Zonder windmolens zal het echt niet gaan

Econoom Bernard van Praag betoogt dat Nederland maar beter af kan zien van windenergie (Opiniepagina, 6 februari). Kennelijk heeft Van Praag de nieuwe technische ontwikkelingen van windenergie gemist.

Van Praag doet alsof Nederland zonder windenergie toch voldoende duurzame energie kan produceren. Dat is een grote misvatting. Het klimaatprobleem vereist een snelle omschakeling van fossiele energie naar duurzame bronnen. We hebben niet de luxe om te kunnen kiezen tussen de ene of de andere duurzame energiebron, we hebben ze allemaal nodig. Voor Nederland zijn met name windenergie op land en zee, zonne-energie en duurzame biomassa belangrijke bronnen.

Natuurlijk kan windenergie niet de totale behoefte aan duurzame energie dekken. Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) heeft berekend dat we met een verdubbeling van windmolens op het land minimaal 5 procent van de totale elektriciteitsvraag kunnen dekken, rekening houdend met variaties in windkracht.

Van Praag heeft volstrekt ongelijk als hij stelt dat de kosten van windenergie in de toekomst niet zullen dalen. Integendeel. Deze kosten dalen al jaren. De kosten van kernenergie en fossiele energie stijgen juist. Volgens de recente ECN-studie ‘Factfinding kernenergie’ is de prijs van windenergie op land thans gelijk aan die van kernenergie. Als alle maatschappelijke kosten en baten van gas- en kolenstroom worden meegenomen dan is windenergie zelfs al goedkoper volgens datzelfde ECN-rapport. Windenergie draagt namelijk niet alleen bij aan de oplossing van het klimaatprobleem, maar maakt ook de lucht waarin we leven schoner. Kolencentrales zorgen voor veel gezondheidsschade door de vuile lucht die ze uitstoten. Het is daarom ook economisch verstandig beleid van de overheid om windenergie te subsidiëren.

Vergeleken met andere duurzame energie leveren windmolens op land per euro subsidie de meeste reductie van broeikasgassen op. We kunnen niet nog vele jaren afwachten tot andere duurzame energiebronnen goedkoper worden. Volgens klimaatwetenschappers van het IPPC moet de uitstoot van broeikasgassen de komende tien jaar flink terug, anders loopt de klimaatverandering echt uit de hand.

Een terecht punt is de zorg voor aantasting van het landschap. Natuurlijk moeten we geen windmolens plaatsen in cultuurhistorische landschappen of trekvogelroutes. Daarom hebben natuur- en milieuorganisaties enkele jaren geleden al in kaart gebracht welke gebieden geschikt zijn voor windmolens.

Daarnaast is op de Noordzee ruimte voor grote windmolenparken. Als die minstens 30 kilometer uit de kust gebouwd worden, zijn ze vanaf land niet meer te zien. Maar ook op zee is de ruimte voor windmolens niet oneindig. Ook olie- en gaswinning, scheepvaart, en visserij claimen ruimte. Daarom zijn ook windmolens op land nodig.

Het aanbod van windenergie is vanwege de wind tot op zekere hoogte variabel. Dit nadeel kan verkleind worden door een groot Europees netwerk van windmolenparken aan te leggen. Het waait immers altijd wel ergens in Europa.

Ook kan een overschot aan windenergie opgeslagen worden in stuwmeren, voor die momenten waarop het te weinig waait.

Wie kijkt naar de wetenschappelijke feiten kan niet om de conclusie heen: windenergie is noodzakelijk, schoon en naast energiebesparing de goedkoopste manier om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Mirjam de Rijk is directeur van Stichting Natuur en Milieu.