De uitzender

Jeroen Neimeijer (26)

Studie: Dier- en veehouderij, Christelijke Agrarische Hogeschool Dronten (1999-2005)Werk: Eigenaar van agrarisch wervings- en detacheringsbureauHuis: Bij ouders op de boerderij. Ouders gaan verhuizenBrutomaandsalaris: 3.200 euro

Waarom is er een uitzendbureau speciaal voor de agrarische sector nodig?

„Ik kwam er tijdens mijn studie achter dat er vanuit studenten veel vraag naar werk is en vanuit bedrijven veel vraag naar werknemers, maar dat ze elkaar niet goed vinden. Het begon toen ik op steeds meer plekken gevraagd werd om te komen werken, toen zag ik dat ik mijn medestudenten aan het werk kon helpen. Uiteindelijk heb ik samen met een partner mijn bedrijf opgericht. We hebben nu drie vestigingen en we breiden nog verder uit. We richten ons vooral op afgestudeerden, die we op hbo- en academisch niveau proberen weg te zetten. Dat gaat dan om agrarische specialisten voor bijvoorbeeld verzekeraars en banken. Dus lang niet altijd op de boerderij.”

Wat zijn uw werkzaamheden op een gemiddelde dag?

„Eigenlijk ben ik de hele dag aan het praten en bellen. Ik stuur een team van zes mensen aan. Ik rij van vestiging naar vestiging en ik doe vooral de voorhoede van het bedrijf. We zijn nu ook aan het kijken of we een vestiging in Wageningen kunnen openen, bij de landbouwuniversiteit. Over tien jaar willen we landelijke dekking hebben en een begrip zijn binnen de agrarische sector.”

Wilde u niet liever veehouder worden?

„Dat was altijd het plan. Daarom ben ik ook met die studie begonnen. Maar in Dronten ontdekte ik tijdens het studentenleven dat ik goed ben in organiseren. Ik zat in het dagelijks bestuur van een studentenvereniging en regelde van alles. Dat is eigenlijk veel leuker, dacht ik. Er is ook meer mee te verdienen. Ik neem wel de varkenshouderij van mijn ouders over, als mijn vader minder wil gaan werken. Maar dat wordt kleinschaliger, eigenlijk meer hobby. Ik ga me dan concentreren op vleesvarkens, die zijn niet zo arbeidsintensief. Die kun je er in de avonduren wel bijhouden.”

Leendert van der Valk