Julien C. probeert vooral te zwijgen

In december 2006 liep C. een basisschool binnen en stak hij de achtjarige Jesse dood.

Hij ontkent en wil geen advocaat.

Voor iemand die geen verklaringen meer wenst af te leggen, zei Julien C. gisteren voor het Gerechtshof in Den Bosch erg veel. De 23-jarige C. werd in september vorig jaar veroordeeld voor het doden van Jesse (8) op 1 december 2006 in een basisschool in Hoogerheide. Gisteren diende de zaak in hoger beroep.

Een uur na het begin van de zitting, had C. er plotseling genoeg van. „U verdraait het hele verhaal”, riep hij kwaad tegen voorzitter H. Harmsen. „Blijkbaar neemt u mij niet serieus. Ik ga geen antwoorden meer geven.” De rechter vervolgde laconiek zijn vragen, steeds beginnend met: „Ik had u óók nog willen vragen...” En zo ontlokt hij C. toch steeds weer een reactie.

Ondertussen zat H. van Dijk, de nieuwste raadsheer van C., duimendraaiend op zijn stoel. Met drie advocaten, Van Asselt, Spong en Drenth, had de verdachte eerder al gebroken, in hoger beroep wenste hij vervolgens zijn eigen verdediging te voeren. „Als u zich bedenkt, moet u het zeggen”, benadrukte Harmsen ’s ochtends bij aanvang van de zitting. C. liet Van Dijk gedurende de dag echter links liggen. Gekleed in een grijs kostuum met witte krijtstrepen voerde hij zelf het woord in het verdachtenbankje, met een wetboek voor zich op tafel.

In september vorig jaar legde de rechtbank in Breda C. 12 jaar gevangenisstraf op met tbs en dwangverpleging voor doodslag op de 8-jarige Jesse. Het Openbaar Ministerie had 20 jaar gevangenisstraf met tbs en dwangverpleging geëist, voor moord. Maar de rechtbank achtte moord niet bewezen. Dat C. met een vleesmes basisschool De Klim-Op binnenging, hoefde namelijk niet te betekenen dat hij een vooropgezet plan had om iemand te doden. Zowel het OM als de verdediging ging tegen het vonnis in beroep. C. blijft elke betrokkenheid hardnekkig ontkennen.

Tijdens het verhoor bracht Harmsen C. herhaaldelijk in de problemen. Op de avond voor Jesse met messteken op diens basisschool werd doodgestoken, zei C. tegen zijn moeder: „Er hangt wat in de lucht”.

„Wat bedoelde u daarmee”, vroeg de voorzitter van het gerechtshof. „Dat er wolken in de lucht hingen.” Harmsen wees er later op dat C. in de school was herkend door een juf, die een duidelijk signalement van hem gaf. Lichtgetinte man, ongeveer 25 jaar oud, normaal postuur, en circa 1,80 meter lang. C.: „Zij was één getuige, wettelijk betekent dat niets, het is er maar één. Een miljard mannen op deze wereld voldoet aan dat signalement.”

Advocaat-generaal J. Brughuis probeerde het hof ervan te overtuigen dat C. met voorbedachten rade te werk is gegaan. „Op het moment dat C. één jongetje aantrof in een verder lege klas besloot hij: dat jongetje gaat eraan. Als je nog om tafels moet heenlopen om bij dat kind te komen, zit daar zoveel tijd tussen dat er van een opwelling geen sprake is.”

Het feit dat Jesse nog heeft tegengestribbeld – getuige de snijwonden aan zijn handen en het ontbreken van een van zijn vingertopjes – toonde volgens Brughuis aan dat C. een duidelijk moment moet hebben gehad waarop hij had moeten beseffen wat hij aan het doen was. „De ernstige verwondingen van Jesse duidden erop dat de verdachte zijn karwei wilde afmaken.”

Op 26 februari doet het gerechtshof in Den Bosch uitspraak.