Verzakelijking bedreigt samenleven

Nederlanders moeten weer burgers worden, geen klanten van de overheid. De persoonlijke correctie moet terugkomen, zeggen adviseurs. „Geen folder. Kruip in de praktijk.”

Het verdwijnen van de tramconducteur en de conciërge is een verlies voor Nederland. Wie moet burgers nog opvoeden, als de overheid verzakelijkt? Wie Nederlanders weer burgers wil maken, moet ze niet als klanten behandelen.

Dat is één van de vandaag gepresenteerde conclusies van een door het kabinet ingestelde commissie die onderzocht hoe Nederlanders weer kennis kunnen maken met „kernwaarden van de rechtsstaat”.

Want Nederlanders weten volgens dit kabinet te weinig van de rechtsstaat en hun rol als burger. Ze begrijpen niet precies waarom vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst belangrijk zijn. Of hoe overheid en justitie werken. Tennisser Richard Krajicek en Wim van de Donk, voorzitter van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), zaten in de commissie die moest bedenken hoe je daar iets aan kan doen.

Hebt u zelf nog wat over burgerschap geleerd?

Van de Donk: „Het meest indrukwekkende vond ik ons bezoek aan de Rotterdamse interventieteams. Het is makkelijk om abstracte discussies over de rechtsstaat te voeren, maar het is ook goed om eens in die samenleving te gaan kijken. Normaal kom je niet om zeven uur in de Tarwewijk bij mensen binnenvallen. Je ziet mensen die in de frontlijn rottige rotproblemen oplossen.”

Krajicek: „Ik blijf even bij sport, dat is mijn specialiteit. Met het werk van onze stichting leren wij jongeren in de aandachtswijken van Nederland via sport met elkaar om te gaan: dat het leuker is en beter gaat op die velden als je mét elkaar speelt, en als je bepaalde regels volgt. Vanuit dat perspectief kon ik mijn steentje bijdragen aan deze commissie.”

Van de Donk: „Het sportveld is natuurlijk een hartstikke goede metafoor. Je moet daar leren dat er regels zijn die misschien nu niet in jouw directe belang zijn. Maar dat die regels wel in het algemeen belang zijn om het spel een beetje aangenaam en spannend te houden. Je leert geduld, je verplaatsen in de ander. Daar gaat het in de rechtsstaat ook om.”

Uw aanbevelingen: geef als overheid het goede voorbeeld, toezicht en handhaving zijn belangrijk, leer van je fouten, geef ruimte aan de praktijk. Dat zijn toch geen nieuwe inzichten?

Van de Donk: „Het zijn open deuren die op slot zaten. We hebben vooral de overheid willen waarschuwen. Maak geen folder die mensen nog eens uitlegt hoe het legaliteitsbeginsel in elkaar zit. We zeggen, kruip in de praktijk. We zijn vergeten dat mensen ook lid van een gemeenschap zijn. Niemand blijft onbewogen als hij wordt uitgenodigd deel te zijn van een gemeenschap, trots te zijn, daar in op te groeien.”

Krajicek: „Wij leren: je moet je werk niet mee naar huis nemen. Dat is doorgeslagen. Mensen weten vaak niet eens meer waarom ze iets doen. Voor ons werk is de intrinsieke motivatie van de mensen juist het allerbelangrijkste. Mensen die op onze sportvelden werken zijn altijd mensen die in die wijk wonen. Die spreken de taal van de straat, hebben het zelf meegemaakt. Je kan wel de best opgeleide nemen, maar dat werkt gewoon niet. Een secretaresse of loodgieter is vaak veel meer rolmodel dan een supergeslaagd figuur die de taal van de elite spreekt.”

Van de Donk: „Veel van de instituties van de rechtsstaat zijn verdrongen in de zoektocht naar doelmatigheid. Je vertekent de werkelijkheid. Je meet met kengetallen, terwijl het gaat om persoonlijk contact. Een kantonrechter wil mensen zoveel mogelijk op zitting uitnodigen. Het is toch een beetje schuld en boete, een opvoedend uur. Maar hij is gek als hij het doet, want hij krijgt niet betaald voor die extra aandacht. We zijn het oude ambacht er overal uit aan het slopen. Voor snelheidsovertredingen zijn camera’s en acceptgiro’s ingevoerd. De agent die zegt ‘wat waren wij eigenlijk aan het doen, mijnheer?’, de persoonlijke correctie, is verdwenen. Mensen hebben mensen nodig om te weten hoe ze zich moeten gedragen en waar de grenzen van hun vrijheid liggen.

Krajicek: „Dat geldt voor ons ook: mensen kan je het beste bereiken via mensen. Wij kijken naar het sociale kapitaal in de wijk. Je kan poortjes neerzetten, mensen fouilleren. Maar als je tijd voor mensen hebt, en elkaar leert kennen, krijg je ook een gevoel van veiligheid.”

Van de Donk: „We hebben de conciërges en tramconducteurs weggehaald. Is dat niet een beetje naïef geweest? Ik vraag me af of dat de maatschappij niet meer kost dan dat het oplevert. Dat zou onderzocht moeten worden.”

Hoe sterk is burgerschap in Nederland eigenlijk?

Van de Donk: „Er is een kentering. Mensen zijn het spuugzat dat de kwaliteit van de menselijke relaties en het samenleven onder druk worden gezet. Maar er is wel reden tot zorg. De rechtsstaat is niet aangeboren. Je moet burgerschap leren, oefenen.

Krajicek: „Op zich gaat het goed. Zelfs mijn dochter in groep zes praat nu over het nieuws. Ik was daar niet mee bezig toen ik negen was. Ik heb een groot geloof in onze maatschappij. Ik ben heel blij dat mijn ouders hier naartoe zijn gevlucht, 38 jaar geleden nu alweer. Ik heb over de hele wereld gereisd, en ondanks weer, verkeer en belasting heb ik besloten mij hier te vestigen. Het is gewoon een fantastisch land. Juist omdat iedereen zijn gang kan gaan en we geleerd hebben samen te leven.”