Dood Napoleon was geen moord

De Franse keizer Napoleon I is niet vermoord met behulp van arsenicum. Dat maakten wetenschappers van het Italiaanse Instituto Nazionale di Fisica Nucleare gisteren bekend. Met behulp van een kleine nucleaire reactor onderzochten zij gedurende anderhalf jaar haren van de keizer, zijn zoon, zijn vrouw Josephine en een controlegroep op de aanwezigheid van arsenicum.

De these dat Napoleon vergiftigd zou zijn, werd in de jaren tachtig van de vorige eeuw geopperd. Uit de chemische analyse van een lok haar die Napoleon tijdens zijn gevangschap op Sint Helena – van 15 oktober 1815 tot zijn dood op 5 mei 1821 – schonk aan een vertrouweling, concludeerden onderzoekers dat de keizer een onnatuurlijk hoge concentratie van het gif in zijn lichaam had.

Een van de Franse aanwezigen op het eiland werd aangewezen als de moordenaar. Een aantal vooraanstaande Napoleonkenners heeft deze theorie onderschreven. De officiële lezing wil dat de keizer bezweek aan maagkanker.

Uit het Italiaanse onderzoek blijkt nu dat Napoleon tijdens zijn gevangenschap inderdaad veel arsenicum in zijn lijf had: honderd keer meer dan wat nu normaal wordt gevonden. Maar datzelfde gold ook voor zijn zoon en vrouw, die zich op andere plekken bevonden, én voor haarlokken van de keizer uit eerdere periodes in zijn leven.

„Zelfs uit zijn jeugd. Daarmee staat voor ons vast dat Napoleon niet is vergiftigd”, zegt onderzoeker Ezio Previtali. „Kennelijk hadden mensen in deze tijd allemaal een hoger niveau arsenicum in hun lichaam. Ze raakten er gedurende hun leven tot op zekere hoogte immuun voor.”

Previtali denkt dat het gif via behangverf en als onderdeel van conserveringsmiddelen in voedsel in het lichaam van Napoleon en zijn tijdgenoten terechtkwam.

De Italiaanse wetenschappers werkten ruim twee jaar aan de verfijning van hun methoden voordat ze aan het onderzoek van de keizerlijke haren begonnen. Musea in Parijs, Rome en Parma stelden lokken uit hun collectie beschikbaar.