In The Bronx is de recessie allang begonnen

Macrocijfers duiden op een teruglopende Amerikaanse economie. In The Bronx in New York zijn de problemen al voelbaar. „Niemand wil het toegeven, maar we zitten vol in de recessie.”

Eerst de cijfers. De Amerikaanse economie groeide vorig kwartaal een minimale 0,6 procent. Winkelverkopen namen in januari met een magere 0,3 procent toe ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. En het reële inkomen van Amerikanen daalde vorig jaar met 0,9 procent.

Dit soort abstracte gegevens zeggen de 79-jarige verkoper van vloertapijten George Gil niets. Gil heeft deze macro-economische cijfers namelijk helemaal niet nodig om dezelfde conclusie te trekken als een groeiend aantal economen en 61 procent van de bevolking: „Wat volgde op de aanslagen van september 2001 was niets vergeleken met de recessie waarin we nu terecht zijn gekomen.”

Gil is een econoom van de straat. Letterlijk. Hij staat op de stoep van een druk kruispunt in de New Yorkse wijk Baychester, met de metro een uur ten noorden van Wall Street. Gil verkoopt metersgrote tapijten met mintgroen getinte oriëntaalse motieven en gouden afbeeldingen van leeuwen en tijgers. Tot vorig jaar verkocht hij nog portemonnees, sokken en T-shirts vanaf een tafel, een stratenblok verderop. Zijn sokverkopen liepen echter terug, „en ik moest het opgeven”. Hij vond emplooi als tapijtverkoper, die zijn karpetten over het hekwerk van een garagebedrijf uithangt. Gil en zijn baas verkochten op goede dagen twintig stuks per dag, à 100 dollar (69 euro) per tapijt. Plots werd twee tapijten op een dag verkopen een hele prestatie. „Alles zakt in elkaar. De overheid kan nog zo zeggen dat er niets aan de hand is, ik weet wel beter.”

Die discrepantie wordt ook aangehaald door politicus Carl Heastie. Democraat Heastie is afgevaardigde in de assemblee van de staat New York en houdt kantoor nabij Gils tapijthandel. „Niemand wil het toegeven, want het zou maar paniek veroorzaken”, zegt Heastie, „maar we zitten vol in een recessie.” Officieel is een recessie zes opeenvolgende maanden van economische krimp, maar Heastie bedoelt het meer gevoelsmatig.

Waarop hij dat baseert? Het aantal huizen dat te koop staat. De teruglopende omzetten van de detailhandel. De verhalen van zijn electoraat. „Zij betalen hun maandelijkse rekeningen voor gas, water en licht in toenemende mate met hun creditcard.” Die schuld wordt daarna weer afbetaald door een volgende creditcard aan te spreken. „Zo lenen ze zichzelf het graf in.”

In Baychester vertalen de macro-economische cijfers zich naar de praktijk. Neem de zogeheten non-manufacturing index van het gezaghebbende Institute for Supply Management. Deze graadmeter geeft een beeld van de dienstensector, goed voor tweederde van de economie. Een daling van de index zorgde op beurzen van Wall Street tot Hongkong voor koersdalingen.

De index is gebaseerd op een reeks factoren: van werkloosheidscijfers tot het aantal binnengehaalde orders en van groothandelprijzen tot de omvang van de voorraden. Vooral van die laatste componenten slaat Rick Bernard, eigenaar van schoenenzaak Stepping Up, aan het snuiven. „Mijn voorraad is de helft van die van twee jaar terug. Ik koop nauwelijks nog nieuwe schoenen in.” Zijn toeleveranciers „klagen nog harder dan ik”.

Áls hij al klanten heeft, dan komen ze voor de muziek. Achterin de zaak staat een draaitafel. Zo hoopt Bernard – beter bekend als diskjockey Intalek – nog wat bij te verdienen. Want de zaken gaan slecht. Hij begon Stepping Up met drie zakenpartners. Twee lieten zich uitkopen, nummer drie komt nauwelijks meer opdagen. „Het ging zo voorspoedig. Klanten wilden bij elk pak een paar hebben.” Nu blijven de puntige schoenen van gelig slangenleer of de pastelgroene instappers met een bontlapje bovenop onverkocht. „Zwart of bruin, daarvan raak ik er zo nu en dan eentje kwijt.” Aan klanten die wel een nieuw paar móéten hebben, zoals voor dat zeldzame sollicitatiegesprek.

Een ander macro-economisch gegeven dat op abstract niveau aangeeft hoe de economie ervoor staat is de aanpassing van het belangrijkste rentetarief. Bij de laatste ingreep, de vijfde verlaging op rij, stelde centralebankier van de Fed, Ben Bernanke, vast dat het „voor sommige bedrijven en huishoudens moeilijker is geworden toegang te krijgen tot krediet”.

Dat merkt ook Larry Randazzo, uitbater van de Golden Coach, een diner met formica tafeltjes en pastelkleurige zitjes. De eerste weken van het jaar waren „rustig”, stelt Randazzo vast. „Komt door al die rekeningen die nu binnenkomen.” Creditcards hebben een betaalcyclus van 28 dagen, kerstinkopen hoeven daarom nu pas betaald te worden. „Amerikanen betalen steeds meer met plastic. En nu de dalende huizenprijzen het onmogelijk maken nog langer bij te blijven lenen op de overwaarde moeten mensen hun creditcardachterstanden op eigen kracht zien in te lopen.”

Verderop zit Boston Road Furniture, een van de vele meubelzaken die na de huizenhausse plots met faillissement bedreigd worden. Eigenaar Marcus St. Marie sjouwt met matrassen, moet alles zelf doen sinds het gedwongen ontslag van vijf personeelsleden. St. Marie hoopt dat de beproefde klantentrekker ook voor hem werkt: ze nog meer op de pof laten kopen. Op het raam een handgeschreven poster: „Instant credit up to $3.000. No job check, no credit check”. Zelfs zijn klanten zonder baan of kredietgeschiedenis kunnen meubels inslaan. Moeten ze later maar zien hoe dat terug te betalen.

Lees meer over leengedrag in de VS op nrc.nl/kredietcrisis