Onze doodsangst voor gezichtsverlies

Merkwaardig commentaar over de beveiliging van Ayaan Hirsi Ali, in de Volkskrant van gisteren.

„Natuurlijk zou het logischer zijn”, las ik met instemming, „als de Amerikaanse regering haar zou beschermen, omdat zij in de Verenigde Staten woont en werkt”. Helaas. De Amerikanen zijn er te beroerd voor („maar wél miljarden stuk gooien in Afghanistan”, riep Freek de Jonge in al zijn eenvoud bij Pauw & Witteman), en de Volkskrant concludeerde:

„Maar omdat de Amerikaanse opstelling onwrikbaar is, moet Nederland zich ruimhartiger opstellen.”

Wat krijgen we nou? Omdat Amerika weigert een particuliere ingezetene te beschermen, zou Nederland (waar Ayaan zich altijd veilig kan voelen als ze op bezoek komt) ineens ruimhartiger moeten worden. „om verder internationaal gezichtsverlies te voorkomen”?

„Heel laf”, zou Bernard-Henri Lévy hebben gezegd als hij het hoofdartikel had gelezen. Maar Lévy genoot waarschijnlijk nog na van zijn verlichte laudatio, zoals alleen Franse intellectuelen kunnen nagenieten van de wijze waarop zij een verheven boodschap bijzonder welluidend over het voetlicht hebben gebracht.

Vooral de angst voor „prestigeverlies” getuigde van weinig eigendunk. Welk zelfbewust volk doet het nou in z’n broek om wat de buren misschien van iets denken? Oderint dum metuant, hield Caligula z’n mede-Romeinen voor, en hij was misschien gek, maar dát hebben we allemaal nog in het Latijn onthouden: laat ze maar haten, als ze maar vrezen.

Zou Bush gezichtsverlies vrezen als Ayaan onverhoopt iets overkomt terwijl ze op weg was naar haar conservatieve denktank? Ik wil de president natuurlijk niet met de in zijn tijd ook niet erg populaire keizer vergelijken, het gaat me om het idee. Als land waar bij democratische meerderheid is besloten dat we de veiligheid van een bedreigde onderdaan niet tot in Washington DC, Oklahoma en Californië kunnen blijven garanderen, mogen we dat besluit toch niet bangelijk terugdraaien omdat Bernard-Heni Lévy, Freek de Jonge en de commentaarschrijver van de Volkskrant dat verlangen?

Interessant op de intellectuele Franse soiree was de daar voorgelezen suggestie van president Sarkozy (in de populariteitspoll gezakt tot nét iets meer dan 30 procent, waarom heeft hij dat model ook niet gewoon als maîtresse in het Elysée verborgen?) om onze landgenote als Europese burger bescherming te bieden. Ook die mededeling kon in Parijs rekenen op een minuten durende staande ovatie, al was het maar omdat het Frankrijk van Ayaan Hirsi Ali op die manier de beveiligingskosten door 27 kan delen. Denk niet dat wij de enige op de wereld zijn die hebben leren handelsrekenen. Boekhouden is trouwens door een Italiaanse monnik uitgevonden toen wij hier nog maar nauwelijks de Hoekse en Kabeljauwse twisten achter de rug hadden.

„Nederland”, treurde de opiniemaker van de Volkskrant intussen, „heeft nu eenmaal geen grote reputatie op het gebied van moed”, en hij noemde in één beschaamde adem Anne Frank, het grote aantal joden dat in de Tweede Wereldoorlog uit Nederland was gedeporteerd, en Srebrenica.

Tja. Dan kun je als je de kans krijgt in het kader van de Vergangenheitsbewältigung, maar beter nog zo veel mogelijk goed maken aan Ayaan Hirsi Ali.

Het was haar avond in Parijs. Ze straalde ook – en wat ik heel sterk en vergevensgezind vond was haar verzekering tegenover de correspondente van het Journaal dat ze zich ondanks alles toch Nederlandse bleef voelen.

Terwijl ik me koesterde in het warme gevoel dat haar uitspraak teweegbracht, moest ik denken aan haar oude liberale bondgenoot, die voor een bijna voltooide film over het fascistoïde karakter van de islam nu ook een Arabische titel heeft verzonnen, maar die nog niet wil verklappen wat hij aan het eind zal uithalen met het hoofd van Mohamed.

Zal Lévy in hem ooit een Voltaire erkennen?