Financier oppositie Georgië

in Londen overleed vannacht Badri Patarkatsisjvili, miljardair en fel criticus van president Michail Saakasjvili.

Zijn naam betekent ‘zoon van een kleine man’ in het Georgisch. Badri Patarkatsisjvili is zelf geen kleine man gebleven: hij stierf gisteravond, 52 jaar oud, in Londen aan een hartaanval als Georgië’s rijkste man: oligarch, miljardair. De Britse justitie stelt een onderzoek in naar zijn dood.

Patarkatsisjvili werd in de chaotische jaren negentig steenrijk aan de zijde van Boris Berezovski. Ze waren samen eigenaar van AvtoVaz, Ruslands grootste autofabrikant, het oliebedrijf Sibneft en het aluminiumbedrijf Rusal. Een tijdlang was Patarkatsisjvili ook eigenaar van de algemeen gerespecteerde kant Kommersant.

Dat eindigde toen president Poetin aan de macht kwam en in 2001 de tycoons die niet in de pas wilden lopen, aanpakte. Toen Berezovski Rusland moest verlaten kon Patarkatsisjvili kiezen: meegaan, of blijven, maar dan aan de kant van Poetin. Hij vond: „Vrienden zijn vrienden” en toog, met Berezovski, naar Londen.

Eind 2003 steunde Patarkatsisjvili Michail Saakasjvili in diens Rozenrevolutie. Hij brak met de nieuwe leider in 2005, na de mysterieuze dood van zijn vriend Zoerab Zjvania, premier. Sindsdien beschouwde hij Saakasjvili als „een despoot”, „een dictator” en „een fascist” en liet hij niets na om hem te bestrijden – bijvoorbeeld via zijn televisiezender Imedi.

Eind vorig jaar beschuldigde de Georgische justitie Patarkatsisjvili van een couppoging en verliet hij het land om zijn tijd verder afwisselend in Engeland en Israël door te brengen. Hij financierde in november de Georgische oppositie in haar pogingen via betogingen Saakasjvili ten val te brengen. Die betogingen werden met veel geweld uiteengeslagen (ook bij Imedi tv werd alles kort en klein geslagen), maar ze dwongen Saakasjvili wel tot vervroegde presidentsverkiezingen op 5 januari. Daaraan deed ook Patarkatsisjvili mee. Hij maakte geen kans, volgens waarnemers wegens zijn dubieuze zakelijke reputatie, het ontbreken van politieke visie, en het gegeven dat hij een jood was. Saakasjvili won, met 53 procent van de stemmen. Maar Patarkatsisjvili won wel in de hoofdstad Tbilisi.

Toen de president kort daarop de oppositie de hand reikte, maakte hij een uitzondering voor Patarkatsisjvili, wegens diens „schaamteloze leugens”. Dat zeven procent op hem had gestemd was slechts „een uitdrukking van de extreme armoede” in Georgië, aldus de president.