Voorstelling

Op weg naar het station schiet mijn kunstbeen twee keer los. Ik frommel het weer aan en haal de laatste trein net. Als de trein gaat rijden doe ik het been zorgvuldig aan: broek naar beneden, stompsok uit en weer aan, aantrekhulp erover, staan, het hele zaakje in de cup, vacuüm trekken, ventiel er in, broek omhoog.

Mevrouw tegenover kijkt zorgvuldig de andere kant uit (in het spiegelende raam). Tegen het eind komt de conducteur binnen en roept: „Ik heb de voorstelling net gemist, geloof ik.” Mevrouw tegenover zegt: „Ja, jammer voor u, het was echt kunst.”

Kees Rutten