Een praatje? Geen geld voor

Honderden thuishulpen zijn of worden nog ontslagen. Of hun arbeidsvoorwaarden zijn verslechterd.

De huishoudelijke hulp wordt er niet beter op.

Ze vond het een „ontiegelijk leuke baan”. Maar toch heeft Ilona Basters (41) uit Hoogland ontslag genomen als huishoudelijke hulp bij zorgorganisatie Amant in Amersfoort. „Het wordt steeds slechter in de thuiszorg”, constateert ze. „Er is steeds minder mogelijk. Cliënten willen niet alleen een hulp die schoonmaakt, maar ook iemand die een praatje met ze maakt of af en toe iets voor ze regelt. Maar daar is bijna geen tijd meer voor.”

De concurrentieslag die na de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) per 1 januari 2007 ontstond, heeft thuiszorgorganisaties in de financiële problemen gebracht. Tientallen instellingen zitten „in een lastige situatie”, schat brancheorganisatie Actiz.

Volgens vakbond Abvakabo FNV heeft de WMO, die gemeenten verantwoordelijk maakt voor de huishoudelijke hulp, tot „een enorme slachtpartij” geleid, waarvan het einde nog niet in zicht is. „Honderden, misschien wel duizenden mensen hebben hun baan verloren of gaan die verliezen”, zegt bestuurder Elise Merlijn.

Volgens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn vorig jaar zo’n zeshonderd ontslagaanvragen ingediend bij de Centra voor Werk en Inkomen. Met 11 miljoen euro extra kon het Rijk ontslag van zevenduizend medewerkers voorkomen. Merlijn: „De problemen doen zich voor bij organisaties in het hele land. Wij proberen de problemen zo goed mogelijk op te lossen, maar soms gaat het zo slecht dat er niks anders op zit dan ontslag.” Onlangs nog kondigden onder meer de Zorggroep Zuid-Gelderland (Nijmegen) en Livio (Enschede) respectievelijk 400 en 180 ontslagen aan.

„Ervaren krachten worden aan de kant gezet. Onervaren, vaak jongere meisjes nemen het werk over, als goedkopere alfahulp”, zegt ex-thuishulp Basters. „En dan komt het voor, zo hoorde ik laatst, dat een vies gasfornuis met een stofdoek wordt schoongemaakt, of dat het drie uur duurt voordat de ramen zijn gelapt.”

Soms krijgen met ontslag bedreigde huishoudelijke hulpen de mogelijkheid als alfahulp aan de slag te gaan. Zij worden dan via bemiddeling van de zorginstelling ingeschakeld, maar door de cliënt betaald. Deze hulpen krijgen geen vakantiegeld, zijn niet verzekerd voor arbeidsongeschiktheid en bouwen geen pensioen op. Veel hulpen willen niet als alfahulp werken. Zij laten zich om- of bijscholen tot bijvoorbeeld verzorgende (niveau 3) of zeggen de thuiszorg vaarwel. „En dat terwijl er een enorm personeelstekort is.”

Gemeenten hebben de huishoudelijke hulp voor 2007 openbaar aanbesteed. Zorgorganisaties hebben tegen zo laag mogelijk tarieven ingeschreven – Merlijn spreekt van woekerprijzen. „Ze moesten wel, want als ze dat niet zouden doen, dan zouden ze te weinig werk hebben en mensen moeten ontslaan.”

Wat de instellingen daarbij niet konden voorzien, was dat de gemeenten bij de beoordeling van de hulpbehoefte van cliënten in 2007 veel „zuiniger” zijn gaan indiceren dan gedacht. Kreeg in 2006 80 procent van de cliënten een duurdere vorm van huishoudelijke hulp (niveau 2) en 20 procent een goedkopere vorm (niveau 1), inmiddels zijn die percentages omgekeerd. Gevolg is dat de zorgorganisaties veel minder inkomsten kregen dan waarop ze hadden gerekend. „En voor gemiddeld 14 tot 15 euro bruto per uur kan geen enkele organisatie een huishoudelijke hulp in loondienst houden”, zegt Actiz-directeur Aad Koster.

„Er maken ongeveer 400.000 mensen gebruik van huishoudelijke hulp”, zegt Koster. „Vorig jaar zijn 100.000 cliënten geïndiceerd door de gemeenten, en dat gaf een enorme verschuiving te zien van niveau 2 naar niveau 1. Als dat bij de 300.000 cliënten die dit jaar moeten worden beoordeeld in dezelfde mate het geval is, zijn de effecten op de werkgelegenheid nog groter.”

Binnenkort stuurt staatssecretaris Jet Bussemaker een voortgangsrapportage naar de Kamer met maatregelen, zegt haar woordvoerder.