Rotterdam wil geen artistiek straatmeubilair

In Rotterdam is een kunstproject afgeblazen onder druk van de gemeente. Een woningcorporatie wilde met een kunstzinnig ‘groenproject’ de eenvormigheid van de openbare ruimte doorbreken. De betrokken gemeentelijke diensten maakten bezwaar omdat een niet-standaard project als dit tot te hoge onderhoudskosten zou leiden.

Woningcorporatie Vestia lanceerde onlangs een ‘brutaal’ voorstel in de deelgemeente IJsselmonde. Weg met de eenvormigheid, leve de diversiteit. Dat was kortweg de boodschap van een van de Vestia-projectleiders in het magazine van het Centrum voor Beeldende Kunst (CBK). Twee kunstenaars hadden van Vestia min of meer de vrije hand gekregen voor een planologisch ontwerp van de ‘groenvoorziening’ in de woonwijk.

Een boze ambtenaar van de deelgemeente stapte prompt uit het overleg met de corporatie. Vestia’s kunstzinnige oplossingen strookten niet met de richtlijnen, die standaardbanken en -stenen voorschrijven. „Je kunt op korte termijn heel veel mooie dingen bedenken, maar op lange termijn leidt diversiteit onherroepelijk tot hogere onderhoudskosten”, zegt de verantwoordelijke portefeuillehouder van IJsselmonde, Wouter Boonzaaijer. En voor dat laatste draait de deelgemeente „in negen van de tien gevallen” op.

Critici menen echter dat de zogeheten Rotterdamse Stijl beknellend werkt en verwijten het stadsbestuur een totalitaire aanpak, wat tot uitdrukking zou komen in eenvormigheid. Siebe Thissen, sectorhoofd Beeldende Kunst en Openbare Ruimte bij het CBK, constateert „een spanningsveld tussen de wensen en de mogelijkheden in Rotterdam”. De stad roept burgers bij herhaling oproept om ideeën aan te dragen, bijvoorbeeld in het kader van het RotterdamIdee en het Groenjaar. Thissen: „In de praktijk lopen die ideeën vaak stuk op de ambtelijke diensten, omdat ze afwijken van de gangbare oplossingen.”

Volgens Stedenbouw en Volkshuisvesting is de gemeente momenteel „juist druk bezig is met het maken van een kwaliteitsslag” bij de inrichting van de buitenruimte. Enige uniformiteit is daarbij onvermijdelijk. „Nu hebben we bijvoorbeeld zeshonderd verschillende soorten lantarenpalen.”