Pragmatisch compromis over begroting

De Europese ministers van Financiën drongen er bij Frankrijk aan zich te houden aan de afspraken uit het Stabiliteitspact. Frankrijk geeft, voorlopig, hieraan toe.

Minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) kon Brussel gisteren tevreden verlaten. Bij de jongste vergadering met zijn 26 Europese collega’s in Brussel heeft de minister resultaten geboekt waarmee hij kan thuiskomen.

De Nederlandse reputatie van kritische bewaker van de schatkist wist Bos te bevestigen. Ook al stond de minister alleen, hij pleitte voor betere verantwoording van Europese gelden en onthield zich van goedkeuring aan de Europese jaarrekening van 2006. En de reprimande aan het adres van Parijs om de overheidsfinanciën op orde te krijgen, bleek effect te sorteren. Na twee dagen vergaderen beloofde Frankrijk zijn best te zullen doen om zijn financiële positie te verbeteren. Daarmee lijkt de rust in de Europese familie te zijn teruggekeerd. Voorlopig tenminste.

„We wilden koste wat kost voorkomen dat de afspraken over de stabiliteitsprogramma’s zouden worden veranderd”, zei Bos na afloop. Hij doelde hierbij op de top van Berlijn in het voorjaar van 2007, toen de Europese leiders overeenkwamen dat de eurolanden hun overheidstekorten uiterlijk in 2010 zouden hebben weggewerkt. Maar de Franse premier Sarkozy verklaarde afgelopen zomer zich niet aan deze doelstelling gebonden te voelen.

Gisteren bleek dat Frankrijk zich in ieder geval meer zou inspannen de doelen te halen. „Het idee dat één lidstaat zich niet aan de afspraken wil houden leek me buitengewoon schadelijk voor andere lidstaten”, zei Bos gisteren. Zeker tegen de achtergrond van de Amerikaanse kredietcrisis en een mogelijke recessie is de Europese ministers van Financiën er veel aan gelegen dat eensgezind wordt gewerkt aan een antwoord op de daling van de economische groei. Daarbij vormen de afspraken gemaakt in het kader van het Stabiliteitspact voor de euro een belangrijk anker.

Maar het is zonneklaar dat het ene Europese land er beter in slaagt dan het andere om de gestelde doelen – vermindering van het overheidstekort, de schuldenlast en de inflatie – ook daadwerkelijk te halen. Bovendien maakt Frankrijk er keer op keer geen geheim van anders aan te kijken tegen stimulering van de economie. Zondag nog drong de Franse voorzitter van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), Dominique Strauss-Kahn, er bij Europa op aan stappen te ondernemen om de binnenlandse vraag te stimuleren met meer overheidsbestedingen. Hij riep zelfs op tot „enige gecoördineerde actie”. In Parijs konden zijn woorden bij menigeen op instemming rekenen.

Maar een overgrote meerderheid van de 15 West-Europese landen met de euro, voelt niets voor extra overheidsinjecties om de economie te stimuleren. De Duitse minister van Financiën Peer Steinbrück nam onmiddellijk afstand van de woorden van Strauss-Kahn. De huidige Europese aanpak sorteert meer effect. Bovendien: „We hebben niet te maken met een recessie, maar met een kleine groeivertraging”, aldus Steinbrück.

Het was dan ook geen toeval dat de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, zelf bij wijze van uitzondering aan de ministersvergadering deelnam om het Europese standpunt krachtig te beargumenteren. Barroso verdedigde de onafhankelijke politiek van de Europese Centrale Bank – een signaal aan Frankrijk dat de politiek niet moet proberen het monetaire beleid van de bank te beïnvloeden.

De Europese Unie streeft naar economische groei, het scheppen van banen, lage inflatie en lage rentetarieven, zei Barroso. En om dit te bereiken blijft de EU prioriteit geven aan stabiele overheidsfinanciën, het terugdringen van overheidstekorten en -schulden en het beteugelen van prijsverhogingen.

Tijdens de vergadering werd uitvoerig gedebatteerd over de economische stabiliteitsprogramma’s van de diverse landen, waarbij Nederland met Duitsland en Oostenrijk tot de beste presteerders hoort. Hongarije, Roemenië en het Verenigd Koninkrijk dreigen door de kritieke grens te zakken van een begrotingstekort van meer dan 3 procent van het bruto binnenlands product. En Frankrijk, Italië en Slowakije zijn nog ver verwijderd van de doelstellingen die zijn neergelegd in het middellangetermijnplan, stelde Europees Commissaris Joaquín Almunia (Monetaire Zaken) vast.

Er was veel tijd nodig om Frankrijk in „moeizame gesprekken” ervan te overtuigen in de pas van het in 2005 aangepaste Stabiliteitspact te laten lopen, zei minister Bos na afloop. Maar uiteindelijk konden alle landen zich unaniem vinden in een herbevestiging van de Verklaring van Berlijn uit april 2007. Daarin staat dat de eurogroep overeenkomt dat „gebruik makende van de gunstige cyclische omstandigheden”, de meeste euroleden de doelen al in 2008 of 2009 zullen bereiken, en iedereen uiterlijk in 2010.

Wat dit betekent als de cyclische omstandigheden minder gunstig zijn, daarover hulden de EU-ministers zich in stilzwijgen. De Franse minister Christine Lagarde sprak daarom van een „goed, pragmatisch compromis”. En minister Bos was allang gelukkig dat „we niet in de vreselijke situatie zijn geraakt” dat voor de grote landen andere regels gelden dan voor de kleinere.