Sport in derde wereld krijgt zestien miljoen

Minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) en staatssecretaris Jet Bussemaker (Sport) stellen voor de periode van 2008 tot en met 2011 zestien miljoen euro beschikbaar voor sportprojecten in ontwikkelingslanden.

De atlete Lornah Kiplagat is in verband daarmee tot sportambassadeur benoemd. Dat maakten beide bewindslieden gisteren bekend bij de presentatie van hun gezamenlijke beleidsnotitie over sport en ontwikkelingssamenwerking.

Koenders en Bussemaker stellen in de notitie dat de maatschappelijke betekenis van sport dusdanig is toegenomen, dat het een grotere rol moet gaan spelen bij het bereiken van ontwikkelingsdoelen. Zij komen tevens tegemoet aan een oproep van de Verenigde Naties sport nadrukkelijker in het ontwikkelingsbeleid te betrekken, omdat het kan bijdragen aan het bevorderen van gezondheid, onderwijs en zelfs vrede in explosieve gebieden. De bewindslieden willen sport onder andere inzetten bij projecten voor armoedebestrijding, vredesopbouw of de verwerking van traumatische ervaringen in vluchtelingenkampen.

De minister en de staatssecretaris nemen zich voor bekende topsporters in te schakelen om projecten te stimuleren. Daarbij zien zij een speciale rol weggelegd voor Kiplagat, de Keniaanse langeafstandsloper die sinds 2004 de Nederlandse nationaliteit heeft. Als ambassadeur zal zij ontwikkelingsprogramma’s moeten promoten.

Nederland gaat zich vooral richten op wat in de beleidsnotitie ‘het Zuiden’ wordt genoemd en op de landen waarmee al een bijzondere band bestaat, zoals Suriname en Zuid-Afrika. Om versnippering van zowel uitgaven als projecten te voorkomen verlangen de ministeries samenwerking tussen alle instanties. Die laat nu nog te wensen over. Het Netwerk Sport en Ontwikkelingssamenwerking, waarin 35 actieve sport- en ontwikkelingsorganisaties zijn verenigd, gaat een belangrijke rol spelen.

Speciale aandacht krijgen projecten voor jongeren, meisjes en vrouwen, en gehandicapten. En de pijlen worden vooral gericht op stedelijke gebieden, omdat het bereik daar het grootst is. Ook denken Koenders en Bussemaker aan activiteiten tijdens grote sporttoernooien zoals het WK voetbal, in 2010 in Zuid-Afrika.