Bedrijven reguleren liefde op werk

Afspraken over relaties op het werk worden steeds gewoner. Werkgevers zijn bang voor loyaliteitsconflicten.

Liefdesrelaties maken een kantoordag spannender. Althans, voor de werknemer. De werkgever is vaak minder enthousiast. Eén op de vijf bedrijven legt vast dat een stel bij voorkeur niet direct samenwerkt, rekende consultantsbureau KPMG vorige maand voor. Of ze vragen medewerkers met klem de liefdesrelatie te melden.

GGZ Westelijk Noord-Brabant (GGZ WNB) bijvoorbeeld. In de gedragscodes staat een hoofdstuk over relaties op de werkvloer: „Er dient voorkomen te worden dat functionele contacten kunnen interfereren met de familie- of partnerverhouding. Desbetreffende medewerkers werken zo mogelijk niet op dezelfde afdeling of setting en staan zo mogelijk niet in een hiërarchische verhouding.”

Bestuursvoorzitter Wubbo Petersen schat dat er zich onder zijn 1.300 werknemers tientallen koppels bevinden. Het letterlijk vastleggen ‘hoe om te gaan met’, vindt hij relevant. Niet wegens nare ervaringen uit het verleden. Want afspraken maak je juist als het goed gaat, vindt Petersen. „Het is als huwelijkse voorwaarden. Die stel je op als het goed gaat en pak je uit de kast bij een echtscheiding.”

Wanneer geen van het stel naar een andere afdeling wil, wordt het duo met de code geconfronteerd. „Als iemand moeilijk doet, kan ik zeggen: dat hebben we toch afgesproken?” De gedragscode staat online en wordt meegestuurd met het arbeidscontract. Het moet – onder andere – voorkomen dat op de werkvloer bondgenootschappen ontstaan. Petersen: „Als zich een crisissituatie voordoet, moet de loyaliteit aan álle collega’s gelijk zijn. En niet net iets meer bij die ene liggen.”

Andere bedrijven kiezen ervoor de liefde niet te reguleren. Zoals pensioenfonds ABP (3.000 werknemers). „Onze leidinggevenden zijn alert op het ontstaan van iets moois in het intercollegiale”, aldus woordvoerder Hans ten Brinke. „Als die praktijk werkbaar is, wat voegen regels dan toe?” Tenzij er een gezagsverhouding is tussen de twee geliefden ‘trekt’ ABP het stel niet uit elkaar. Brinke: „Het gaat knellen bij de mensen zelf. Ze zien elkaar privé en op het werk. Enige fysieke afstand wordt ook door de betrokkenen op prijs gesteld.”

Bij Sjoerd Gras (33), manager bij NIPO Software, bestaat zo’n gezagsverhouding. Hij leerde zijn vriendin Esther van der Storm (24) een jaar geleden kennen op een skiweekend van moederbedrijf TNS NIPO. Gras: „In eerste instantie hadden we in het werk niets met elkaar te maken.”

Sinds vorige week werkt Esther twee dagen per week op de afdeling van Sjoerd. De foto van Esther is van de kantoormuur, ze gaan er alles aan doen om privé en werk gescheiden houden en Sjoerd heeft geen gezag over de projecten van zijn vriendin.

Als leidinggevende is Gras blij dat TNS NIPO geen strikt omschreven regels op liefdesgebied heeft. „Dan hadden we professioneel gezien een kans laten lopen. Ze is gewoon erg geschikt voor de functie.” Voor werknemers kan een code wel duidelijkheid scheppen, denkt hij. „Werken op dezelfde afdeling was nu een optie. We hebben er lang over nagedacht en besloten ervoor te gaan.” Maar als Gras moet kiezen, gaat hij voor flexibiliteit. „Samenwerken verbieden gaat me te ver. Er zijn aardig wat NIPO-relaties en dat levert vrijwel nooit problemen op.”

Bedrijven die wel strenge relatieregels hanteren (grote financiële instellingen, overheidsinstellingen, organisaties in de gezondheidszorg en Amerikaanse consultancybedrijven) zijn daar doorgaans niet erg open over, constateert KPMG-onderzoeker Muel Kaptein. „Bedrijven willen niet snel geassocieerd worden met het onderwerp ‘relatie’. Ze denken geen goede sier te maken met de mededeling dat zaken aan banden zijn gelegd. Het zou belerend en bemoeizuchtig overkomen.”

Bovendien denkt Kaptein dat medewerkers de specifieke inhoud van gedragscodes vaak nog niet kennen, omdat ze pas recentelijk zijn vastgesteld. „En het bedrijf wil niet dat het personeel daar via de media achterkomt.”