Eindbod van Ter Horst voor politie-cao

Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) heeft de politiebonden een eindbod gedaan voor een nieuwe cao. Haar bod komt volledig overeen met het voorstel van bemiddelaar Doekle Terpstra.

In het nieuwste voorstel biedt Ter Horst politiemensen een loonsverhoging van 3,5 procent per 1 februari 2008 en een verhoging van 3,3 procent per 1 januari 2009. Alle politiemensen tot en met schaal negen krijgen in juli een bedrag van 1.200 euro bruto en nog eens 600 euro bruto in juli volgend jaar. Politiemensen met studerende kinderen boven de achttien jaar krijgen in 2008 en 2009 een tegemoetkoming van 69 euro bruto per maand per studerend kind. De toeslag voor onregelmatig werk gaat voortaan ’s avonds om 21.00 uur in, in plaats van om 22.00 uur. In 2010 worden de hoogte van de salarissen en de functiewaardering binnen de politie herzien. Wat de minister betreft krijgt de nieuwe overeenkomst een looptijd van drie jaar. Het oorspronkelijke bod ging uit van twee jaar.

De bonden gaan het bod voorleggen aan hun achterban. Aan het einde van deze maand laten zij weten hoe de leden erover denken en of ze ermee instemmen of niet.

Tijdens een persconferentie in Doorn zei Ter Horst dat zij „blij is met de doorbraak in de impasse”. Vervolgens uitte ze haar waardering voor de politievakbonden, want, zo zei zij: „Zonder de zware inzet van de bonden waren we absoluut niet zover gekomen.” Oud-voorzitter Doekle Terpstra van de vakcentrale CNV zei vanochtend, voor hij de resultaten van zijn gesprekken met de bonden aan de minister ging aanbieden, dat hij „gesloopt en trots” is. Ook hij benadrukte groot respect te hebben voor de bonden, omdat zij „niet alleen hebben gestreden voor eigen winsten, maar ook bereid waren in elkaars huid te kruipen”.

Hans van Duijn, voorzitter van de Nederlandse Politiebond, maakte na de persconferentie een tevreden indruk. „Het loonbod is volledig aan onze eisen tegemoet gekomen”, zei hij. Toch miste hij in het nieuwe bod ook bepaalde zaken, zoals een hogere piketvergoeding. „Maar ik wil mij niet gaan blindstaren op de minder positieve elementen”, zei Van Duijn. „De kans is nihil tot minimaal dat we die laatste dingen er nog uit kunnen persen.”