Windmolens gijzelen de overige bronnen

Windmolens gijzelen de overige bronnen

De argumenten tegen windenergie die prof.dr. Van Praag aanvoert (‘Windmolens zijn lelijk, duur en leveren niks op’, 6 februari), zijn merendeels juist en relevant, maar de essentie van het probleem met windenergie blijft in dit artikel onbelicht. Deze is dat windenergie, hoewel ‘hernieuwbaar’, zelfs ‘onuitputtelijk’, in feite geen ‘duurzame’ energie levert.

Anders dan conventionele centrales leveren windturbines niet vraagvolgend stroom. Zij ‘bepalen’ zelf wat ze leveren en wanneer. De overige centrales moeten de fluctuaties in de windstroomlevering voortdurend zodanig compenseren dat de totale stroomlevering precies gelijk is aan de vraag.

Naarmate het geplaatste ‘windvermogen’ toeneemt wordt deze ‘balanceertaak’ zwaarder; vooral de regelbaarheid wordt op de proef gesteld. Kerncentrales kunnen hieraan niet meedoen, ook kolencentrales moeten weldra afhaken. Alleen gasturbines kunnen de snelle fluctuaties nog bijbenen. Waterkrachtcentrales zouden dat ook wel kunnen, maar uitbreiding van de waterkrachtcapaciteit is in Europa nauwelijks mogelijk.

Het gevolg is dat er naast windmolens nauwelijks plaats is voor kolen- en kerncentrales, laat staan voor zonne-energie, die zijn eigen fluctuaties kent. Omdat het maximale vermogen van een windpark een veelvoud is van het gemiddeld vermogen dat het park jaarlijks levert, valt uit te rekenen dat al bij minder dan 20 procent geleverd windvermogen de rest door snel regelbare turbines geleverd moet worden. Kortom, een klein ‘windaandeel’ in de stroomvoorziening gijzelt een veel groter complementair stroomaandeel. En dat moeten in hoofdzaak gasturbines zijn.

Arie de Goederen

Boskoop

Prof. Van Praag schreef een uitermate kritisch stuk over windmolens. Het is altijd even schrikken, wanneer een niet-energiespecialist zich uitlaat over een energieconversiesysteem. Maar Van Praag kan blijkbaar goed lezen en analyseren. Uit de vele positieve en negatieve publicaties over windenergie heeft hij de juiste conclusies getrokken. Ik ben het helemaal met hem eens. Er zijn wel betere bestemmingen te bedenken, voor de gigantische bedragen aan subsidie, die windenergie nu opslokt.

Prof.ir. R.W.J. Kouffeld

Em. hoogleraar Energievoorziening TU Delft

Het artikel van Van Praag bevat feitelijke onjuistheden en is tendentieus. De overheid wil niet het aantal windmolens op land verdubbelen, maar het opgesteld vermogen (bovenop de huidige ruim 1.500 MW nog 2.000 MW extra in 2011). Nieuwe molens zijn veel groter geworden en leveren 10 maal zoveel stroom als ‘oude’ van 0,3 MW. Per 500 MW extra vermogen zijn volgens het ministerie van VROM 200-300 molens nodig. Er zijn nu geen ‘ruim duizend molens’, zoals van Praag stelt, maar 1.800. Ook zijn windmolens hooguit voor een deel afhankelijk van subsidies.

Fabrikanten voor windmolens op zee zijn met het ministerie van EZ in gesprek om zonder subsidie parken aan te leggen, als de overheid de infrastructuur aanlegt.

Windmolens zijn juist wél goedkoper dan andere energievormen. Volgens Dirk Sijmons, rijksadviseur voor het landschap en vele onderzoeksbureaus zijn het de schoonste en goedkoopste stroombronnen die we in Nederland hebben, waarvan de kostprijs in de afgelopen 15 jaar met 50 procent is gedaald. Die zal in de toekomst met procenten per jaar blijven dalen, naar verwachting. Windenergie is ondanks periodes van windstilte wel degelijk een echt substituut voor andere productiemethodes: als het (goed voorspelbaar) waait, vervangt dat immers fossiele bronnen en daar gaat het om. Bovendien, er bestaan plannen om opgewekte windenergie op te slaan (in bassins in zee bijvoorbeeld) of om windmolenlocaties in Europees verband met elkaar te verbinden via een netwerk: het waait altijd wel ergens in Europa.

Ir. Jeroom Remmers

(BuildDesk, adviseur Klimaat&Beid)

Windmolens zijn lelijk, duur en leveren niks op, aldus professor Van Praag. Eindelijk! Het stuk is een meer dan voortreffelijke samenvatting van de droevige stand van opvattingen over alternatieven voor kernenergie. Onze drie technische universiteiten zijn al jaren ingekapseld door de subsidies van de immer politiek correcte kabinetten. De media accepteren kritiekloos de trucjes van de ministeriële voorlichters, zoals de plotselinge introductie van ‘huishoudens’ als substituut voor procenten stroomopwekking. Elk kabinet koestert blijkbaar de geruststellende gedachte dat, als de nood aan de man komt, we altijd nog kunnen terugvallen op een verhoging van de import van Franse kernenergie. En dus gaat men gewoon door met populistische symboolpolitiek.

De onderkop bij het artikel luidde: ‘Waarom zoveel subsidie steken in een onbetrouwbare en nooit rendabele energievorm?’ Ik vrees dat het antwoord simpel is: omdat geld het oudste, eenvoudigste en meest betrouwbare middel is om kritiek te smoren.

Ir. J. B. Baurdoux

Soest

Het artikel ‘Windmolens zijn lelijk, duur en leveren niets op' van Bernard van Praag is na te lezen op nrc.nl/opinie