Hoe Loch Ness aan een monster kwam

The Water Horse. Regie: Jay Russel. Met: Alex Etel. In: 31 bioscopen.

The Water Horse begint als E.T. en eindigt als Jurassic Park. Angus MacMorrow (Alex Etel) is een in zichzelf gekeerd Schots jongetje dat zijn vader mist, die begin jaren veertig meevecht in het Britse leger. Op een dag vindt hij een groot blauw ei op het strand. Hij neemt het mee en verstopt het in de schuur. Al snel komt er een aandoenlijk monstertje – met oren als Shrek – uitgekropen, dat hij bij zich houdt en grootbrengt.

Wat heet: het dier neemt al snel kolossale proporties aan. Nog ingewikkelder wordt het als een regiment zijn intrek neemt in het landhuis, waar Angus’ strenge moeder huishoudster is. Uiteindelijk brengt hij het monster naar het nabijgelegen meer, Loch Ness. Maar ook daar is zijn nieuwe vriend niet veilig, als de soldaten militaire oefeningen gaan doen op het water.

The Water Horse is gebaseerd op een boek van Dick King-Smith, die ook het verhaal schreef van het varkentje Babe. De regisseur Jay Russel maakte eerder kinderfilms als My Dog Skip. De tot de verbeelding sprekende special effects – waaronder een spectaculaire rit van Angus op de rug van het monster – zijn van hetzelfde bedrijf dat ook de effecten maakte voor de Lord of the Rings-trilogie, Weta Digital. Bij elkaar genoeg ervaring en vakmanschap voor een uitstekende kinderfilm, misschien iets te eng voor heel jonge kinderen. Het volwassen beest is met zijn scherpe tanden en dierlijke onvoorspelbaarheid, echt angstaanjagend.

De film verlegt geen grenzen, maar wie ligt daar wakker van bij zoveel vakkundig, doeltreffend en ongecompliceerd vermaak. Alleen de randvertelling – oude man in pub vertelt zijn levensverhaal – is wel erg zoetelijk.