De moeder: had ik dat maar gehad

Moeder en NRC-redacteur Jannetje Koelewijn is best jaloers op de leuke uitstapjes die haar kinderen via school maken. Kiev! Zij kwam zelf niet verder dan de Ardennen. Maken die spelfouten dan nog uit?

Zondagochtend stond ik om kwart over acht op het station in Utrecht om mijn zoon van veertien op de trein naar Duitsland te zetten. Hij logeert deze week bij een zekere Daniël van net vijftien die met zijn ouders in een dorp in het Zwarte Woud woont. Idee van zijn leraar Duits, die daar is opgegroeid en elk jaar met een groep leerlingen teruggaat naar zijn oude school. In mei komen die Duitse leerlingen hierheen. Dan logeert Daniël een week bij ons.

Kan het leuker?

Zeker. Volgend jaar kan mijn zoon misschien naar Kiev, in Oekraïne. Daarna komt Kiev naar Nederland. Mijn zoon moet er wel geschiedenis voor in zijn pakket kiezen, maar dat heeft hij er graag voor over. Kiev.

In Nijmegen en Aken is hij al geweest met school, en hij gaat de komende jaren nog naar Parijs, Londen, Rome. De eerste dagen van de brugklas, twee jaar geleden, bracht hij met zijn nieuwe klasgenoten door in de bossen. Ze gingen er op de fiets heen, de leraren in hun korte broeken voorop, en ze sliepen in tenten.

Waar ben ik helemaal heen geweest toen ik op de middelbare school zat? Naar de Ardennen, wel drie dagen. Ik spreek over de jaren zeventig, kort na de Mammoetwet. Ons was in de brugklas beloofd dat we in de vijfde naar Rome of Athene zouden gaan. Maar toen het zo ver was, bleken er te weinig leraren te zijn die mee wilden. De leraren van mijn school, zo herinner ik me hen, waren cynisch, moe, grauw, onbenaderbaar. (Sorry voor de paar die wél leuk waren.)

Later begreep ik dat ze toen net gedwongen waren geweest om hun status en hun zekerheden op te geven voor een nieuw en van bovenaf opgelegd onderwijsstelsel, en dat ik de pech had om in die tijd op school te zitten. Ik schrijf dit stukje niet om te betogen dat er nooit vreselijke dingen zijn misgegaan in het onderwijs.

Maar waar ik vaak aan heb gedacht bij alle stukken in de krant over ‘teloorgang’ en ‘aftakeling’: hoe komt het dat mijn kinderen zo veel beter onderwijs krijgen dan ik vroeger? Mijn dochter van bijna achttien heeft vloeiend Engels leren spreken en schrijven. Ze is van harte gestimuleerd om wiskunde en natuurkunde te kiezen. Ze kon – niet onbelangrijk – haar hele puberhart bij een vertrouwensjuf uitstorten toen haar puberproblemen haar een keer te machtig werden. En zou ze moeite hebben gehad met het indelen van haar huiswerk, dan zou de school haar zeker ook geholpen hebben.

Had ik dat allemaal maar gehad zeg.

En ik heb het niet over een veilig en klein categoraal gymnasiumpje ergens in een binnenstad. Het gaat hier over een grote scholengemeenschap in een rommelig deel van Utrecht, met leerlingen uit alle windstreken.

Collega Marcel Haenen, net terug van vijf jaar correspondentschap in Latijns-Amerika, vertelde me hoe verbaasd hij was over het enthousiasme van de leraren én de leerlingen op alle Rotterdamse scholen waar hij de afgelopen weken met zijn jongste dochter geweest is. Die doet deze week de Citotoets en ze moet nu kiezen waar ze volgende jaar heen gaat. Marcel Haenen had het over de mooie computers overal, de muzieklokalen die eruitzien als instrumentenwinkels, de lessen Chinees die her en der werden aangeboden.

Collega Laura Starink vertelde me dat haar zoon, brugklasser op een pas geopend gymnasium in Amsterdam, zo mooi kan vertellen hoe al die goden op de Olympos altijd maar met elkaar aan het rotzooien zijn. Zíj herinnert zich van haar schooltijd vooral hoe ze vijftien uur per week Griekse en Latijnse woordjes moest stampen en teksten las waar ze tot ver in de zesde klas niets van begreep.

Het leukste wat zij meemaakte was een diavoorstelling van oude potten en tempels. Haar zoon is al naar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden geweest. Voor Nederlands moest hij eigenhandig op de computer gelay-oute nieuwsberichten over diezelfde Griekse goden maken, voor een roddelrubriek. Hij schreef over de bliksemslingeraar Zeus die iemand had aangeklaagd wegens schending van het copyright op zijn naam.

Laura Starinks zoon weet pas sinds kort dat Homeros de auteur van de Ilias en de Odyssee is, en niet Imme Dros. En ik zag de fouten die mijn zoon maakte in de e-mails die hij aan Duitse Daniël schreef, ter voorbereiding van zijn reis. Is dat erg? Hij schrééf ze, in het Engels en in het Duits. Uit zichzelf. Met veel plezier.

Ook zoiets: dat geklaag over dat ‘alles tegenwoordig op school maar leuk moet zijn’. Ik ben een calvinist, maar dat begrijp ik niet. Wat is er verkeerd aan dat mijn kinderen met meer plezier – of in elk geval minder tegenzin – naar school gaan dan ik in mijn tijd?