het samenspel van extreem pacifisme, hemelse voorbeschikking en aardse gelatenheid van de mennonieten. Hoe lossen zij een verboden liefde op die ingaat tegen de wetten van God en de mensheid? Hoe kun je eerst van iemand houden en dan niet meer? Hoe blijf je verdraagzaam terwijl je hart breekt?

Van dat laatste moeten we dan maar gemakshalve uitgaan, want de regisseur heeft zijn amateur-acteurs (echte mennonieten) opgedragen om zo emotieloos mogelijk voor de camera te komen. Alsof de religieuze rust die hen drijft, ze ook tot marionetten van hun eigen overtuigingen heeft gemaakt.

Dat Reygadas de twee vrouwen in het leven van hoofdpersoon Johan zo goed als inwisselbaar voorstelt, maakt het er voor de toeschouwer niet eenvoudiger op. Ze dragen allebei een hoofddoekje om hun blonde haren bijeen te houden en een Kleine-huis-op-de-prairie-jurk. De film geeft geen echte reden waarom Johan de een voor de ander zou willen inwisselen. Reygadas portretteert hen als willoze ledenpoppen, die meer medelijden hebben met elkaar dan met zichzelf en daarom Johan zijn geaarzel en gedraai vergeven.

Waarom Reygadas het nodig vond zijn film aan het slot die antifeministische tournure te geven, is een raadsel. Hij kan het moment van verlossing alleen bereiken door een deus ex machina-achtig Wonder. Maar met of zonder wonder, in Reygadas’ gepredestineerde wereld gebeurt alleen wat is voorbeschikt. Ja, er zijn beslist parallellen tussen filmmaker en God.

De toeschouwer mag zich intussen vergapen aan Alexis Zabes fenomenale fotografie. Daar heeft hij alle tijd voor, want zelfs grote liefhebbers van lang aangehouden natuurshots, zullen zich door Stellet licht op de proef gesteld voelen.

Dat laat onverlet dat Reygadas een van de belangrijkste filmmakers van nu is, die inhoudelijke en esthetische vragen op de spits durft te drijven. Hij kreeg die juryprijs in Cannes echt niet voor niets. Maar wat hij in deze film heeft willen bereiken, blijft ongewis. Bovendien wekt de semi-veelbetekenende stilte aan het slot ergernis. Het zou wel eens uit sadistische gemakzucht kunnen zijn geweest, dat Reygadas de antwoorden op alle vragen open laat en alleen suggereert achter een mystieke maskerade.