De Wallen zelf zijn het probleem niet

De helft van de ramen op de Wallen in Amsterdam moet dicht om de criminaliteit te bestrijden, zegt de gemeente.

Goede smoes om lekker moralistisch te kunnen doen.

Op 1 januari 2008 werd haar raam gesloten. Maria uit de Dominicaanse Republiek werkte zes jaar lang achter het raam in een steeg op de Wallen. „Het is mijn leven”, verzuchtte ze tegen een vriend van me die op de Zeedijk woont. Dagelijks zwaaiden ze naar elkaar. Nu hangt er designkleding in haar raam.

De gemeente Amsterdam heeft besloten om de binnenstad te saneren. Het imago van de hoofdstad moet veranderen, vindt de fractie van de PvdA. Daarom wil men minstens de helft van de raambordelen in de Wallen sluiten en vervangen door mode-ateliers en winkels. De vraag die onbeantwoord blijft, is: waar moeten de sekswerkers dan naar toe? En, nog belangrijker: zal door het sluiten van de ramen de criminaliteit en uitbuiting in de prostitutie daadwerkelijk afnemen?

Hoe denkt men vrouwenhandel te bestrijden door middel van het sluiten van ramen? Met de huidige aanpak verplaatst de gemeente het probleem slechts. Uitbuiting en dwang komen namelijk met name voor in gesloten bordelen en clubs. Zou men werkelijk misstanden in de prostitutie willen aanpakken, dan zouden alle bordelen moeten worden doorgelicht, niet alleen de zichtbare.

Het lijkt erop dat de overheid vooral optreedt tegen seks in de openbare ruimte, omdat Nederland opeens in de ban is geraakt van een réveil moral. Toch is er sinds mensenheugenis nog nooit een overheidsmaatregel geweest die de vraag naar prostitutie heeft doen verminderen. Laat staan doen verdwijnen.

De gelijkenis dringt zich op met een eeuw geleden, toen de Amsterdamse gemeenteraad naar aanleiding van een rapport in 1897 besloot tot een bordeelverbod. In 1902 moesten alle grote bordelen in Amsterdam hun deuren sluiten en werd er hard opgetreden tegen straatprostituees. Dit resulteerde in 1911 in de landelijke invoering van ‘de zedelijkheidswetten’; het werd verboden een bordeel te houden, alsook om voorbehoedsmiddelen en pornografisch materiaal te tonen.

Sindsdien zijn de prostitutie en de misdaad nauwer met elkaar verstrengeld geraakt dan ooit tevoren. Er kwam een wildgroei in clandestiene ‘huizen van ontucht’. De prostitutie verplaatste zich naar andere sectoren, zoals tabakswinkels, massagesalons en de kunsthandel.

Vanaf 1960 verwierf Amsterdam wereldwijde faam met de rosse buurt: de Wallen. Inmiddels trekt de stad jaarlijks circa 2,5 miljoen mensen uit de hele wereld die de buurt en de sekswerkers bezoeken – dat is ongeveer 36 procent van het totale aantal toeristen dat de hoofdstad bezoekt.

Het is ongelofelijk dat op de plek waar sekswerkers decennialang achter de ramen hebben gestaan, nu designkleding hangt. Dat is een schoffering van sekswerkers. In plaats van hun positie en werkomstandigheden te verbeteren, gaat de voorkeur uit naar een ‘schoon’ imago van een seksloze stad. Maar een seksloze stad bestaat niet. Nu sekstheater Casa Rosso zijn deuren moet sluiten, zal een groot deel van de sekswerkers als escort gaan werken. Zo verdwijnt de industrie gedeeltelijk ondergronds. Waarom maakt niemand zich dáár zorgen om?

Omdat er een fundamentele denkfout wordt gemaakt. De seksuele zeden en praktijken van een volk worden hier ter discussie gesteld. Maar daar zou de staat zich niet mee moeten bemoeien. Tenzij het een strafdelict betreft, dus zorgen over dwangarbeid en uitbuiting in de prostitutie zijn terecht. Maar die problemen doen zich evengoed voor in de de land- en tuinbouw, de horeca en de huishoudelijke dienstverlening. De seksindustrie zélf is het probleem niet.

Sterker nog, prostitutie is altijd al onderdeel geweest van een groeiende en dynamische economische markt. De 8.000 sekswerkers in Amsterdam ontvangen dagelijks duizenden klanten. De rosse buurt als seksuele vrijplaats is voor veel mensen dan ook van enorm belang. Veel mensen kiezen ervoor om niet in gezinsverband te leven, en zijn liever homo, transgender, hoer of hoerenloper op de Wallen. Amsterdam is een lichtbaken voor hen die de repressieve seks- en gezinsmoraal willen ontvluchten.

Dat op dit soort vrijplaatsen altijd allerlei soorten mensen samenkomen, is een gegeven dat door de hypocriete Amsterdamse burgerij blijkbaar niet kan worden verkropt. Onder het mom van ‘de verloedering van de stad’ wordt een mokerslag aan de ziel van Amsterdam toegebracht. De economische schade zal groot zijn: de jaarlijkse omzet op de Wallen werd in 2000 geschat op maar liefst 83 miljoen euro. Zou de PvdA – nota bene de arbeiderspartij – zich niet alleen al dáárom meer met het stimuleren van nette bordelen en arbeidsrechten van sekswerkers moeten bezighouden dan met zinloze repressie? Immers, prostitutie is sinds 2000 gewoon een erkende en legale vorm van arbeid.

Dr. Marie-Louise Janssen is antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is gepromoveerd op de Europese seksindustrie.

De Noord-Hollandse zanger Mick Harren schreef een protestlied tegen sluiting van de ramen op de Wallen. Beluister het lied op www.mickharren.nl