‘Excuus geeft ons niet terug wat is afgepakt’

Een mijlpaal – zo ervaren de Aborigines het excuus van het Australisch parlement. Maar voor het wegwerken van de achterstand van deze armste etnische groep van het land is veel meer nodig.

Toon Beemsterboer

Als een klein meisje viel Mari Melito Russell uit de toon. Ze was donkerder dan de andere kinderen op school, ze voelde zich meer thuis in het bos dan thuis, in een voorstad van Sydney. Ze vertelde aan persbureau AP dat ze levendige dromen had over een Aboriginevrouw die op een rots zat en haar wenkte: „Keer terug naar je cultuur”.

Toen Russell 24 was, kwam ze achter de waarheid: ze was als kind weggehaald bij haar Aboriginemoeder en in een gezin in Sydney geplaatst. Haar vader, een man met een Schotse achtergrond, sloeg en misbruikte haar. Haar moeder, van Ierse afkomst, strafte haar toen ze een Aboriginemeisje mee naar huis nam. „Dat zijn smerige mensen.”

Gisteren bood het Australische parlement formeel excuses aan aan de ‘Gestolen Generatie’. Naar schatting honderdduizend Aborigines werden tussen 1910 en 1972 onder dwang bij hun familie weggehaald onder de assimilatiepolitiek van opeenvolgende Australische regeringen. Dat beleid heeft een diep trauma veroorzaakt in de Aboriginesgemeenschappen en is nog altijd een open wond in de Australische samenleving.

„Het gebaar zal de geschiedenisboeken in gaan als een mijlpaal en een keerpunt voor de Aborigines”, zegt Ad Borsboom, hoogleraar Pacific Studies aan de Radbout Universiteit Nijmegen. Als antropoloog doet hij al ruim 35 jaar onderzoek naar de Aborigines. „Veel Aborigines zijn opgelucht dat ze het verleden eindelijk achter zich kunnen laten en zich kunnen richten op de toekomst. En veel blanke Australiërs zullen blij zijn dat de discussie over dit pijnlijke verleden eindelijk achter de rug is.”

Want de vorige premier Howard weigerde in de elf jaar dat hij aan de macht was zijn excuses aan te bieden. Alle staten van de Australische federatie hebben wel verontschuldigingen aangeboden. Howard vond echter dat hij niet verantwoordelijk was voor het beleid van vorige generaties.

Met premier Kevin Rudd komt daar verandering in. Al wil ook hij geen compensatie betalen, wat sommige Aboriginalorganisaties wel willen. Het Tasmaanse Aboriginal Center vindt dat de regering 601 miljoen euro opzij moet zetten voor genoegdoening. Rudd vindt dat individuele slachtoffers hun gelijk moeten halen bij de rechter. Dat is in het verleden al gebeurd. Vorig jaar was Bruce Trevorrow de eerste Aborigine die met succes de regering aanklaagde voor de schade die hij opliep door de assimilatiepolitiek. De rechter bepaalde dat de regering hem 151.000 euro moest betalen.

In plaats van compensatie wil Rudd een ‘sociaal contract’ afsluiten met de Aborigineorganisaties om samen te komen tot een hernieuwde aanpak van de grote sociale achterstand van de Aborigines.

Want de problemen zijn groot. In Australië wonen zo’n 450.000 Aborigines op een bevolking van 21 miljoen. Ze zijn de armste etnische groep van het land. De werkloosheid is groot en de gemiddelde levensverwachting is 17 jaar korter dan van andere Australiërs. „In de Northern Territories is de sociale cohesie zo ver aangetast dat de Aboriginegemeenschap echt in elkaar dondert”, zegt Borsboom. „Kindermisbruik en alcoholisme zijn er ernstig en wijdverspreid. Ook is erg een groot gebrek aan gezondheidszorg en onderwijs.”

Howard bestreed deze problemen met „draconische maatregelen, zoals een verbod op alcohol en gedwongen medisch onderzoek van alle kinderen”, zegt Borsboom. „Dit heeft veel kwaad bloed gezet. Veel Aborigines vonden dat respectloos en verweten Howard paternalisme of zelfs neokolonialisme. Rudd staat een subtielere aanpak voor, maar de interventie zal niet verdwijnen. Hij is wel weer in gesprek met de organisaties in plaats van dat hij ze ontmantelt, zoals Howard deed.”

Volgens Borsboom is geld en mankracht echter niet genoeg om de problemen op te lossen. „In de Northern Territories leven veel Aborigines nog altijd van de opbrengst van het land. De verschillen tussen de tradities en de moderne tijd zijn niet zo makkelijk overbruggen. Dit is de diepere oorzaak van hun achterstand. Veel Aboriginals hebben tegenwoordig een mobieltje en een auto, maar in hun leefwereld blijven ze trouw aan de tradities. Aborigines hebben zo’n hechte band met hun land, dat verhuizen problematisch is. Hierdoor is het is moeilijk om ze deel te laten uitmaken van de bredere samenleving.”

Midden jaren negentig ontdekte Mari Melito Russell haar ware afkomst: ze was de dochter van een 13 jaar oud Aboriginalmeisje, Joyce Russell, uit wier armen ze is meegenomen op de dag van haar geboorte, 4 september 1935. Moeder en dochter werden in 2001 eindelijk herenigd. „Ik probeerde echt sterk te zijn en niet te huilen”, zei Mari Russell. „Het was een schok toen ik haar voor het eerst zag, want we lijken spreken op elkaar. Ze bleef mijn hand maar pakken en wilde overal met me naartoe lopen.”

Eerst realiseerde de oude vrouw niet wie de vreemde vrouw was, maar haar herinnering kwam terug. „Ze begon te huilen en daarna werd ze zo kwaad”, zei Russell. „Ze zei dat ze een klein meisje had, maar dat die van haar was afgepakt. Ik zei tegen haar: ‘Het is goed, mam, ik ben dat kleine meisje.’”

Voor Russell zijn de excuses een stap in de goede richting, maar die kunnen nooit teruggeven wat zij en anderen zijn kwijtgeraakt. „We hebben onze cultuur, onze taal en onze geschiedenis gemist. Dat krijgen we nooit meer terug. Dat kan gewoon niet.”